De geschiedenis van Watou door Louis Augustin Rubbrecht
In 1555 stond keizer Karel de kroon af ten voordele van zijn zoon Filips II. Het bestrijden van de nieuwe godsdienstleer door deze was nog hardnekkiger dan tijdens zijn vaders bestuur. Deze toestand was gunstig voor de koning van Frankrijk.
Deze heerlijkheid behoorde toe aan het stamhuis van Bergen St.-Winoc, dragende de titel van Prins. Te beginnen van 1445 de leden de eretitel van heer van Olhain, een naam die we in het geslacht van Thierry van Dixmude ontmoeten. Charles Bernard, graaf van Belle trouwde in 1706 met Catherine Dubois, gezegd de Fiennes.
Douvie. De heerlijkheid van Douvie had voor eerste bezitters de stam van ‘de le Douve’ van wie Sanderus afkomt met de naam van ‘Diederik’ die al in 1202 in de geschriften van Ieper geboekt staat.
Er waren zes heerlijkheden in Watou. Onder de regering van Oostenrijk is er een zevende bijgekomen. Ze waren afhankelijk van andere heerlijkheden.
Het gehucht Abele, ongeveer 5 km ten zuiden van de dorpsplaats van Watou, is waarschijnlijk zijn ontstaan verschuldigd aan de Romeinse heirbaan die loop van Cassel door Steenvoorde, Abele, Poperinge en Esen naar Brugge. Dit punt is een natuurlijke rustplaats voor reizigers tussen Steenvoorde en Poperinge. Er is daar een station van de spoorweg gekomen na het leggen van de baan van Poperinge naar Hazebrouck.
De naam van de gemeente die men heden als Watou spelt, vindt men in de Latijnse oorkonden van de middeleeuwen als Watua; soms ook, in Franse en Vlaamse geschriften, zal men om de beurt Watewe, Wateeuwe, Watue en Watuwe aantreffen
Ik blader door ‘Geschiedenis van Watou’ door Louis Augustin Rubbrecht, de gewezen gemeentesecretaris van Roesbrugge. Het boek werd uitgegeven in Brugge in het jaar 1910. Nog voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog en het was ook in 1914 dat de schrijver op 77-jarige leeftijd overleed. Het werk bevat maar liefst vierhonderd bladzijden. Ik ben onder de indruk. Ik neem me voor om nu en dan eens een fragment uit dit boekwerk op te nemen in mijn ‘Kronieken van de Westhoek’.