banner
feb 20, 2025
138 Views
Reacties uitgeschakeld voor Smeulende en tergende levens

Smeulende en tergende levens

Written by
banner

Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij dit niet doet, dan zal zijn straf niet min zijn. Lees maar: ‘indien binnen de tijd van zestig dagen Luther niet openlijk zijn dwalingen herriep en zijn werken in ’t vuur wierp, werd hij verklaard van een halsstarrige ketter te zijn, in de ban gedaan, en zijn ziel overgegeven aan Satan. Ook werden alle wereldlijke vorsten onder dezelfde strafbedreiging gelast, zich van zijn persoon meester te maken om naar verdienste van zijn misdaden gestraft te kunnen worden.’ Mijn monnik is vogelvrij verklaard.

De bulle van de paus verspreidt zich ook in Vlaanderen. In Leuven bijvoorbeeld worden Luthers boeken op straat verbrand. De nieuwe gedachten van Luther lijken op het eerste gezicht amper doorgedrongen te zijn in het Westland en in Brugge. Het stof van de geschiedenis speelt zo zijn parten. Ik zie me verplicht om verder te graven in mijn eigen archieven. Een Ieperse Franciscaan schijnt al vanaf 1519 te prediken in de kerk van Sint-Maarten om de lokale gelovigen te wapenen tegen de nieuwe leer.

De Ieperse jaarboeken geven na wat zoekwerk uiteindelijk toe dat de vogelvrij verklaarde Luther maar al te goed bekend is hier in mijn eigen streek. De getuigenis van mijn pausgezinde kroniekschrijver is veelzeggend: ‘anno 1517 zaaide Martinus Luther het onkruid op de akker van de paus Joannes Medecis Florentius, genaamd Leo X. Hij was geassocieerd met Alricus Swinglius en meer goddeloze maar geleerde mannen. Zij noemden zich gereformeerden of hervormers. Luther was geboren te Isleven in Saxenland, wierd religieus in het klooster der paters Augustijnen te Erfort en werd in het jaar 1512 doctoor in de Godheid.’

‘De wetenschap blies (‘blaasde’ staat er eigenlijk geschreven) hem op en miek hem hovaardig en hij begon met een geweldige haat de Roomse kerk aan te vallen. De aflaten dienden hem om met meerdere vrijheid zijn gramschap op de kerk uit te voeren. Hij heeft zijn kap verworpen en een huisvrouw aangenomen. Deze misleider veroorzaakte veel bloedstorting die men in de historie vindt. Vlaanderen heeft het afgezien met vrees en flauwe reden kavelinge. Men moet de universiteit van Leuven toeschrijven dat Vlaanderen daar van zulke doling bevrijd is geworden.’

Het is in elk geval duidelijk dat de jaarboeken van Ieper pas later aan het papier werden toevertrouwd. En zeker na 1525 want het is pas dan dat de predikant, tegen de zin van zijn aanhangers trouwens, in het huwelijk zal treden met de zestien jaar jongere Katharina van Bora met wie hij trouwens zes kinderen zal krijgen. Er is trouwens een aardige dubbelzinnigheid geslopen in de oude geschriften. Luther wordt hier omschreven als een misleider. Ik moet er hartelijk om lachen. Volgens de letters van het woord mag ik dus voortaan elke celebrant van een of andere religieuze dienst met gerust gemoed als een misleider pur sang beschouwen.

De Ieperlingen worden gewaarschuwd om de nodige afstand van deze alternatieve godsgedachten te bewaren. In Veurne, Nieuwpoort, Poperinge, Diksmuide zal dat ongetwijfeld ook het geval zijn. Ze krijgen allemaal hun plakkaat. ‘Anno 1518, op de 30ste december was er in de stad van Ieper vanwege de koning gepubliceerd, present François Thorin en Joris de Bruyne met de poortbaljuw een plakkaat dat niemand wie hij zijn mag en zal vermogen te zweren, vloeken, blasphemeren, (godlasteren) en de naam van God loochenen, nog die van de heilige maagd Maria, noch grote verfoeilijke en grauwelijke eden te doen waarmee zij hierdoor opnieuw de pijn en de wonden van Jezus Christus op zijn kruis openrijten en verversen.’

