banner
apr 22, 2026
3 Views
Reacties uitgeschakeld voor De reeuwers

De reeuwers

Written by
banner

21 juli 1580. De wachters mogen niemand laten vertrekken uit de stadspoorten. Al de wagens die zich in de binnenstad bevinden worden opgeëist. De zenuwen staan gespannen. Aan de Leet sleept men rond 16u acht stukken zware artillerie tot onder de kraan bij de oever van de Ieperlee. De kanonnen worden nu allemaal op de wagens worden getild. Op het kerkhof van Sint-Maartens zijn ze de hele dag in de weer met het vervaardigen van schansmanden. Een stuk of zestien.

Achthonderd kilo buskruit wordt voorzichtig op de karren geladen, samen met manden met munitie. Rond 20u rollen de wagens denderend over de straatkeien. Weg uit Ieper. Ze worden begeleid door driehonderd soldaten en al de beschikbare ruiters, naast de goedwilligen en de ‘blanke rokken’ van de poorterij.

Vier of vijf vendels van de Schotten voegen zich bij het Iepers leger. Honderdvijftig paarden en duizend man, het blijkt pas nu dat ze het gemunt hebben op het kasteel van Waasten waar ze op de ochtend van de 22ste al om 3u de eerste schoten lossen. Om 9u hebben de kanonnen al honderdvijftig keer gebulderd maar op de vraag of de vijand zich wil overgeven krijgen ze een duidelijk ‘nee’ als antwoord.

Vanuit Ieper wordt een van de zwaarste artilleriestukken aangevoerd. Een kanon van achthonderd kilo wordt met paarden onder de kraan gesleept en dan naar Waasten vervoerd. Nadat het nieuw kanon zijn werk heeft gedaan volgt om 15u nog eens diezelfde vraag tot overgave. Het antwoord van binnenin is dit keer niet negatief, ze vragen wel een bedenktijd van drie uur. Maar de kolonels van de Schotten en de Ieperlingen vertrouwen het hele zaakje niet en beslissen om terug te keren naar hun posities van gisteren.

23 juli 1580. Het is een hete, droge en winderige dag. Deze cocktail zorgt voor een grote brand in de Langemeersstraat. Twee huizen staan op geen tijd in lichterlaaie. Eén van die woningen is een pesthuis en blijkbaar zou de ladderzatte reeuwer (een vrouw dan nog) van dienst het vuur hebben aangestoken en alarm geslagen hebben toen ze zelf de brand niet meer onder controle kreeg. Ze heeft nog om hulp geroepen en is weggelopen. Het verkoold lijf van de zieke jonge dochter kan pas na de brand uit de smeulende resten worden weggehaald. Gelukkig blijft het inferno beperkt tot die twee woningen.

Diezelfde avond rijdt er opnieuw een colonne weg uit Ieper. Driehonderdvijftig voetknechten, dit keer in het gezelschap van de burgers met hun ‘blauwe rokken’, de nodige ruiters, twaalf schippers, twaalf timmerlieden en veel werklieden die gewoonlijk aan de stad werken. Ze voeren acht lege wagens met zich mee en hebben dus duidelijk de intentie om buit te maken. Het gaat richting Houplines bij Armentières en ietwat ten zuiden van Mesen.

Ze targetten blijkbaar het lokaal kasteel waar zich ongetwijfeld malcontenten schuilhouden. De hevige gevechten laten niet op zich wachten. Vanuit het kasteel schieten ze dapper, de Ieperlingen zijn natuurlijk in overtal en terwijl de gevechten aan de gang zijn vernielen de werklieden en de schippers de speien van beide watermolens. De soldaten doen hun ronde in het dorp van Houplines, steken de woningen en de voldersmolens in brand en stelen er als eersteklas crapuul. Drie soldaten op het kasteel sneuvelen en ook aan Ieperse zijde vallen er enkele gewonden. Daarna komen ze de 24ste juli – een zondag – terug naar huis.

De pest is de voorbije dagen bezig aan een steile opmars. Vooral in de Sint-Pieterswijk, nog geen kilometer van onze woning verwijderd. De voorbije week zijn daar drie branden geweest. Ook de vismarkt is flink besmet. De reeuwers die de pestgevallen verzorgen merken de laatste dagen verdacht veel weggeworpen voedsel op. Achteraan in de straten en steegjes, lukraak in de tuinen van de mensen gegooid. Kippenjongen, wafels, kaas, zwijnenvlees, bedorven toestanden die ratten en ander ongedierte aantrekken.

Zo zullen we natuurlijk nooit van deze ziekte afraken. De wetsheren zien zich wel verplicht om verregaande maatregelen te treffen om de pest in te dijken. Op 28 juli wordt er een algemeen uitgangsverbod afgekondigd. Mannen, vrouwen en kinderen moeten thuis blijven op risico van verbanning uit het land van Vlaanderen. De reeuwers moeten zich volledig kaalscheren om hun job uit te oefenen.

…. Op het einde van oktober is er weer sprake van om verscheidene inwoners van Ieper weg te zenden. Wegleiden met een biljet voor nieuwkomers of mensen die hier niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Om een of andere reden gaan deze plannen niet door. Rond deze tijd wordt er een ruiter van de ‘blauwe rokken’ opgepakt, een kerel die verdacht wordt van verraad. De hertog van Alençon zal nu toch niet lang meer wegblijven. Er gaan geruchten rond dat hij met met een leger van achtduizend man klaarstaat in Kamerijk.

