banner
Jun 4, 2026
1 Views
Reacties uitgeschakeld voor Blasfemie of godslastering

Blasfemie of godslastering

Written by
banner

Het korte leven van Israël Uuterwulghen omvat één rode draad van misdaad, veroordeling en kastijding. ‘Hij werd gedurende zijnen korten levensloop bijna onophoudelijk met roeden beproefd. Na vele malen, op allerlei wijzen en met alle slag van bijwerk, gegeseld en gebrandmerkt zijnde, eindigde deze in den jeugdigen leeftijd van slechts 21 jaren, zijn ellendig leven aan de galg.’ De beschrijving van Uuterwulghens’ leven is hallucinant. Ik probeer de tekst wat in te korten. Zijn omgang met dieven en ander kwaad gezelschap en de daarmee gepaard gaande resem diefstallen brengen hem negen keer tot bij justitie. 1633,1634 en 1635 vormen een ‘file rouge’ van martelingen.

Hij wordt drie keer uit het land verbannen. Een eerste keer voor 20 jaar, later voor 40 jaar en uiteindelijk voor 50 jaar. En toch blijft hij ongestoord verder stelen tot de galg een einde maakt aan zijn misdadig traject. De straf van de geseling wordt nu en dan gevolgd door het aanbrengen van een brandmerk. Die wordt vaak aangebracht op de rechterschouder van de misdadiger. Maar ook de rechterwang wordt in aanmerking genomen. Emerentiana Andelin, een Walin, werd medeplichtig verklaard aan een gewelddadige maagdenroof en wordt op die manier, na voorafgaande geseling en met de strop om de hals, op de ‘rechter kake’ gebrandmerkt en voor 50 jaar verbannen.

Een zekere Joos Hallaert heeft enkele schromelijke en abominabele feiten gepleegd. Zowel ten opzichte van manspersonen als van vrouwen, op de straten en in de kerken. De rechters van die tijd voelen zijn gegeneerd en durven geen verdere details prijsgeven. Zou het misschien een streaker kunnen geweest zijn? De omschrijving van de uitgevoerd straf brengt me weer bij de werkelijkheid. De man wordt ‘gelijkelijk, na ondergane geseling tot den bloede, met een gloeiend ijzer in het aangezicht gebrandmerkt en gebannen.’

Op 6 september 1527 wordt blinde Anekin (Jantje) van Laarne gegeseld. De volgende dag wordt zijn haar afgebrand en wordt hij in het gezicht gebrandmerkt. Hij ontvangt deze straffen voor waarzeggerij, en hij had, zegt een oud handschrift, zijn ziel overgeleverd aan de vijand om dat hij hem zou hebben geholpen bij het waarzeggen.’

‘Vrees God! Nu in onze moderne tijden ligt er niemand nog wakker van dit door de mens uitgevonden natuurelement. In de middeleeuwen is dat wel enigszins anders. God mag je in de oude tijden zeker niet beledigen of uitschelden. Dat is godslastering. Een grote doodzonde, de grootste van allemaal.

Ik vraag me af of vloeken ook tot die categorie behoort, maar ga dan vlug verder. De straf op godslastering of blasfemie is het doorsteken van de tong, met gloeiend ijzer of een priem. ‘Blasfemie tegen den almogenden God die ons geschapen heeft, blasfemie gedaan der moeder Gods, is te punieren arbitrairelijk in de tonge, bij banne. Zo is ook de blasfemie gedaan tegen de heilige santen en santinnen.’ Bovenstaande wettekst staat zo neergeschreven in het wetboek van Veurne anno 1517. Misschien moet ik toch wat vaker mijn mond houden…

Maar toch kan ik het niet laten, ik denk daarbij terug aan mijn vaders vader die zijn colère of tegenslag zijn plaats kon geven met een uitgesponnen ‘god verhemelde, geslegen, gekruiste, gestekte, verhemelste, verdomde, miljaarde godverdomde nom de dieu….’ en nog veel meer gemeende verwensingen. Vooral als hij zichzelf met een hamer op de vinger had geslagen.

Gentenaar Pieter Aerens is zo’n horribele en onverbeterlijke blasfemist. De voorbeelden zijn talrijk in zijn stad, maar hij spant toch wel de kroon. Pieter krijgt de straf waar hij om gevraagd heeft. Hij wordt op 16 maart 1539 naar de schandpaal gebracht waar hij tot de middag in positie moet blijven en waar zijn tong doorstoken zal worden. Daarna mag hij het ophoepelen naar Santiago de Compostella. Hier moet hij een vol jaar blijven. Welgeteld drie dagen krijgt hij om plaats te ruimen in zijn stad en in Vlaanderen. Doet hij dat niet, dan zal hij onthoofd worden. De uitgesproken vloekwoorden die aan de basis liggen van de misdaad, de ‘corpus delicti’, zijn van die aard dat de rechters ze zelf niet meer durven te herhalen. Ik blijf dus met de vraag zitten of die kunnen tippen aan wat grootvader zelf ooit tegen de keien sloeg.

