Zomer 1315. Het duurt verdorie acht maanden vooraleer Lodewijk zijn kroon op het hoofd geplaatst krijgt. Dat heeft te maken met de bedenkelijke financiële situatie in Frankrijk.
De nacht van 11 op 12 september 1315. De terugtrekken van de Fransen heeft de allure van een waarachtige vlucht. Lodewijk ziet zich genoodzaakt om al de wagens, karren, tenten, bagage en proviand in het Vlaamse slijk achter te laten. Om te voorkomen dat de Vlamingen er zich mee zouden verrijken laat hij alles in brand steken. Maar omdat alles zodanig doorweekt is komt daar maar weinig van in huis.
’t Was waar: de gendarmes stonden daar. Ze brachten de vluchtelingen onder in 2 zalen. Wij lagen in de eerste zaal. Daar brandde een grote stoof. We sliepen in rijen in ’t stro. We moesten gaan eten in ’t hospice. Drie keer per dag: ’s morgens een kom frutsop en een snee droog brood, ’s noens een kom soep – ze stonk; ’t was lijk van de schoteldoek gekookt -, ’s avonds weer een snee brood en frutsop.