De 14de juli van 1537 had de Raad van Vlaanderen te Gent uitspraak te doen over een geschil, opgerezen tussen de schepenen van Ieper en de lakenhandelaar Pieter Van Aelst. Deze laatste had enige jaren te voren aan de Spanjaard Pedro de Médalie een stuk laken verkocht van de soort, genaamd ‘Thune’, waaraan Van Aelst naar het schijnt valse loodjes had laten hechten.
Juge Mahieu houdt rechtzittinge. De eerste die voor de pinnen komt is Adolf Buysse. ‘Zijt je gij al gestraft geweest?’, vraagt de juge? ‘ e ja ‘k, ‘k hebbe al een jaar bak gedaan’.