Verschillende getuigen passeren de revue bij dat proces van Aerens. De vijftigjarige Jacob de Crachtele schetst geen al te mooi beeld van de veroordeelde: ‘hij verklaart onder ede dat de voornoemde Pieter dagelijks grote horribele eden zwerende is, als bij de kracht van de heer, dewelke d’alderminste is dat hij dagelijks zwerende is en hierbij zijn buurt beroert en zelfs zijn dochter en vrouw buitenjaagt, stellende alzo de voornoemde gebuurte in rep en roer. Hij verklaart ook dat hij hem nooit messe heeft zien horen en dat dagelijks leeggaande is en niet werkt.’

Hardleerse misdadigers die keer op keer hervallen en gegeseld worden, zullen vermoedelijk wel erg op de zenuwen werken van de schepenen. Na acht geselingen worden ze zonder veel boe of ba ‘met een gloeiend ijzer de tong doorstoken’. Joos Meganck bijvoorbeeld. Op 6 november 1561 veroordeelt de open kamer hem om alhier ‘in opene kamer gegeseld te worden up ’t bloot lijf totten bloede ende voorts gesteld te worden op een wagen voor het schepenhuis, ende aldaar met ene gloeiende ijzer gestoken te worden door uwe tonge en daarna op dezelfde wagen gevoerd en gegeseld te worden tot aan de keizerpoort.’

Het is de manier waarop de eerste aanhangers van de hervormde godsdienst gestraft worden. Joos de Backere, een van de aanzienlijkste burgers van de stad Gent wordt in 1528 omwille van zijn geloofsgevoelens naar de brandstapel geleid. Maar eerst wordt nog eens zijn tong doorstoken. Die brandstapel moet een afschrikkingsmiddel zijn, lees ik want het vonnis verklaart omstandig dat Joos de drie komende zondagen met een brandende toorts moet verschijnen in de processie. Bovendien moet hij gedurende één jaar een rood kruis op zijn rechtermouw dragen.

Het doorsteken van de tong met een gloeiend ijzer is zowat de standaardstraf voor godslasteraars en voor het uitspreken van smaad- en scheldwoorden. De jaarboeken van Brugge maken gewag van een man, Gisbrecht Wauters, die op 10 juli 1477 binnen de zelfde stad veroordeeld wordt wegens zijn oproerige en kwade scheldwoorden. Zo heeft hij gezegd dat die van Gent muitmakers zijn, die van Ieper ongelove ketters (heretijken) en die van Brugge heeft hij uitgescholden voor ‘buggers’. Die laatste term staat voor het verspreiden van de slechte leer.

De journalist van de ‘Excellente Vlaemsche cronycke’ geeft een online verslag door: ‘ende een uur op het scavot gestaan hebbende, zo kwam die hondeslagere en verbant hem zijn oogen, en stak hem met eene scerpe elsene deur zijn tonge’. Het beroep van hondenslager heeft ter info niets te zien met het afmaken van honden, maar alles met het doen verwijderen van honden uit kerken. Het ambacht van de hondenslagers is in Brugge verantwoordelijk voor het beulschap.

Het afsnijden van oren en neuzen, het brandmerken in het gezicht en het doorboren van de tong zijn lachertjes in vergelijking met het uitsteken van de ogen. Die straf overtreft alles. In de ‘Cronykje van Antwerpen’ staat genoteerd dat twee ‘botters’ op 13 juli 1523 die wrede straf mogen ondergaan. Ik leer hier dat ‘botters’ mensen zijn die met ‘kwade teerlingen’ spelen. Ook in Amsterdam wordt in 1461 iemand veroordeeld wegens vals spelen en dobbelen op verbeurte van beide de ogen. In 1531 wordt deze gruwelijke straf uitgevoerd op sommige schrijvers, drukkers en uitgevers van nieuwe en gereformeerde werken.

Eigenlijk is de vaste straf voor dobbelaars het verlies van het voorste lid van de duim. Een straf die ook in bepaalde steden als standaardpunitie geldt bij verbanning. De ban voor lange termijn geeft hier en daar aanleiding tot het afhakken van de volledige duim. Het spelen met valse teerlingen en het gebruiken van valse maten en gewichten wordt op dezelfde manier bestraft. ‘Wi oec qualike mate hi verliest den dume’.

