Luther wantrouwt de oorspronkelijke interpretatie
Zo arriveer ik bij Maarten (Martinus) Luther. Hij kon geen betere tijdsomstandigheden aantreffen om zijn redevoeringen kracht bij te zetten. Hij trekt de kracht van de aflaten in twijfel en begint uit te varen tegen het ongeregeld gedrag en de valse leer van Tetzel en de zijnen. Luther werd geboren in Eisleben, in Saksen. Hij komt uit een familie van boeren. Zijn vader heeft echter zijn soelaas gezocht in de kopermijnbouw en heeft het in Mansfeld geschopt tot de rijkste man van de stad.
Maarten heeft dus zeker een degelijke opvoeding gekregen. ‘Hij liet zich al vroeg opmerken door de sterkte en de doordringendheid van zijn geest. Maarten vond plezier in de afzondering en besloot om kloosterling te worden en nam het kleed van de Augustijner monniken aan’. Hij is de traditionele revue van schoolse wijsbegeerte en godgeleerdheid gepasseerd. Als pientere gast moet hij ongetwijfeld grote ogen trekken over al hetgeen zijn leraars hem op de mouw willen spelden. Hij beschikt over een karakter dat niet rond de pot draait en wil meestal direct ’to the point’ gaan.
In de jaren 1700 illustreren ze dat eigenlijk wel perfect: ‘er ontbrak hem geen schranderheid van geest en de natuurlijke bondigheid van zijn oordeel, ver boven al het beuzelachtige verheven, kreeg ras een afkeer van deze nutteloze en ijdele wetenschappen.’ Ik kan Maarten Luther niet meteen van ongeloof verdenken. Hij wantrouwt enkel de interpretatie die de kerk gegeven heeft aan het oorspronkelijk verhaal van Jezus en gaat op zoek naar de bron van de waarheid. Hij laat al zijn studies varen en gaat zich voortaan concentreren op de bijbel. Hij ontpopt zich tot een heuse godgeleerde en schopt het tot hoogleraar in de hogeschool van Wittemberg aan de Elbe. De Rik Torfs van zijn tijd.
Tetzel met al zijn nonsens over de aflaten
Terwijl Luther op het hoogtepunt van zijn carrière is, begint deze Tetzel al die nonsens over zijn aflaten te prediken. Aanvankelijk met het nodig succes. Het geld stroomt binnen. Kassa kassa. In Saksen zijn ze niet verlichter dan in de rest van Duitsland. Luther stoort zich aan de lichtgelovigheid van de massa en ziet ‘met de uiterste smart wat voor een loosheid de aflaatveilders in het werk stelden en hoe eenvoudig diegenen waren die de aflaten van hen kochten.’
Tetzel baseert zijn autoriteit op de bijbelkenner Thomas Aquinas die ooit het systeem van de aflaten uitgevonden heeft. Maar in de heilige schrift, Luthers enige bron van waarheid worden dergelijke praktijken als verderfelijk beschouwd. ‘De driftigheid en oplopendheid van zijn karakter lieten hem niet toe deze gewichtige ontdekking lange tijd verborgen te houden. Van op de kansel van de grote kerk van Wittemberg voer hij uit tegen de ongeregeldheden en ondeugden van hen die de aflaten predikten. Hij durfde de leer onderzoeken welke zij leraarden en deed het volk duidelijk zien hoe gevaarlijk het was zijn zaligheid te bouwen op andere middelen dan die welke God in de heilige schrift had aangewezen.’
Zijn woorden maken diepe indruk op de toehoorders. Maarten Luther ziet zich hierdoor in zijn overtuiging gesterkt. Ietwat overmoedig en vooral naïef meent hij dat de kerkelijke autoriteiten het wel met zijn stelling eens zullen zijn. Hij schrijft een brief naar Albertus, de aartsbisschop van Maagdenburg, waarbij hij op ‘een levendige wijze de valse gevoelens en het goddeloos gedrag van de aflaatpredikers afschilderde.’ De prelaat is niet geneigd om er een stokje voor te steken. Uiteraard niet natuurlijk want hij is waarachtig de opdrachtgever van de aflatenveiling in Saksen. Mijn godgeleerde is bij de duivel te biecht gegaan en heeft daarbij een kettingreactie op gang gebracht die tot diep in de 17de eeuw zijn verwoestende invloed zal hebben op het leven in West-Europa.
De academici weigeren hun hersenen te gebruiken
Luther besluit dan maar om op zoek te gaan naar de goedkeuring van de intelligentsia. De geleerde lieden. Hij publiceert op 31 oktober van het jaar 1517 een proefwerk waarbij hij vijfennegentig stellingen tegen het licht houdt in zijn aversie tegen dat aflatensysteem. Hij organiseert een symposium waarbij hij belooft om mondeling toelichting te geven. Daarbij bevestigt hij zijn totale eerbied en onderdanigheid aan de paus. Hij ziet echter geen kat op zijn vergadering. De academische wereld weigert zijn hersenen te gebruiken. Is het uit schrik of is het uit vooringenomenheid? Ik vraag het me af. Zelfs op vandaag hoor ik hun wartaal op radio en tv. Ik begrijp niets van al die slimme mensen. Als het van de katholieke kerk komt zal het wel oké zijn.
Ondertussen vindt Luthers lijst van stellingen vlotjes zijn weg in heel Duitsland. ‘Men las dezelve met eene ongemene gretigheid en men bewonderde de onversaagdheid van een man, die de volheid van de pauselijke macht in twijfel durfde te trekken en de Dominicanen aantastte, zij die gewapend waren met al de verschrikkelijkheden van de inquisitie.’ De Augustijner monniken steunen hun collega Luther. Waarom zouden ze dat niet doen?
Ze respecteren hun paus. Blijkbaar beseffen ze niet dat hij de opdrachtgever is van de katholieke aftroggelpraktijken. Dat hij uitvaart tegen de orde van de Dominicanen vinden ze hier excellent, want tussen beide kloosterorden blijkt er een oude vete te bestaan waar ik niet dieper wil op ingaan. Het belangrijkste voor de Augustijnen is de wetenschap dat ze plots wel een heel goede stok hebben gevonden om mee te slaan naar hun collega’s. Het klinkt als muziek in de oren van de Luthers opperheer, de keurvorst van Saksen, die hem heimelijk aanmoedigt om verder te gaan in zijn verzet.
De tentakels van de macht schieten vuur
Zijn tegenstanders rijzen als paddenstoelen uit de grond. De tentakels van de macht schieten vuur om de bacteriën die de rijkdom van het kerkelijk imperium willen aantasten te gaan bestrijden. Christelijk antibioticum denken ze. En veel. Tetzel zelf die reageert met enkele tegengeschriften. Godgeleerden zoals Eccius en Prierias verwijten Luther ervan dat hij een ordinaire onrustzaaier is. Hoe meer Luther afkomt met bewijsstukken, hoe meer de wijsgeren zwaaien met besluiten van canoniek recht, gevoelens van schoolgeleerden en met pauselijke vonnissen. Prietpraat. De man in de straat begint dat ook te beseffen: ‘de uitspraken van zulke partijdige rechters voldeed het volk niet.
