Anno 1620, op de 22ste mei zijn twee paters capucijnen uit het convent van Ieper die tijdens hun leven naar Jeruzalem waren gereisd begonnen met het vervaardigen van een schoon, wonderbaar en onvergelijkbaar stalletje van Bethlehem, dat gebeurde in de kerk van Sint-Pieters.
Het begon in de herfst van 1578. Op de beroving en openbare verkoping van de inboedel volgde de afbraak en verwijdering van het hout- en metaalwerk van de gebouwen. Met zoveel vlijt dat de onttakeling bijna voltrokken was tegen de winter van 1579.