De winter van 1598-1599 is uitzonderlijk streng. Het vriest zo erg dat dit nog nooit in mensenheugenis gezien is. Men kan met paarden en wagens over het ijs van de vaarten rijden.
De palingschuiten
in het lis geschoven,
met boven hen
een wolkenstoet,
roerloos in de verdroomde vloed
Elk hart zal wel een orkaan zijn
en elke ziel een zee van sterren.
Je geest een meteoor,
losgeslagen door zijn zwaartekracht.
Tot aan de oorlog 14-18 waren de oude sluizen te Nieuwpoort aan de monding van de Ijzer veel te smal om in tijden van aanhoudende stortregens het water van Ijzer en bijriviertjes tijdig te kunnen slikken. Dikwijls in maart-april, ook al eens in september-oktober, altijd zeker in de winter bij het smelten van de sneeuw, zette de Krekelbeek geheel de vlakte onder water tussen Diksmuide, Esen, Zarren, Handzame, Werken en Vladslo; een blanke zee!