1. Het drinken van koffie, waarbij men veel honig, gewone siroop of suiker, doch geen melk gedaan heeft.
2. ’s Morgens nuchteren ete men vruchten zoals als kersen, druiven, frambozen, aardbeien, bessen, enz.
3. Honig in plaats van boter op het brood gegeten.
4. Het gebruiken van enige theelepels van het stijve, korrelige gedeelte van de honing verwekt ontlasting, het dunnere gedeelte minder.
WRATTEN EN WORTEN verwijdert men door gebruik te maken van het sap van een melkplant met kleine blaadjes, welke men op een kerkhof plukt. Na twee dagen zijn de wratten verdwenen. Men wrijft de wrat ook in met een stuk varkenshuid, deze brok stopt men dan in de grond. Wanneer de huid is opgeteerd, is de wrat verdwenen.