De waarschuwing is ondubbelzinnig. De eerste overtreding wordt bestraft met een geldboete: ‘op peine voor de eerste maal van een geldboete volgens de middelen van de persoon, de tweede maal publiekelijk aan het pelorijn gesteld te worden of op een schavot en voor valse eed de tong doorstoken te worden en voor de derde maal op alle hoeken van de straten van de stad gegeseld te worden en alsdan voor eeuwig uit het land verbannen te worden op peine van de galge.’

De orders komen van Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, die op dat moment andere katten te geselen krijgt in Spanje en die zoals de Ieperse kronieken het aangeven op dat moment in 1518 inderdaad nog de status van koning bezit en niet die van keizer. De kwestie van het geselen van die katten in Spanje, mag ik hier in Ieper overigens eigenlijk wel letterlijk opvatten.

Op 20 oktober volgt er een nieuwe verordening. Een eeuwig edict met als getuigen Pieter van de Capelle, Pieter Coekele en de Ieperse schout van dienst. De tienden die de kerk opeist bij de mensen moeten voor veel kwaad bloed zorgen bij de man in de straat en zal vermoedelijk reden nummer één zijn waarom het nieuw geloof zo aanslaat bij de burgers. Met welk recht kan de kerk geld blijven eisen van de mensen? Luther zal blijkbaar een gevoelige snaar geraakt hebben. De voorbije tijd moet het aftroggelsysteem bestemd voor de bouw van pauselijke extravagantie en voor de zakken van de geestelijken nog toegenomen zijn. Na honderden jaren van gedwee tienden betalen op voedsel en landbouwopbrengsten, heeft de zwarte kerkbrigade er nog een schepje bijgedaan. Hun geldhonger blijkt amper te stillen.

De levensomstandigheden op het platteland zijn op dat moment bepaald zorgwekkend. Miljoenen keuterboertjes in Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen. Arme stakkers, de naam van boer niet waardig, leven er hun erbarmelijk leven. In koterij opgetrokken uit hout, leem en gestapelde stenen, met een strooien dak en één kamer waarin het hele gezin slaapt, eet en leeft. Voeg daarbij een lapje grond. Een kippenren, een varkenshok, een koestal en wat tuin waarop met wat geluk groente probeert te groeien. Van hygiëne is er geen sprake. Onhoudbaar koud en kil tijdens de winter. Snikheet in de zomer. Luizen, vlooien, ratten, muizen, muggen, ziekte, koorts. Water en droogte. Stank en verrotting. Smeulende en tergende levens die wel eindeloos lijken te duren.

Tien percent van wat deze sukkelaars hier produceren, moet als sinds jaar en dag dan nog afgestaan worden aan de kerk. Voeg daarbij de pacht voor huis en grond die twee keer per jaar moet betaald worden aan de heer. En alsof dat nog niet allemaal genoeg is, moeten de bewoners nog enkele maanden per jaar gratis gaan werken voor de eigenaar. Het leven in de middeleeuwen. Een verschrikking. Heffingen op zowat alle levensmiddelen. Zout. Vee. En alsof dat nog allemaal niet volstaat, is er de voortdurende terreur van onbetaalde rondzwervende soldaten die tussen de oorlogen in op zoek zijn naar goed om te plunderen. Hoe vaak heb ik al geschreven over de roof en de verkrachting die hele dorpen van de kaart veegden?

Het bestaan moet uitzichtloos zijn. Gelukkig is er de dood als uiteindelijke verlossing. Hopelijk voorzien van het beloofde extraatje van het eeuwig leven, de definitieve afrekening met alle ellende hier op aarde. En ook deze belofte lijkt nu plots meer te gaan kosten. Ik kan me de weerstand van de mensen goed inbeelden. Het nieuw edict wil paal en perk stellen aan extra kerkelijke belastingen. Als er belastingen komen, zullen die wel geheven worden door de magistraten. En niet door de priesters. De kapittels moeten zich tevreden stellen met wat ze van oudsher konden vragen aan de mensen. Het beteugelen van extra kerktaksen heeft trouwens het voordeel dat de haat tegen de kerk in de kiem gesmoord zal worden. Hopelijk zal de onrust ermee gestild worden.

Dit is een fragment uit Deel 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.