Was de streek tussen leper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde, eenzame, eindeloze woestenij? Zo beweren de meeste geschiedschrijvers, o.a. Edmond Poullet en Victor Brants.
De situatie met al die kerken en godshuizen en de ongebreidelde macht van de proost van Sint-Maartens leidt tot ernstige misbruiken. De kanunniken laten bijvoorbeeld niet toe dat er meerdere huwelijken op het zelfde moment worden gehouden omdat ze zo meer offergaven in de wacht kunnen slepen. Huwelijken tussen personen van verschillende parochies worden enkel toegelaten als de proosdij hiervoor een zeker som geld krijgt. Wanneer lichamen van doden worden aangeboden tijdens een dienst, laten de kanunniken na deze een kerkelijke begrafenis te geven. Bovendien wordt voor de ‘kerkganc’, een soort huwelijksfeest, door de bevolking soms hogere bedragen betaald.
De zoektocht naar sporen van de tempeliersorde in de Westhoek is dan ook een heen-en-weer expeditie tussen waarheid en fictie. Maar precies dat mystieke verleden maakt deze zoektocht zo boeiend.