De mensen begonnen het gezag van deze eerbiedwaardige leidsmannen in twijfel te trekken, toen zij het zelf strijdig vonden met de redenen en de beslissingen van de Goddelijke wetten.’ Paus Leo laat de onrust in Duitsland niet aan zijn hart komen en slaat er nauwelijks acht op. De pogingen van die verachtelijke Duitse monnik laten hem onverschillig. De hele zaak is niet meer dan een storm in een glas water, een geschil tussen monniken van verschillende strekking. Later zal blijken hoe verkeerd zijn inschatting wel is. Pas wanneer de etterbuil echt uitgebarsten is in Duitsland wordt Leo wel verplicht om in te grijpen.
Hij dagvaardt Luther op 23 augustus 1518 om binnen de zestig dagen in Rome te verschijnen voor de rekenkamer die onder de leiding staat van Prierias. ‘Een stoute monnik die de gans orde van de Augustijnen onteert en de gehele kerk verontrust en beledigt’, de dreigementen verdwijnen niet meer uit de lucht. De toon ervan laat niets aan onduidelijkheid over. Rechter Prierias is zo bevooroordeeld als de pest, Luther weet wat hem te wachten staat in Rome. Waarom kan hij niet berecht worden in een neutraal gerechtshof in Duitsland? Luther bevestigt nog maar een keer dat hij de autoriteit van de paus zelf nog nooit in twijfel heeft getrokken.
Enfin, na veel vijven en zessen stemt Leo er in toe dat kardinaal Cajetanus zelf naar Duitsland zal afreizen om te oordelen over deze zaak. Ter titel van inlichting: deze Thomas Cajetanus is eveneens een Dominicaan. Ook keizer Maximiliaan is er ondertussen als betrokken partij bijgesleurd.
Luther staat er bij en kijkt er naar
Luther heeft eigenlijk opnieuw alle redenen om zich niet te onderwerpen aan Cajetanus, maar accepteert niettemin om zich in Augsburg te gaan aanbieden. De kardinaal ontvangt zijn gast met eerbied en met de afstandelijkheid van iemand die duidelijk wil aangeven dat hijzelf de meerdere is. Maarten Luther mag eerst zelf wat praten en daarna zal Cajetanus het zelf wel even expliceren.
‘Stop met die dwalingen en die zever. Bemoei u niet langer met het verspreiden van uw gevaarlijke nonsens.’ Daar komt het allemaal op neer. Luther staat er bij en kijkt er naar. Hij weet dat hij de waarheid in pacht heeft. Zijn tegenstrever doet zelfs niet eens de moeite om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Hij heeft geprobeerd om zich zo goed als mogelijk voor te bereiden. Hij voelt zich bekakt door de onkunde en de kwaadaardigheid van de tegenpartij. ‘Vergeet het maar dat ik mijn woorden inslik’, de hautaine kardinaal krijgt het dan toch op zijn boterham. ‘Mijn overtuiging verraden betekent voor mij hetzelfde als het beledigen van God en dat kan u niet van mij verlangen.
Mijn grootste respect voor paus Leo en zijn apostolische stoel kan u wel krijgen.’ Terwijl ik hier anno 2016 het idiote van die term ‘apostolische stoel’ aan het uitbenen ben loopt de ontmoeting van half oktober 1518 tussen de kardinaal en de dissidente monnik verder. Luther stelt voor om een periode van radiostilte in te lassen in afwachting van een grondige inhoudelijke discussie voor enkele hogescholen. Op voorwaarde dat ook de tegenpartij zich even gedeisd houdt. Voorstel geweigerd natuurlijk, de ban van de kerk, het verbod om ooit nog erediensten te leiden, laat staan om nog verder priester en monnik te blijven. Veel goeds belooft het hier allemaal niet voor mijn monnik waarvoor ik warempel wat sympathie aan het koesteren ben.
De keurvorst van Saksen steunt Maarten
Ondanks de vrijgeleide die hij ontvangen heeft van Maximiliaan, vinden Luthers vrienden het aangewezen om het onderhoud onaangekondigd te verlaten. De vergadering sleept nu al drie dagen aan, het zou nu toch wel beter zijn om niet meer terug te keren en heimelijk het land te verlaten. Men weet met maar nooit. ‘Cajetanus, vergramd over Luthers schielijk vertrek, klaagde daarom in geschrifte aan de keurvorst van Saksen en verzocht van hem, uit hoofde van ’t belang van deze vorst, in de rust der kerke en in het gezag van haar opperhoofd die oproerige monnik gevangen naar Rome te zenden of hem uit zijn staten te verbannen.’
Wie is eigenlijk deze keurvorst aan wie Rome dit verzoek toestuurt? Frederik. De weggeglipte monnik heeft aan deze Frederik een belangrijke vriend. Het bijzonder religieus staatshoofd van Saksen is één van de zeven keurvorsten van het land, en dus mee bevoegd voor de latere aanstelling van keizer Karel. Keurvorst Frederik de Wijze is helemaal niet geïnteresseerd in het welles-nietesspelletje rond de aflaten. Als staatsman houdt hij zich ver van dit rumoer vandaan. De geschiedenis schetst hem als een integer man die zich bijvoorbeeld niet heeft laten omkopen om te kiezen voor Karel als keizer.
Frederik heeft Luther nog nooit persoonlijk ontmoet en toch steunt hij deze man heimelijk en met de grootste omzichtigheid. Luthers naam en faam weergalmt door heel Duitsland en dat is Frederik niet ontgaan. Keurvorst Frederik houdt er een speciale verzameling op na. Zijn vreemde collectie typeert zijn eigenzinnigheid. Hij spaart relikwieën. Geen postzegels of sigarenbandjes, maar relikwieën. Die haalt hij vandaan uit Rome of uit het heilig land. Stukken van heiligen en pausen. Knoken, beenderen, plukjes haar. Splinters van lansen waarmee Jezus doorboord werd, botten en lichaamsresten van martelaren. Op een bepaald moment zal de verzameling bestaan uit 19.000 relikwieën. De waarde ervan staat equivalent met het ontlopen van twee miljoen jaar vagevuur.
Goed geboerd met beentjes van dode mensen
Hij heeft zich rijk geboerd met zijn beentjes en bouwt er onder andere de brug over de Elbe mee. Wittemberg is de hoofdstad van Saksen en het is diezelfde Frederik die er in 1502 de universiteit sticht en er een aantal humanisten aan verbindt. Onder hen de nog jonge Luther die trouwens erg meewarig en schamper doet over Frederiks relikwieënhandeltje. Iets wat de keurvorst niet lijkt te storen want hij blijft onverminderd achter deze predikant staan. Al is het maar om de zuiverheid van zijn betoog. De oproep van de kardinaal om een burger uit zijn land op te pakken schiet bij Frederik in het verkeerd keelgat.
