Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben.
De Vlaming die in het zuidwestelijk gedeelte van Wales vertoeft is niet weinig verbaasd in die tamelijk ver gelegen streek een taal te horen spreken die hier en daar op het Vlaams gelijkt. Volgende woorden bijvoorbeeld zullen zijn aandacht opwekken – zuivere Vlaamse woorden die niet in het Engels gebruikt worden:
Ik zie mij aan de dikke pol van mijn grootvader samen naar een motorbal gaan. Dat was geen dansbal, maar een (voet)balmatch tussen motorcrossers op het veld van de Blue Star op de Abeelseweg. Ik herinner me hoe die motorduivels zo fel tekeer gingen en de ‘knoape’ van het plein daarna zo kwaad was omdat ze – zoals hij voorspeld had – “heel ’t pling aan de kloaten hadden gereden.”
De oorsprong van de naam van Vlaanderen
Er is nog een heikel punt waar hij het wil over hebben: de oorsprong van het woord ‘Vlaanderen’. Nogal wat geschiedschrijvers hebben er hun hoofd over gebroken en eigenlijk staat het nog altijd niet vast hoe de naam van ons land er gekomen is.
Klinke trappelen, den voet stellen op de voeg van de samengeschoven einden van twee planken die op schragen of buisterhouten los liggen. Als men klinke trappelt, dan wippen de planken op, en de voet schiet door de klinke. De metsers op hunne stelling moeten opletten van geene klinke te trappelen. Hij trappelde klinke, en viel dood.