Enkele misdaden hebben het afkappen van de vuist tot gevolg. Zo bijvoorbeeld belediging en geweld van personen met een openbaar ambt. De schrijver komt aandraven met het geval van meester-schrijnwerker Geertsen Brembos in het Zeeland van 1550. De man heeft de stadsboden met woorden en daden beledigd. Hij heeft nog ootmoedig geprobeerd om gratie te verzoeken, maar nu verschijnt hij blootshoofds voor de open vierschaar. Hij komt er vanaf met een vreemdsoortige processie naar de kerk van Vere waar hij God moet bidden om vergiffenis en er voor moet zorgen dat hij een metalen afgietsel van zijn eigen vuist zal bezorgen aan justitie.

Cannaert buigt zich ook over de vele geldstraffen en maakt dan tijd voor de verplichte bedevaarten die eventueel ook kunnen worden afgekocht. De oude kronieken en de geschreven teksten blijven vaag over de echte inhoud van die boetereizen. De mensen vertrokken en keerden terug. Reisverslagen en vertelsels over lotgevallen onderweg zijn er niet. Het is maar op het moment dat de bedevaarten zeldzamer worden dat er voor het eerst wat aandacht aan besteed zal worden.

Het onlangs uitgegeven jaarboek van Kortrijk maakt slechts melding van één bedevaart. Een kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwkapittel mag het in 1441 aantrappen na een dispuut in de wijnkelder van datzelfde kapittel.

De boetewegen naar Rome, naar het Heilig Land en andere afgelegen plaatsen lopen nochtans dichtbezaaid van Europese christenen die uit geloofsredenen of ’ter boete van begane verkeerdheden’ hun weg banen richting bedevaartplaats. In 1305 vertrekken er in één beweging maar liefst 3.000 Bruggelingen en mensen van het Brugse Vrije. Hun groepsbedevaart maakt deel uit van een vredesakkoord met de graaf. Twintig jaar later hebben die van Brugge zich alweer ellende op de hals gehaald. Nu moeten driehonderd mannen, deels van Brugge en aangevuld met Kortrijkzanen drie verscheidene bedevaarten ondernemen. In 1326 om precies te zijn.

Honderd sukkelaars vertrekken naar Santiago de Compostella, een tweede groep heeft Sint-Gillis in de Provence als target en de rest richt zijn vizier op Rocamadour in Aquitanië. Ze moeten de kerkelijke tucht ondergaan. Een oude kroniek omschrijft de stoeten. ‘Zij gingen naar de aangegeven bidplaatsen processiegewijs, met ontbloot hoofd, barvoets en met roeden omhangen’.

En dan is er het compromis die de inwoners van Nieuwpoort hebben moeten slikken nadat ze twee geestelijken gemolesteerd hebben bij een dispuut over visbelastingen. Ik heb het er al eerder over gehad. Vijfentwintig Veurnenaars van alle rang en stand zien zich verplicht een overzeese boetetocht van een vol jaar te ondernemen. De Gentenaars hebben het in 1540 verkorven bij Keizer Karel. Na een opstand tegen de keizer verliezen ze op 30 april al hun vrijheden. Honderden neringdoeners, de plaatselijke schepenen, de notabelen en de deken van de wevers moeten zich, gekleed in zwarte tabbaarden, ontgord en blootshoofds komen aanbieden bij Karel. Ze verschijnen voor hem met een strop om de hals, ‘liggende op hun knieën, verzoekende en biddende ter eere van de passie ons Here en bermhertigheid, enz…’

Een boetereis verschilt nochtans grondig van een verbanning. Als hun tocht beëindigd is, mogen de bedevaartgangers naar huis terugkeren. De verbannenen moeten echter zorgen dat ze in het buitenland blijven zolang de ban duurt. Die kan gelden voor drie, tien, vijftig en zelfs honderd jaar plus één dag. Wie ballingen herbergt of onderdak geeft, riskeert zware straffen.

De ban voor het leven is een mensonterende straf. Dergelijke expulsie wordt in die dagen ook een ‘woestballing’ genoemd. De term ‘woesten’ intrigeert me. Is het omdat wij hier in de Westhoek een dorp met diezelfde naam kennen? De oude benaming ‘Wastina’ al gebruikt in de 13de eeuw, wijst me er op dat elke mogelijke gelijkenis hier ophoudt. Een andere betekenis van ‘Woesten’ is het verdrijven van een misdadiger uit zijn goederen en zijn bezittingen en hem verbannen. ‘In exilum agere, proscribere’.