De investeringen aan zijn nieuwe hogeschool waren niet min en de verwijdering van Luther zou grote schade kunnen toebrengen aan de roem en het prestige van deze universiteit. Frederik weigert categoriek om in te gaan op het verzoek van de kardinaal. Veel tralali en tralala over al de achting die hij toont voor hem en voor de paus maar ze moeten niet denken dat ze Maarten Luther zo maar kunnen ontvoeren. Cajetanus blijft aandringen. ‘De rechters van Rome, voor de welke Luther gedagvaard was geworden waren zo gretig om hun ijver tegen zijn dwaling te tonen dat zij zonder de zestig dagen te laten verlopen die hem gegeven waren om naar Rome te komen, hem reeds als een ketter veroordeeld hadden.’ De aanhangers van de monnik kunnen er niet om lachen. Het lijkt duidelijk dat de hele geloofszaak aan het escaleren is dat het geen naam heeft.
Er is niet eens een kerkelijk proces geweest
Ik vraag me af hoe Luther zelf zal reageren. Hij beseft dat de macht van de pauselijke kliek ontzaglijk is. Hoe lang zal zijn beschermheer Frederik de banbliksems van de kerk en de paus kunnen tarten? De meest prestigieuze Duitse keizers hebben zich altijd al geschikt naar de wil van de katholieke loge. Hier in zijn Saksische schuilplaats bevindt hij zich momenteel in veiligheid maar hoe lang zal hij er nog van kunnen genieten? Toch blijft Luther ferm en resoluut. ‘Hij bleef volharden met zijn gedrag en zijn gevoelens te rechtvaardigen en hij weerhield zich niet om heviger nog dan te voren uit te varen tegen de gevoelens van zijn wederpartijders.’
De paus heeft een bok geschoten. Juridisch hangt Luthers veroordeling tot ketter met haken en ogen aan elkaar. Er is niet eens een kerkelijk proces geweest, de paus heeft zich van zijn meest rancuneuze kant laten zien. Alleen een algemene kerkvergadering, een soort hof van cassatie kan het falen en dwalen van paus Leo ongedaan maken. Luther tekent dus beroep aan bij deze instantie. ‘Hij appelleerde aan een algemene kerkvergadering, welke hij bevestigde van hoger gezag te zijn dan de paus die een feilbaar mens was en kon dwalen zoals de heilige Petrus de volmaaktste van zijn voorzaten ooit gedwaald had.’
Een klein kind kan zien dat de paus het spel belazert en bedriegt. Luther heeft zich niet vergist. De pauselijke bulle waarbij hij het systeem van de aflaten legitimeert en verplichtend maakt voor alle christenen werd zogezegd ondertekend op een datum van voor zijn proces. Zuivere valsheid in geschrifte is het. De typische truc van het antidateren van documenten maakt trouwens weinig indruk bij aanhangers van Maarten Luther. ‘Het is een onbillijke poging om de grote inkomsten te behouden welke hij van de aflaten trok.’
Zwinglius moet niet onderdoen voor Luther
Terwijl de paus de druk in Duitsland overal opvoert wordt het overlijden van keizer Maximiliaan bekend gemaakt. Paus Leo verliest daarmee zijn belangrijkste medestander. Frederik wordt aangesteld als tijdelijke opvolger in afwachting van de nieuwe keizer. Luther kan plots weer vrijuit ademen. Leo bindt in, hij kan het zich niet permitteren in onmin te leven met de hoogste autoriteit van Duitsland. ‘Hij scheen niet geneigd om tegen Luther het banvonnis uit te spreken, ofschoon onophoudelijk door het vervelendste geroep van Luthers tegenpartij daar toe werd aangedrongen.’ Een interbellum van zestien maanden. De handelingen tegen de rebelse monnik verdwijnen even in de koelkast. Er komen pogingen om de kwestie in der minne te regelen. Luther krijgt nu plots alle gelegenheid om de dwaling van de paus scherp te stellen en te bewijzen. Maar eigenlijk legt hij de vinger op de voornaamste wonde, die van de vooringenomenheid die trouwens weer al eens prima weergegeven wordt in de oude teksten die voor me liggen.
‘Luther kreeg meermaals de gelegenheid om het bederf van het hof van Rome, zijn halsstarrige gehechtheid aan de vastgestelde dwalingen en onverschilligheid omtrent waarheden op te merken. Dit maakte dat hij enige twijfels begon te voeden wegens de goddelijke oorsprong van het pauselijk gezag.’ Luther zaagt verdorie de poten van onder de troon van paus Leo en zorgt hiermee voor een hevige controverse in grote delen van Europa. Zo bijvoorbeeld in Zwitserland waar Zwinglius niet moet onderdoen voor Luther en de hele maatschappij zich door zijn toedoen van het pauselijk gezag afscheurt.
De katholieke machinerie schiet in gang
De grondvesten waarop de kerk gebouwd is gaan wankelen. Waggelen staat er eigenlijk geschreven, maar ik snap het plaatje wel. De pauselijke entourage dringt er bij Leo op aan om af te rekenen met de Duitse ketter. ‘Hoe lang zal hij nu nog op zijn kop laten zitten?’ De waardigheid van de heilige stoel verplicht de paus ertoe om deze ketterij op de strengst mogelijke manier te vervolgen. De nieuwe Duitse keizer zal zich hopelijk solidair opstellen ten opzichte van de paus. De katholieke machinerie komt op gang. ‘Het college van kardinalen kwam dikwijls bijeen om met rijp overleg een vonnis voor te bereiden.
De canons werden geraadpleegd hoe het zelve op de onwraakbaarste wijze uit te spreken.’ Het verdict valt op 15 juni van 1520. Op dat moment is Karel al op komst om zich tot keizer te laten kronen. De tegenstand van Frederik is niet langer relevant. Vanuit het oerconservatieve Spanje kunnen de geestelijken eindelijk de nodige steun verwachten om hier in Duitsland de puntjes op de i te plaatsen. Eenenveertig stellingen uit de werken van Luther worden in een pauselijke bulle veroordeeld als ketters, ergerlijk en beledigend voor godsvruchtige oren en ogen. De mensen krijgen een formeel verbod om Luthers geschriften te lezen en wie dat toch doet, zal onmiddellijk in de ban van de kerk worden geslagen.
Wie in het bezit is van zijn boeken moet ze verbranden. Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij dit niet doet, dan zal zijn straf niet min zijn. Lees maar: ‘indien binnen de tijd van zestig dagen Luther niet openlijk zijn dwalingen herriep en zijn werken in het vuur wierp werd hij verklaard van een halsstarrige ketter te zijn, in de ban gedaan en zijn ziel overgegeven aan Satan. Ook werden alle wereldlijke vorsten onder dezelfde strafbedreiging gelast zich van zijn persoon meester te maken om naar verdienste van zijn misdaden gestraft te kunnen worden.’ Mijn monnik is vogelvrij verklaard.
