De huysvrauwe van Jan Weghervoet, geseyt Paulin, Elisabeth genaemt, woonachtich op de prochie van St. Nicolaes, hadde eenigen tijdt geweest dat sy niet spreken en conde, als of sy geslagen hadde geweest van eene geraecktheyt.’ Ik krijg er het raden naar wat er bedoeld wordt met een geraaktheid, hoe dan ook, onze mevrouw gaat op bedevaart naar het heilig kruis van de Sint-Walburgakerk