Ook in Wervik. zijn er niet veel volksspelen overgebleven. Toch zijn er een paar wijkkermissen waar het aspect van buurtfeest bewaard bleef. Daar worden nog openbare volksspelen ingericht waaraan ieder met een jong hart deelneemt tot plezier van de talrijke toeschouwers.
Half augustus. Precies op het moment dat ik nog eens van schouder wissel in mijn bed zijn die dekselse trompetten er weer. Het is godgeklaagd amper 6 uur. De duisternis begint aarzelend plaats te ruimen voor de nieuwe dag. Het geschal is bestemd voor de ruiters.
KATIJVIG (wvl. KATIVEG), adj. Ellendig, armzalig, slecht, (fr. chétif). Het wordt gezeid van menschen die veel armoede lijden, die krank en ziekelijk zijn, of die sukkelen van ouderdom. ‘Een arm ende cativich leven’
· Het wordt ook gezeid van gewassen die mager zijn zonder groei noch jeugd. Die tarwe staat katijvig.
· IJsterachtig, huiverig, die teer is van de koude, (fr. früeux). Hij is zoo katijvig. Kind, ge meugt zoo niet altijd bij ’t vuur zitten, ge zult katijvig worden.
· Ook van het weder, van de lucht die zuur en koud is. Het weder is katijvig. Eene katijvige lucht.
· Slecht, boos, wulpsch, zedeloos, ontuchtig.