Ieper kent de Maarten Luther al in 1517
De bulle van de paus verspreidt zich ook in Vlaanderen. In Leuven bijvoorbeeld worden Luthers boeken op straat verbrand. De nieuwe gedachten van Luther lijken op het eerste gezicht amper doorgedrongen te zijn in het Westland en in Brugge. Het stof van de geschiedenis speelt zo zijn parten. Ik zie me verplicht om verder te graven in mijn eigen archieven. Een Ieperse Franciscaan schijnt al vanaf 1519 te prediken in de kerk van Sint-Maarten om de lokale gelovigen te wapenen tegen de nieuwe leer. De Ieperse jaarboeken geven na wat zoekwerk uiteindelijk toe dat de vogelvrij verklaarde Luther maar al te goed bekend is hier in mijn eigen streek. De getuigenis van mijn pausgezinde kroniekschrijver is veelzeggend: ‘anno 1517 zaaide Martinus Luther het onkruid op de akker van de paus Joannes Medecis Florentius, genaamd Leo X.
Hij was geassocieerd met Alricus Swinglius en meer goddeloze maar geleerde mannen. Zij noemden zich gereformeerden of hervormers. Luther was geboren te Isleven in Saxenland, wierd religieus in het klooster der paters Augustijnen te Erfort en werd in het jaar 1512 doctoor in de Godheid. De wetenschap blies (‘blaasde’ staat er eigenlijk geschreven) hem op en maakte hem hovaardig en hij begon met een geweldige haat de Roomse kerk aan te vallen. De aflaten dienden hem om met meerdere vrijheid zijn gramschap op de kerk uit te voeren. Hij heeft zijn kap verworpen en een huisvrouw aangenomen. Deze misleider veroorzaakte veel bloedstorting die men in de historie vindt. Vlaanderen heeft het afgezien met vrees en flauwe reden kavelinge. Men moet de universiteit van Leuven toeschrijven dat Vlaanderen daar van zulke doling bevrijd is geworden.’
Luther is gewoon een misleider
Het is in elk geval duidelijk dat de jaarboeken van Ieper pas later aan het papier werden toevertrouwd. En zeker na 1525 want het is pas dan dat de predikant, tegen de zin van zijn aanhangers trouwens, in het huwelijk zal treden met de zestien jaar jongere Katharina van Bora met wie hij trouwens zes kinderen zal krijgen. Er is trouwens een aardige dubbelzinnigheid geslopen in de oude geschriften. Luther wordt hier omschreven als een misleider. Ik moet er hartelijk om lachen. Volgens de letter(s) van het woord mag ik dus voortaan elke celebrant van een of andere religieuze dienst met gerust gemoed als een misleider pur sang beschouwen.
De Ieperlingen worden gewaarschuwd om de nodige afstand van deze alternatieve godsgedachten te bewaren. In Veurne, Nieuwpoort, Poperinge, Diksmuide zal dat ongetwijfeld ook het geval zijn. Ze krijgen allemaal hun plakkaat. ‘Anno 1518, op de 30ste december was er in de stad van Ieper vanwege de koning gepubliceerd, present François Thorin en Joris de Bruyne met de poortbaljuw een plakkaat dat niemand wie hij zijn mag en zal vermogen te zweren, vloeken, blasphemeren, (godlasteren) en de naam van God loochenen, nooch die van de heilige maagd Maria, noch grote verfoeilijke en grauwelijke eden te doen waarmee zij hierdoor opnieuw de pijn en de wonden van Jezus Christus op zijn kruis openrijten en verversen.’ De waarschuwing is ondubbelzinnig.
De eerste overtreding wordt bestraft met een geldboete: ‘op peine voor de eerste maal van een geldboete volgens de middelen van de persoon, de tweede maal publiekelijk aan het pelorijn gesteld te worden of op een schavot en voor valse eed de tong doorstoken te worden en voor de derde maal op alle hoeken van de straten van de stad gegeseld te worden en alsdan voor eeuwig uit het land verbannen te worden op peine van de galge.’
De tienden zetten meer en meer kwaad bloed
De orders komen van Margaretha van Oostenrijk, de tante van Karel die op dat moment andere katten te geselen krijgt in Spanje. Op 20 oktober volgt er een nieuwe verordening. Een eeuwig edict met als getuigen Pieter van de Capelle, Pieter Coekele en de Ieperse schout van dienst. De tienden die de kerk opeist bij de mensen moeten voor veel kwaad bloed zorgen bij de man in de straat en zal vermoedelijk reden nummer één zijn waarom het nieuw geloof zo aanslaat bij de burgers. Met welk recht kan de kerk geld blijven eisen van de mensen? Luther zal blijkbaar een gevoelige snaar geraakt hebben.
De voorbije tijd moet het aftroggelsysteem bestemd voor de bouw van pauselijke extravagantie en voor de zakken van de geestelijken nog toegenomen zijn. Na honderden jaren van gedwee tienden betalen op voedsel en landbouwopbrengsten, heeft de zwarte kerkbrigade er nog een schepje bijgedaan. Hun geldhonger blijkt amper te stillen. De levensomstandigheden op het platteland zijn op dat moment bepaald zorgwekkend. Miljoenen keuterboertjes in Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen. Arme stakkers, de naam van boer niet waardig leven er hun erbarmelijk leven. In koterij opgetrokken uit hout, leem en gestapelde stenen, met een strooien dak en één kamer waarin het hele gezin slaapt, eet en leeft. Voeg daarbij een lapje grond. Een kippenren, een varkenshok, een koestal en wat tuin waarop met wat geluk enige groente probeert te groeien. Van hygiëne is er geen sprake. Onhoudbaar koud en kil tijdens de winter. Snikheet in de zomer. Luizen, vlooien, ratten, muizen, muggen, ziekte, koorts. Water en droogte. Stank en verrotting. Uitwerpselen alom. Smeulende en tergende levens die wel eindeloos lijken te duren.
Tien percent moeten deze sukkelaars afstaan
Dan nog afgestaan worden aan de kerk. Voeg daarbij de pacht voor huis en grond die twee keer per jaar moet betaald worden aan de heer. En alsof dat nog niet allemaal genoeg is moeten de bewoners nog enkele maanden per jaar gratis gaan werken voor de eigenaar. Het leven in de middeleeuwen. Een verschrikking. Heffingen op zowat alle levensmiddelen. Zout. Vee. Graan. En alsof dat nog allemaal niet volstaat is er de voortdurende terreur van onbetaalde rondzwervende soldaten die tussen de oorlogen in op zoek zijn naar goed om te plunderen.
