Met overspel wordt er niet gelachen. Een uitspraak in Gent op 9 november 1554 bewijst […]
Er bestaan in de middeleeuwen drie soorten rechtbanken. Alle drie hebben ze een verschillende bevoegdheid […]
Ieper wordt in de 13de – 14de eeuw gerekend tot één van de “vijf goede […]
In de 13de en 14de eeuw is de kerk onverbiddelijk tegenover ketters. De rechtbank van […]
Ieper bezit zeker wel de schoonste en aangenaamste wandelingen van uren in het ronde. en […]
In de nacht tussen woensdag en donderdag zijn er dieven een bezoekje komen brengen aan mijnheer G. Clarys.
Ieper, de 13de januari 1887, dus ruim een maand geleden, speelden, volgens het schijnt, in het klooster der Zwarte Zusters alhier, enige kinderen gans alleen in een bovenkamer rond een open vuur.
Een hele bende landlieden vergezeld van twintig soldaten uit het kasteel van Komen volgen de avonturier op zijn weg terug naar Zandvoorde. De rebellen rusten inderdaad nog altijd uit daar bij de molen. Naast de schildwacht zitten twee Oostendenaars gezellig te keuvelen.
Douvie. De heerlijkheid van Douvie had voor eerste bezitters de stam van ‘de le Douve’ van wie Sanderus afkomt met de naam van ‘Diederik’ die al in 1202 in de geschriften van Ieper geboekt staat.
‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden.
Misdaden zoals overspel, bloedschande en woeker zijn meestal een zaak van de kerkelijke rechtbank. Dit is niet het geval in Ieper. Zo vinden we in de Ieperse annalen het volgende terug over woeker:
Tot eenen pot melckx, neempt acht doyeren van eyeren, cleyn gheclopt, twee oncen blomme van rys, ses oncen suycker, vant beste, ende als sy ghesoden is, ende in schotelen gerecht, mach mense bestroyen met fyn suycker.
In de hoge middeleeuwen geldt nog steeds het Germaanse principe: de beklaagde moet zijn onschuld bewijzen! Hij wordt als schuldig beschouwd zolang hij geen bewijs van zijn onschuld kan voorleggen. Meer en meer laat de kerk zijn invloed gelden in de barbaarse rechtspleging. In de 14de eeuw zijn die barbaarse principes al helemaal omver gesmeten. De betichte is zolang onschuldig tot dat de aanklager zijn schuld op een klare manier heeft kunnen bewijzen.
Geschiedenisstukken van 1147 en 1208 melden, dat reeds in deze verre tijden, de abten van het Sint-Bertinusklooster van Poperinge het recht hadden om te vonnissen. Dit voorrecht met al de baten en de voordelen uit het ambt spruitende, wierd hun, als heren van de stad, bij gezegelde brief van 26 februari 1620, door de aartshertogen Albrecht en Isabella hernieuwd en bevestigd in hoog- middel en nedergerecht.
Een belangrijke stof in de geschiedenis, ’t is de uitoefening van het gerecht. In de geschiedenis van Moeskroen hebben wij dit punt breedvoerig behandeld en wij hebben een groot getal vonnissen aangehaald. Hier zullen we enige der rechterlijke uitspraken voorstellen, die wij hebben kunnen vinden.
Rechtstreekse beledigingen aan het adres van God, de heilige maagd of de heilige kerk zijn taboe. Ook hier velt de vierschaar verschillende vonnissen. Een zekere Meulin Heerbrecht wordt aan de schandpaal gebonden en vervolgens met afgekorte tong voor zeven jaar in verbanning weggestuurd: ‘pour les despiteuses inhonestes et innaturèlez parolez blas fèmes qu il dist sour notre Seigneur Jhesu Crist et de la glorieuse benoite Vierge Marie’. De poorter Eloy Mazin wordt voor 7 jaar verbannen ‘de destourbir le ville des parolles qui dist au contraire de sainte eglise…’. Menselijke Majesteitsschennis.