Hier uit blijkt (het dient wel aangemerkt te worden) dat er door de tien paren zenuwen uit het onderste deel der hersens eenige kwade vochtigheden na de longe kunnen zinken, en dat er insgelijks uit het opperste deel der hersens enige kwade vochtigheden konnen zinken door het rugggegraatmerg in de andere zenuwen , en door de zelve op enig lidmaat, of koppeling van enig lidmaat kunnen dalen.