In 1403 krijgt Oostende het bezoek van acht flinke walvissen. Ze spoelen aan tijdens de […]
De Sluizenaars mogen geen lakens opslaan, laat staan getouwen of apparatuur om te weven. En ook geen verven om de lakens een ander kleurtje te geven. ‘Die van Sluys vermochten oock niet te hebben een gewichte boven de 60 ponden swaer, nochte oock eenigen wissel te houden, of smittinge van silver te doen. Het was aen een ieder verboden binnen Sluys eenig hout te stapelen, het welcke allegaeder naer Brugghe komen moeste.’ Filips de Stoute stelt de Brugse ambachtslieden nog meer op hun gemak.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.