Hoe vaak heb ik al geschreven over de roof en de verkrachting die hele dorpen van de kaart veegden? Het bestaan moet uitzichtloos zijn. Gelukkig is er de dood als uiteindelijke verlossing. Hopelijk voorzien van het beloofde extraatje van het eeuwig leven, de definitieve afrekening met alle ellende hier op aarde. En ook deze belofte lijkt nu plots meer te gaan kosten met dat nieuw aflatensysteem. Ik kan me de weerstand van de mensen goed inbeelden. Het nieuw edict wil paal en perk stellen aan extra kerkelijke belastingen. Als er taksen komen zullen die wel geheven worden door de magistraten. En niet door de priesters. De kapittels moeten zich tevreden stellen met wat ze van oudsher konden vragen aan de mensen. Het beteugelen van extra kerktaksen heeft trouwens het voordeel dat de haat tegen de kerk in de kiem gesmoord zal worden. Hopelijk wordt de onrust er echter mee gestild.
Luthers geschriften moeten verbrand worden
De nieuwe wet is duidelijk: ‘de geestelijke en andere personen die pretenderen de tienden te doen betalen op verscheidene opbrengsten die groeien uit de aarde, zoals hout, gras of weidinge en van alle vette hoornbeesten zoals schapen, varkens, kalveren, ganzen, enz.., insgelijks van rapen, kolen, appelen, peren, noten en dergelijke vruchten. Dat het niet betaamt en dat er bevolen wordt dat geen geestelijke, lid van een of ander kapittel, van welke soort of slag of stad het zal vermogen om andere tienden op te eisen of te lichten dan die welke hun voorzaten gewoon waren op te eisen veertig jaar of langer geleden in de tijd. Niemand heeft nog het recht om extra tienden op te eisen op risico van nulliteit.’
De eis om Luthers geschriften in brand te steken zorgt natuurlijk voor een tegenreactie van zijn kant. Actie zorgt zoals altijd voor reactie. ‘Als de kerk het zich permitteert om mijn boeken te verbranden waarom zouden wij ons dan inhouden?’, vragen Luther en zijn medestanders zich af. Hij eist het recht op wedervergelding op en ‘wierp de pauselijke bulle en decretalen de 20ste december 1520 te Wittemberg insgelijks openlijk in het vuur.’ Door dat te doen kan Luther trouwens niet meer terug. Deze prediker verbrandt letterlijk en onherroepelijk zijn schepen. Van een terugkeer naar de schoot van de kerk kan er nooit nog sprake zijn.
Er rest nu alleen nog maar de werkelijkheid van een open oorlog met de officiële kerkinstanties. Die oorlog vertaalt zich in heftige reacties in Duitsland. De voorstanders zegevieren, het dissidente geloof zal uitgeroeid worden. Luthers aanhangers lezen de bullen met verbijstering en met stijgende verontwaardiging. Het beetje eerbied dat ze allemaal nog wel hadden voor de paus smelt als sneeuw voor de zon. Protest en massale optochten van het gemeen leiden in veel steden tot geweld en tot het provocatief verscheuren van de bewuste bulle.
Paus Leo als antichrist
Luther zelf is niet verbaasd. Wat de paus allemaal oplegt is het levend bewijs dat hij zich schuldig maakt aan onrechtvaardigheid en ongodsdienstigheid. Leo als antichrist, zo’n exemplaar die zijn macht alleen maar met dwingelandij en overheersing uitoefent. Het nieuw testament had het goed voorspeld. Hij vermaant alle christelijke vorsten om zich van zulk schandelijk juk te ontdoen en zich achter de vrijheid van het mensdom te scharen. De lokale regeringen komen zwaar onder spanning. De kampen staan als kemphanen tegenover elkaar, de gemoederen raken van langs om meer opgehitst.
Duitsland schudt en beeft in zijn voegen. Dat is zowat de toestand als de twintigjarige Karel het roer overneemt in Duitsland. In 1520, het is bij hem altijd makkelijk om te rekenen. De keurprinsen hebben zich een tijd op de vlakte gehouden en zeker niet gereageerd voor of tegen Luther. Zijn werk en zijn overtuiging hebben zich verspreid over heel Duitsland en die maken vooral indruk op de studenten. ‘Deze twist had echter op de gemoederen van het volk een diepe indruk gemaakt. De eerbied van het gemeen voor de oude leer en zijn instellingen was verminderd, en de brandstof die gans Duitsland in vuur en vlam moest zetten was reeds overal verspreid.’ De schrijver heeft het natuurlijk over Luthers fameuze boeken. ‘De studenten kwamen bij benden uit alle delen van het keizerrijk naar Wittemberg. Melanchton, Carlostadius en andere meesters reisden naar Luther om uit zijn mond dezelfde gevoelens te leren, welke zij bij hun terugkeer verder verspreidden bij hun landslieden, die dezelve aanhoorden met diezelfde levendige aandacht, die men besteedt aan de waarheid wanneer die vergezeld gaat van de nieuwigheid.’
De ongerijmdheid van de heiligen
Met een beetje diplomatie kon paus Leo dat allemaal wel voorkomen hebben. Dom van hem, hij heeft van deze brave monnik een verbitterde tegenstander gemaakt. Zijn aanhang is zo groot dat niemand het hier aandurft om deze Luther in de ban van de kerk te slaan. Deze gaat stapje bij stapje verder met zijn aanvallen op Rome. ‘Hij ontdekte, bij trappen, de nutteloosheid van de bedevaarten en boetedoeningen, de ongerijmdheid van de tussenkomst der heiligen en de goddeloosheid van hun aanbidding. Het misbruik van de biecht en het hersenschimmig bestaan van het vagevuur.’
Hoe verder hij gaat in zijn kritisch onderzoek hoe meer hij beseft dat ze de mensen al veel eeuwen blaasjes hebben wijsgemaakt. Hij ziet ook wel waarom ze de mensen zo expres dom en klein hebben gehouden. ‘Hij meende de voornaamste bronnen van hun verdorvenheid te bespeuren in hun onmatige rijkdommen, in de strenge wet van een ongehuwd leven en de ondraaglijke strafheid van de kloostergeloften.’ De mensen moeten zich houden aan de woorden van God en Jezus, de paus is bijzaak, helemaal niet onfeilbaar zoals beweerd. De paus is een mens van vlees en bloed zoals alle mensen. Het verwondert mij niet dat het volk aan Luthers lippen hangt. Eigenlijk is de scheuring in de kerk nu al een feit. Kerk en staat zijn één pot nat. Luther doet er nog een schepje bij. Eigenlijk zou ik hier snel overheen moeten gaan, maar zijn woorden snijden als een mes. De zedeloosheid en de straffeloosheid van de betere kringen worden als nooit voordien aan de kaak gesteld en zorgen voor een onuitgegeven crisis van het gezag.
De rijken krijgen wel vergiffenis voor hun zonden
‘De gemakkelijkheid waarmee de rijken zich aan de schrikkelijkste euveldaden schuldig gemaakt hadden en toch vergiffenis verwierven vermeerderde de ergernis. Het hof van Rome, dat nooit uit het oog verloor om zijn eigen inkomsten zo veel mogelijk te vermeerderen, volgende de rechters in hun straffen en gestrengheid schonk vergiffenis aan alle zondaars die een som geld konden betalen. Het denkbeeld om misdaden met geldboetes af te kopen was in de oude tijd niet vreemd. Het gebruik ervan werd zelfs algemeen geaccepteerd. De officieren van de Roomse kanselarij gaven zelfs een boek uit waarin de juiste som voor de vergiffenis van elke zonde bepaald was.
