Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
Neemt een nieuwe eerden steertpanne houdende een pinte nat, doet daarin een vierendeel roet of eene roetene keerse van een vierendeel, hoe ouder hoe beter, doet daarbij een maatjen olijfolie, laat dat te samen koken ; stelt het van het vuur en laat het stijf worden. Als er iemand verbrand is zoo is ’t dat men maar juist en moet strijken met deze zalve ‘smorgens en ‘savonds, zoo het diep verbrand is, men mag daarbij gebruiken een plaaster van de bruine zalve na een of tweemaal strijken wordt den lijder zeer verlicht.