De hutten van Sint-Jan waren vrij identiek. Ondanks de armoedige levensomstandigheden in de hutten werd op verzoek van pastoor Grimminck verder gewerkt aan de kapel. De lemen muren werden vervangen door steen en het stro van het dak maakt plaats voor dakpannen.
Op een dag in mei van het jaar 1784, stapte Jan Victoor, een struise jonge man, door de Koekuitdreef. Hij had de stad Poperinge pas verlaten langs de Pottestraat en was nu in ’t open veld gekomen. Hij ging voorbij de herberg De Koekuit, waar reeds enkele voorbijgangers binnen zaten. Dit volk ging ook naar het klooster van Sint Sixtusbos, waar vandaag de inboedel verkocht werd.