Een diaken die een moord begaan had werd voor twintig kronen vrijgesproken en ontslagen van zonde. Een bisschop en een abt konden een moord plegen voor driehonderd pond. Iedere kerkelijke kon zich op de verfoeilijkste wijze bevlekken voor het derde gedeelte van die som. De hatelijkste misdaden zelf, waarvan men in één mensenleven zelden voorbeelden van vindt werden gewoon met de mantel der geldliefde toegedekt. Maar toen er eindelijk in de wereldlijke hoven een betere manier van rechtspraak werd ingevoerd, raakte de gewoonte om misdaden af te kopen in onbruik. De voorwaarden van het hof van Rome om vergiffenis te schenken werden voortaan als goddeloos beschouwd en als de bron van het verderf van de geestelijken.’
Hun geloof is feitelijk een platvloers bijgeloof
Luther is scherp en zijn publiek luistert met ingehouden adem. ‘En moest het dan nog gebleven zijn bij die zedenverbastering van de geestelijken. Maar neen. Hun buitensporige rijkdom en macht stelden hen tezelfdertijd in een positie om al de andere mensen te onderdrukken. Hun zogezegd geloof was niet meer dan een ordinair en platvloers bijgeloof hetwelk altoos met pracht of grootheid was ingenomen om gewijde lieden rijkelijk en onbepaald te begiftigen. Van daar de bron van hun onmetelijke inkomsten en dat van dit onbepaalde rechtsgebied door de kerk in elk land van Europa bezeten en waarvoor de leken voor opdraaiden. En dat die rijkdom eigenlijk hun geld was.’
De schrijvers blijven terugblikken in de tijd. Wat zich hier afspeelde in Duitsland kan je perfect kopiëren naar Vlaanderen. De politieke instabiliteit en de aanslepende oorlogen hebben de kerken groot gemaakt. In tijden van oorlog werden alleen de kerkgebouwen van vernieling gespaard. Men behoedde ze uit eerbied voor de kerkelijke waardigheid maar vooral uit bijgelovige vrees van de kerkelijke ban, een dreigement waar de geestelijken te pas en te onpas mee zwaaiden. ‘Velen die dit bemerkten droegen hun land over aan de clerus om achteraf hun eigendommen in leen te houden van diezelfde kerk. De kerk kreeg met verloop van tijd zo veel eigen leenmannen waardoor haar macht nog groter werd. Met zeer veel uitwendige praal tot de priesterlijke bediening gewijd, werden ze van de rest van de mensen onderscheiden door hun bijzondere kleding en een andere levenswijze. Ze konden uit hoofde van hun staat genieten van verscheidene exclusieve voorrechten waar andere christenen niet in deelden.’
Kazuifels als schild voor immuniteit
‘Naarmate de geest van bijgelovigheid toenam werden ze aanzien als wezens ver verheven boven de ongewijde leken. Ze meenden dat men hen niet volgens dezelfde wetten kon beoordelen of aan dezelfde straffen kon onderwerpen. De burgerlijke rechtbanken maakten een uitzondering voor de priesters. Deze ongezonde vrijheid werd trouwens geruggensteund door pauselijke vonnissen en kerkelijke vergaderingen en bekrachtigd door de voornaamste keizers die het land ooit bestuurden. De kerkelijke gewaden als schild voor immuniteit. Zo kan ik dit het best interpreteren. En weeral eens dat gesjoemel met de term ‘gewijd’. Gewijd water en gewijde ambten.
Even kruisgewijs zwaaien met de handen was voldoende om iets of iemand te wijden. Bepaald hallucinant om vast te stellen dat het dit zwart volk was die zo hard inkerfde op bijgeloof en afgoderij. Het ergste van allemaal was de wetenschap dat ze ervan overtuigd waren dat ze zelf een heilige dimensie konden geven aan de dingen. Hoe waanzinnig het er allemaal aan toe ging blijkt verder in deze oude teksten. ”Zo lang een kerkelijke met de geestelijke waardigheid bekleed was, werd zijn persoon geheiligd gehouden en ten ware dat hij van zijn bediening was afgezet kon de ongewijde hand van wereldrijke rechters zijn persoon niet aanraken.’ De macht om een kerkman af te zetten kwam alleen toe aan geestelijke hoven. ‘Het viel moeilijk en kostelijk om een vonnis tegen hem te verkrijgen zodat de meeste beschuldigingen volstrekt onbestraft bleven. Veel schelmen namen om geen andere redenen de kerkelijke orde aan, dan om daar door hun straf te ontwijken welke zij voor hun misdaden verdiend hadden. De Duitse edelen klaagden openlijk dat deze gezalfde kwaaddoeners zelden, zelfs niet om de gruwelijkste misdaden, met de dood gestraft werden. Deze immuniteit voor de burgerlijke rechter was een smet op de maatschappij van toen en hielp allerminst om vooruitgang te zien in het gedrag van de geestelijken.’
Nu begrijp ik pas de term ‘heilige schrik’
Vooruitgang? Bach, ik kan nog niet eens het topje van de ijsberg vatten. Het leven van de mensen is verknocht met en verknoeid door de geestelijken. Ik blijf het me afvragen hoe deze mannen en vrouwen in hemelsnaam zo lang hebben kunnen geloven in waarden die eeuwen en eeuwen gezorgd hebben voor de smerigste corruptie en de gortigste wantoestanden. Ik kan het echt niet beter vertalen dan wat ik hier te lezen krijg: ’terwijl de geestelijkheid met zo veel ijver haar voorrechten zocht te verzekeren maakte ze een gedurige indrang op die van de leken. Alle zaken, het huwelijk, uiterste wille, woeker, wettige geboorte als mede het kerkelijk inkomende rakende, werden verondersteld zo nauw aan de godsdienst verbonden te zijn, dat ze allemaal door geestelijke hoven konden gevonnist worden.
Hierdoor kregen de kerkelijken nog grotere vermogens en geldsommen welke in die tijden betaald werden aan diegenen die de bedieningen van het recht hadden.’ Ik kan me perfect de vrees van de mensen inbeelden. Een heilige schrik voor de opgelegde straffen. Ik besef nu waarom schrik in mijn eigen taal nog altijd gelinkt wordt aan het bijvoegsel ‘heilig’. Heilige schrik om rond de oren geslagen te worden met de kerkelijke ban bijvoorbeeld. In de Westhoek en in Vlaanderen kunnen ze er over meevertellen. ‘Die ban werd oorspronkelijk ingesteld om de kerk in haar zuiverheid te bewaren. Men bediende zich daarvan om uit de vergadering van de gelovigen zulke hardnekkige zondaars te weren, van wie hun goddeloze gevoelens en hun ergerlijk leven de christelijkheid tot schandvlek strekten.’ En dat was nog maar het begin van de ellende.
