Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.