De woestballing is voorzien voor mensen die de algemene welvaart bedreigen. Iedereen krijgt het recht om dit sujet ongestraft te doden. Gwijde van Dampierre laat dat uitdrukkelijk toe (dan moet hij er vermoedelijk zelf geen moeite voor doen): ‘het wordt en eeuwigen dage verboden dat iemand hem spijs of drank zal verkopen, logeren, in schuiten of op wagens vervoeren, op straffe van de hoogste boeten.’

Het recht om schadelijke en schandelijke personen uit de lokale maatschappij te verstoten behoort al tot de vroegste privilegies van de Vlaamse steden. De voornaamste redenen van verbanning vind ik terug na veroordelingen voor gewelddaden (tassemente), pooierschap (putierscepe) en het tolereren van overspel (gedoochsaemhede).

Het ravissant oude Vlaams doet zijn boekje open over dat pooierschap en overspel. ‘Openbare putiers zijn, die openbaarlijk geld ende profijt nemen op ’t zondig leven van lichte vrouwen, hetzij van heurlieden zelfs wijf ofte dochter ofte ander.’ De tolerantie voor overspel wordt ook verduidelijkt: ‘die ’t overspel van heurlieder wijfs of huisvrouwen dissimulerende ende door de vingeren ziende, verdragen, ende haarlieder wijfs in deze vuiligheid voeyen ende onderhouden’.

Het Gentse ballingboek getuigt dat er op 20 december 1480 maar liefst negenentwintig personen tegelijk verbannen worden. De 24ste augustus van 1494 is er sprake van van vierentwintig. Ze worden allen voor tien jaar verbannen wegens overspel. Livine Dullaerts en Godelieve Werners worden eveneens schuldig bevonden aan hetzelfde misdrijf. ‘Omdat er zich bij bij haar kennisse een andere getrouwde wive bij haar man onthoudt, zeggens dat hij ’t niet laten en zoude.’

Onbetaalde teergelden en drinkgelagen worden ook op dergelijke manier bestraft. In het vakjargon worden ze nu zelf getrakteerd met jaren van verbanning. Lieven van Outrieve is zo’n schulden- en ruziemaker op café: ‘omdat hij twisten en noisen maakt, en gaat drinken in tavernen en hunne weerden en weerdinnen betalinge doet met meer met slagen dan met gelden te geven.’ Neelkin van den Broucke uit Lauwe krijgt in 1488 ook 10 jaar aan haar broek gesmeerd. Een speciaal geval die mevrouw: ‘ze deed een jonge man verstane dat zij zou gelegen en misbaren zijn van zijn kind, die dat begeerde te zien, en hij brak de kiste open waar hij vond liggende een gevilde katte, die zij meende te doen begraven op gewijde grond, ’t welk niet ongepugnierd konde blijven.’

Ook kwaadspreken wordt niet getolereerd. Een man wordt voor vijftig jaar uit het land verwezen omdat hij ‘blameerlijke en onverdraaglijke woorden gezeid hadde achter Corneliken Bernaige, die een kind ende eerbaar maagdeken is, in beroovinge van hare ere ende eeuwige welvaart’. Margherite, het wijf van Jan Staessens, wordt om gelijkwaardige roddelpraktijken uit de gemeenschap verwijderd. Ze heeft zich van haar slechtste zijde laten zien, ‘en met kwade wille ende in den openbare te blameren Lysbette van Hauwaert. Als dat dezelve Lysbette een kwade puppe, hoere en snoere was en andere injurieuse woorden, ten hare cleenighede gesproken, zonder cause of redene daartoe te hebben.’

De straf van de verbanning is als puntje bij paaltje komt de ideale manier om volksopstanden te doen ophouden. De schrijver van mijn boek geeft dat ook aan. Volksbewegingen en inwendige beroerten, zo gemeen in die tijden, werden bij middel van ‘ostracismus’ of ballingschap bestreden. Zo kon de algemene rust in de steden van Vlaanderen gehandhaafd worden. De aanzienlijkste en de machtigste burgers werden op hetzelfde niveau geplaatst als de geringste ingezetenen van de gemeenten als ze een bedreiging begonnen te vormen voor de rust en de stabiliteit. Men zag ze meermaals van daar verwijderd worden na beschuldiging van muiterij.

Het uitspreken van oproerige woorden, het uitgeven van spot- en schimpschriften, het uitstrooien van valse en slechte geruchten, het schelden of beledigen van gezagsdragers, en vooral de aanslagen en de inbreuken op de plaatselijke rechten en privileges werden tussen 1472 en 1537 niet anders dan door ballingschap gestraft.

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.