De naamloze vennootschap ‘kerk’
‘In het vervolg durfden de kerkelijken zich daarvan onbeschroomd bedienen om hun wereldlijke macht uit te zetten en er in de beuzelachtigste gevallen gebruik van te maken. Wie hun uitspraken naast zich neerlegde of verachtte, zelfs in burgerlijke zaken, haalde zich direct deze verschrikkelijke ban op de hals, door welke hij niet alleen van al de voorrechten van een christen verstoken werd maar zelf de rechten van burger en van mens ontnomen werd. Deze heilige vrees die men voor deze monsterlijke ban had hield de stoutste en meest oproerige geesten in teugel en onderworpen aan het kerkelijk gezag.’ De kerk zorgt deksels goed voor haar vermogen en haar rijkdommen die ze met zo veel ijver en behendigheid bij elkaar heeft geharkt. ‘De bezittingen van de kerk werden verklaard om onvervreemdbaar te zijn, als aan God toegewijd, zo dat de inkomsten van de naamloze vennootschap ‘kerk’ dagelijks de winst verbazingwekkend deed aangroeien.
In Duitsland werd gerekend dat de kerkelijken meer dan de helft van de eigendom van de natie in handen hadden net zoals dat het geval was in de buurlanden. Deze uitgestrekte bezittingen waren daarenboven aan geen belastingen onderhevig zoals dat het geval was bij de gewone burgers. De geestelijkheid was volgens de wet vrijgesteld van belastingen en alle gevallen van eventuele bijstand werden aanzien als zuivere giften en edelmoedigheid van de kerk. Door deze vreemde ongerijmdheid in de regering vonden de leken van Duitsland zich beladen met al het gewicht van de belastingen. Dit terwijl de rijkste eigenaars of grootste landbezitters niet verplicht waren de staat bij te springen of te verdedigen.’ Ik lijk wel beland bij de Interbrews, de Electrabels en de Microsofts van de eenentwintigste eeuw.
Het hele rijk zit vol van die schepsels
En dat het dan nog mensen uit eigen land waren. Maar neen. ‘De rijkdom en de voorrechten waren niet in het bezit van kerkelijken die hun verblijf hadden in Duitsland. De bisschoppen van Rome hadden zich al vroeg het stoutste recht aangematigd, namelijk dat van de onfeilbare opperhoofden van de christelijke kerk te zijn. Hun doortrapte staatskunde, hun behendigheid om geen gunstige gelegenheden te verzuimen..’ en zo gaat het maar verder. De helft van een land bezitten laat natuurlijk zijn sporen na tot op het hoogste niveau: ‘Duitsland was het land waar de kerkelijke oppervorsten met het willekeurigst gezag heersten.
Ze sloegen enige van de voortreffelijkste keizers in de kerkelijke ban, zetten hen af en hitsten hun onderdanen, hun staatsbedienden en zelfs hun kinderen op om tegen hen de wapens op te nemen. In het midden van die twisten breidden de pausen voortdurend hun eigen rechten uit en beroofden ze de wereldlijke vorsten van hun dierbaarste voorrechten.’ De kerk heerst over het puin die de wereldlijke macht met zijn oorlogen is kwijtgespeeld. De mannetjes van Rome zitten werkelijk overal. ‘De pausen konden het hele rijk met hun schepsels vullen, allemaal onderdanen die exclusief afhingen van de pauselijke zetel en waar de wereldlijke leiders niet het minste vat op konden krijgen. De rijkste bedieningen werden in elk land aan vreemden gegeven en de rijkste schatten overal uitgeput om de pracht en de weelde van hun hof te voeden.’
Natuurlijk krijgt Luther de steun van de kleine man
Waarom zou ik verwonderd zijn van de steun die Luther krijgt van de man in de straat? ‘In de bijgelovigste eeuw zelf toonden de volken zich oproerig tegen deze onderdrukking en hun menigvuldige klachten en gemor maakten dat de pausen hen niet langer durfden vergrammen en een stuk van hun autoriteit zouden afstaan.’ Er werd met andere woorden weer ruimte gemaakt om eigen mensen aan de leiding van lokale kerken te krijgen. Maar het hof van Rome beknotte deze maatregelen door elke benoeming te laten afhangen van de pauselijke goodwill. De hoogste in rang, de kardinalen, werden enkel door de paus aangesteld, een fenomeen dat we anno 2016 nog altijd kennen.
Er waren natuurlijk meer kandidaten dan postjes. De gebieden moesten eerst vrijkomen. Een beetje zoals bij een notariskantoor. ‘Daarom voerden ze de pauselijke toezeggingen in, de “expectative graces”. Een wachtlijst waarmee de paus iemand tot het eerst openvallend kerkgoed benoemde. Het maakte dat Duitsland vol was van kerkelijken die enkel van het Roomse hof afhingen, het welk zij uit hoofde van hun toezeggingen aankleefden. Dat zorgde er ook voor dat de vorsten hun persoonlijke voorrechten kwijt raakten, terwijl de rechten van de heren tot onbeduidend werden teruggeschroefd.’
Het marchanderen met deze ambtstitels steekt de ogen uit. ‘De schraapzucht en de knevelarij van het Roomse hof waren zo groot dat ze bijna tot een spreekwoord werden.’ Ik schud er zo een uit mijn mouw: ‘wie het kruis heeft, zegent zichzelf het eerst.’ Het passiespel van Pasen en het gegoochel met God als één doortrapte leugen. ‘Het verkopen van kerkelijke bedieningen was zo kenbaar dat er niet eens moeite werd gedaan om het te verbergen of te bedekken. Gehele benden kooplieden kochten openlijk ministerfuncties en kerkelijke waardigheden doorheen de verschillende staten van Duitsland en verkochten die weer verder met een flink stuk winst.’ Alsof je vandaag de functie van bisschop zou kunnen kopen op Kapaza of eBay.
Zo was het dus gesteld met die bedorven zeden
Mensen die echt gelukkig waren met hun geloof, overtuigde en goedhartige christenen, zagen deze praktijken met lede ogen aan. Deze koophandel van geestelijke functies was de katholieke kerk onwaardig. De economen op hun beurt klaagden over het teloor gaan van zo veel financiële middelen die bij zulke ongewijde handel verloren gingen. Inderdaad, de geldsommen welke het Roomse hof uit deze geregelde en wettige belastingen trok van al de landen die zijn gezag erkenden waren zo aanzienlijk dat het helemaal niet te verwonderen was dat de mensen morden. Iedere kerkelijke betaalde bij het aanvaarden van zijn bediening de ‘annaten’ aan de paus. Het gaat hier over de toekomstige inkomsten uit zijn waardigheid van één jaar.
