Wat zich hier afspeelde in Duitsland kan je perfect kopiëren naar Vlaanderen. De politieke instabiliteit […]
Augustus 1566. De agitatie neemt epidemische vormen aan. Die schoorvoetende eerste Boescheepse hagenpreek uit 1562 […]
Vooruitgang? Bach, ik kan nog niet eens het topje van de ijsberg vatten. Het leven […]
De eerste bisschop in Ieper is afkomstig uit de Kempen. Dokter Martin Boudewyn, tot dan […]
7 september 1566. De trommels weerklinken in de Ieperse lucht. Iedereen die zin heeft om […]
‘Luther ontdekte, bij trappen, de nutteloosheid van de bedevaarten en boetedoeningen, de ongerijmdheid van de […]
Luther beweert dat een mens in alles zijn eigen meester moet zijn en aan niemand […]
Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij […]
Gallië bestaat uit drie naties. Belgisch Gallië, Celtica en Aquitanië. De bevolking is wonderlijk geneigd […]
‘Het fernijn van die leer drong dagelijks meer en meer door.’ Met dat prachtig authentiek […]
Er moet toch echt wel een heel nieuwe wind waaien daar in het begin van […]
Ook zo’n bizar onderwerp is de term ‘zegeningen’. Als je daarover nadenkt dan is het […]
In Vlaanderen is de ellende alleen maar toegenomen de voorbije jaren. Brugge zit op zijn […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
Luther wantrouwt de oorspronkelijke interpretatie Zo arriveer ik bij Maarten (Martinus) Luther. Hij kon geen […]
Een eerste zoontje voor Isabella van Portugal 17 januari 1431. Isabella van Portugal brengt te […]
Voor de Franse revolutie, eerde men voornamelijk Onze-Lieve-Vrouw van de zeven Weeën bij de Recoletten en zelfs in 1515, werd er besloten in een van hun vergaderingen dat het hedendaagse feest in al hun kloosters van Belgenland jaarlijks met grote plechtigheid zou gevierd worden.
Ik pik de draad van de gebeurtenissen weer op ergens in de zomer van 1579. De Nederlanden bevinden zich nog altijd in een roetsjbaan van geweld en repressie. Hoe is het toch zo ver kunnen komen?
In Poperinge leer ik Pieter Dathen kennen. De voorloper die voldoende welbespraakt is om het calvinisme te prediken. Een monnik met een rosse baard. Een type ‘Willem Vermandere’ maar dat is een subjectieve benadering van mijn kant waarbij elke verdere vergelijking hier mee ophoudt.
Ne veugel ku’j herkennen an zijn liedje, ne mens ku’j herkennen an zijn woorden.
Een beslissinge gepakt ’s nachts, kan dikwijls veranderd zijn ’s nuchtens.
De weireld is wat dat uuze gedachten d’ervan peizen.
Ik zie mezelf nota bene nog bangetjes zitten in dat biechtgeval van mijn kinderjaren, die houten kooi, waar een of andere paljas van een pastoor net hetzelfde claimde. ‘De poorten van de hel zullen gesloten blijven en de poorten van het paradijs der vreugde zullen geopend worden. Ofschoon gij niet terstond moogt sterven, zal deze genade echter in volle kracht op u blijven tot op uw sterfuur. In de naam des vaders, des zoons en des heiligen geestes en mits een zo groot mogelijk voorschot.’ Tetzel brainwasht zijn publiek, hypnotiseert de mensen, maakt ze zo zot als een achterdeur en laat ze aflaatbrieven kopen zoveel hij wenst.
Offerande en sacrificie. De mensen bieden zichzelf aan om geslachtofferd te worden ter ere van een of andere vreemde sjarel van een god. Daar staan de druïdes voor, de priesters nog voor dat woord is uitgevonden.
Sommige pelgrims waren door het water en de ratten uit hun woningen verdreven, anderen door werkloosheid; sommigen handelden uit wanhoop, anderen uit geloof en bijgeloof; maar al deze dolende stumperds hadden slechts een doel voor ogen: sterven in de schijn van een gewijde kaars en in de schaduw van een vermaard heiligdom.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.