Een vierde daarvan zouden ruiters zijn. Een Waals leger is deze week gearriveerd in Kortrijk, vermoedelijk met ravitaillering van de eigen mensen. En hier bij ons blijft de pest om zich heen slaan. De verschijning van een komeet in de westelijke hemel, met zijn staart naar het zuidoosten gericht zorgt voor de meest waanzinnige doemscenario’s in de hoofden van de mensen. De staartster gaat zijn bangelijke weg naar het noordwesten, altijd maar verder zinkend in de lucht. Ik bid tot God dat hij ons gratie zal geven bij deze vervaarlijke voortekenen.

13 november 1580. Sommige poorters hebben nu toch het gevreesde biljet gekregen en mogen hier opkrassen. Hercules Gillis de La Noot, Clays Griete, Wulfvaert Boeteman en nog zeven anderen en er zit geen een bij die feitelijk weet waarom hij weggestuurd wordt. Een week later lijkt het er op dat de pestepidemie over zijn hoogtepunt heen is. Grafdelver de Belle heeft voor de eerste week sinds lang minder werk om putten te graven.

Op vrijdag 25 november rond 17u30 zorgen Walen aan de buitenzijde van de Boterpoort voor een groot stadsalarm. Ze willen de nieuwe molen langs de Boterstraat in brand steken. De molenaar is er aan het werk met zijn twee knapen en aangezien ze zich deskundig verschansen besluiten de Walen dan maar om het vuur aan de molen te steken. Het hulpgeroep van de molenaar zorgt op zijn beurt voor een noodsituatie binnen de stad. We moeten onmiddellijk onze lantaarns van licht voorzien en voor onze woningen ophangen. De trommels roffelen.

Glimmende kasseistenen weerspiegelen fakkels en heen en weer rennende mensen, samen met het dreigend geluid van de trommels zorgt het geheel een haast apocalyptische sfeer over de stad. Op de vestingen zien we dat de molen vuurvat, onze artillerie vuurt een groot projectiel af waarop de Walen ertussenuit knijpen. Voor hun vertrek schieten ze nog driest in het rond en daarbij krijgt de arme molenaar een schot in het hoofd en komt er een einde aan zijn leven.

Zaterdag 26 november. Weer biljettendag. Bij valavond brengt de sergeant-majoor de gevreesde uitwijzigingsbevelen naar diegenen die de stad zullen moeten verlaten. Morgen moeten ze uit eigen wil opbreken, zo niet zullen de soldaten hen schandelijk wegleiden. Het blijkt om twaalf slachtoffers te gaan en daarbij zitten er warempel enkele notabelen bij. Ik ben er zeker van dat religieuze motieven hier aan de basis van hun exit liggen.

De katholieken moeten inbinden, wie onderhuids oppositie pleegt tegen de calvinisten loopt hier niet lang meer rond in Ieper. Kijk maar naar de vertrekkers voor morgen! De baljuw van de Zale met zijn luitenant en griffier. De zoon van Hoorys Vandermersch en ook de jonge Joris Vandermersch die opperklerk is van de wezerie. Jan Bottuyt, Roeland Germijn de conciërge van de Zale en dan nog Jacques Vandenbroucke.

Ze moeten zich voortaan op minstens één mijl van de stadsmuren ophouden. De maatregel zorgt zeker niet voor een serene sfeer bij de inwoners, de liefde voor het stadsbestuur is heel ver te zoeken en als de voogd later in de dag in de stad arriveert kan hij op niet al te veel sympathie rekenen.

De komst van het nieuwe jaar 1581 zorgt niet voor grote veranderingen in Ieper-stad. Op 19 januari, het moet ergens rond 18u zijn, gaat onze artillerie uit de bol. Een serenade van vreugdeschoten om een of andere victorie van de nieuwe religie te vieren. Terwijl heel wat gereformeerden niet goed op de hoogte zijn van wat er werkelijk te vieren valt. Exact vierentwintig uur later slaat de klok op de lakenhalle groot alarm.

In de Neerstraat staat een woning in brand. Het volk schiet direct in gang, elk bij zijn kapitein en dank zij al die inzet wordt het vuur snel geblust. Op 20 januari wordt er zeer strikt gewaakt, er zijn verdacht veel Walen gesignaleerd bij de Leie. In Frelinghien (wij noemen dat Verleghem) liggen wel acht kornetten paardenvolk en heel veel voetknechten. De Ieperlingen zitten met de daver op het lijf en daar zal de aanwezigheid van de vijand niet alleen voor tussen zitten. Het vriest dat het kraakt en wees er maar zeker van dat dit ons welbehagen niet bevordert.

Al de woningen krijgen ’s avonds bezoek, controle wie er binnen zit, uitgevoerd door de vier vendels militaire wachters en die van de poorterij. En bij het opgaan van de wacht wordt een soldaat van het vendel van de hoogbaljuw tijdens de parade neergeknald. Allen de pest lijkt zich wat rustig te houden, maar waar de ziekte toeslaat leven de mensen niet lang meer!

Dit zijn fragmenten uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 8
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.