Deze belasting werd met uiterste gestrengheid ingevorderd en bracht onnoemelijk veel geld in het laatje. Voeg hierbij de vrije giften door de pausen menigmaal van de geestelijkheid opgeëist, net zoals de buitengewone tiendenheffingen van de kerkelijke inkomsten, onder voorwendsel van de kruistochten tegen de Turken, militaire operaties die nog maar sporadisch werden uitgevoerd. Dit alles te samen kan men opmaken welke onmetelijke inkomsten gestadig door Rome verzwolgen werden. Zo was het dus gesteld met de bedorven zeden, de buitensporige rijkdom, de macht en de voorrechten van de geestelijkheid.’
De komst van Maarten Luther was blijkbaar hoognodig. De Schotse historicus William Robertson die in 1769 deze woorden voor de eerste keer aan het papier toevertrouwde hoedt er zich voor van vooringenomen te zijn. ‘Ik heb deze schets geenszins getrokken uit de twistschrijvers van die tijd’, geeft hij aan. ‘Deze zouden de dwalingen van de kerk nog veel omvangrijker hebben omschreven.’ Zijn bronnen zijn registers en betogen uit officiële rijksvergaderingen, zakelijke documenten, zonder emoties, koel en bezadigd neergeschreven en waarbij maar al te duidelijk bleek hoezeer dat oude keizerrijk probeerde zich los te wrikken van deze kerkelijke dictatuur.
De passionele prediker laat niemand onberoerd
Ik hoef er eigenlijk geen plaatje rond te maken. De boodschap van Luther om het Roomse juk af te werpen, wordt door de burgers met grote gretigheid omarmd. De passionele prediker laat niemand onberoerd. ‘De hevigheid en vinnigheid van Luthers karakter, het vertrouwen waarmee hij zijn leer verkondigde’. Zijn kleine kantjes worden aanvankelijk door zijn aanhangers met de mantel der liefde bedekt, maar die zijn er wel. ‘De verwaande en verachtelijke wijze waarmee hij al diegenen behandelde die met hem van mening verschilden, zouden pas veel later als grote mankementen in zijn karakter opgemerkt worden.’
De man moet zijn supporters werkelijk opjagen en beroeren. Hoewel zijn boodschap terecht lijkt, krijg ik toch een beetje een wrange smaak over de man die hij is. Zou hij dan zo’n type prediker zijn die we zo vaak zien op tv? Charismatische sprekers zijn toch wel echt gevaarlijk als ze zelf gaan beseffen hoeveel invloed ze kunnen opdringen aan hun publiek, hun sekte. Zo ook voor een flink stuk in Duitsland rond 1520. ‘Zijn gebreken stoorden zijn tijdsgenoten niet, wier gemoederen hevig beroerd werden door de gewichtige geschillen welke hij voorbracht, hij, de man die daarenboven nog zelf de gestrengheid van de paapse dwingelandij gevoeld had en in de kerk met eigen ogen de verdorvenheid gezien had tegen welke hij zo sterk uitvoer.’
Schelden en schuttingtaal net als bij Donald Trump
Ik krijg nog meer details te lezen over zijn karakter. ‘Zijn aanhangers waren niet gebelgd over zijn grote onbeschoftheid welke zo dikwijls in zijn geschriften voorkwam. Of over de platvloerse boertigheid die hij vaak in zijn redevoeringen vermengde. Het was in die barbaarse tijden de gewoonte om alle twistschriften met scheldwoorden op te vullen en bij de plechtigste gelegenheden en in het verhandelen van de heiligste onderwerpen de lafste boertigheid te gebruiken.’ Ik denk meteen aan Donald Trump. Precies een doorslag. Schelden en schuttingtaal die direct begrepen worden door de massa simpelen van geest.
Ik stel hetzelfde vast in het Duitsland van Maarten Luther en korte tijd later bij ons in de Westhoek. ‘Deze schimp en spotternij, in plaats van Luthers zaak te benadelen, was van die uitwerking om het volk de dwalingen van de paperij te doen inzien en de mensen te overreden om de paus te laten varen.’ Dat zijn revolutionaire gedachten zo snel ingang vinden in Europa heeft ook met andere factoren te maken. De Duitser Gutenberg had in datzelfde Duitsland rond 1450 de drukkunst uitgevonden. Maarten Luther zal de eerste zijn om er gretig gebruik van te maken. ‘De verkrijging en voortplanting van kennis was door deze gewichtige ontdekking ongemeen gemakkelijk geworden en Luthers boeken die anders maar een trage en twijfelachtige voortgang zouden gemaakt hebben in afgelegen landen werden nu eensklaps, door die kunst over gans Europa verspreid. Zij werden niet enkel van rijken en geleerden gelezen maar zij kwamen ook in de handen van het volk, dat op het appèl van het zelve het durfde te wagen om de leerstellingen van de kerk te onderzoeken en te verwerpen.’
De jaren 1500 maken de mensen wakker
Er moet toch echt wel een heel nieuwe wind waaien daar in het begin van de jaren 1500. De Spanjaarden die opduiken. Graven en hertogen en lokale histories in de steden die elk van zich dachten het centrum van de wereld te zijn maken plaats voor heel andere fenomenen. De wereld is plots een stuk kleiner en bevattelijker geworden. Het lijkt een eerste voorproef van wat we nu zelf meemaken met de globalisering. ‘De opleving van de oude letteren stuwde die vernieuwing verder en verder. De studie van de oude Griekse en Romeinse schrijvers, de ontdekking van de bondige schoonheden en de goede smaak in hun werken, wekten het menselijk verstand. Het leek er wel op dat het menselijke brein ontwaakte uit een diepe slaapziekte waarin het vele eeuwen achtereen in gedompeld was gebleven.’
Revival. Verlichte geesten. Wedergeboorte. Renaissance. ‘De mensen schenen eensklaps het vermogen van denken en redeneren wedergevonden te hebben. Zaken die ze al lange tijd verloren waren. Verrukt met deze nieuwe kennis, bedienden ze zich van alle onderwerpen. Zij waren niet langer bang om een onbekend pad in te slaan of om nieuwe gevoelens toe te laten. Luthers stoute handen die de sluier van de pauselijke leer aan één zijde trokken of verscheurden waarmee de aangenomen dwalingen bedekt waren gebleven, werden toegejuicht en geholpen.’ Het is tot aan die tijd aan weinigen gegeven om te kunnen lezen en schrijven.
De adel, de clerus en de rijke burgerij. Boeken zijn een absolute nieuwigheid maar die komen in één gulzige geut toegestroomd. Samen met de revolutionaire gedachten van deze Luther. Ze worden over dezelfde kam geschoren. ‘Diezelfde onkundige en barbaarse monniken die zo zeer tegen het invoeren van de geleerdheid verzet hadden, waren ook diegenen die zich het sterkst tegen Luthers gevoelens deden horen. De zaak der letteren en die van de hervorming werd derhalve beschouwd als zeer aan elkander verknocht en zij vonden in alle landen dezelfde vrienden en vijanden.’
–
Uit deel 6 van ‘De Kronieken van de Westhoek’


