Vlaanderen moet het recht hebben om zich neutraal op te stellen. Jacoppe Artevelde voelt dat de tijd rijp is om zelf in actie te treden. Zoniet wacht de hongerdood. Hij wordt de 24ste december van het jaar 1337 op de hoogte gebracht van het principeakkoord tussen de Fransen en de Engelsen om geen vijandelijkheden aan te vatten voor de 1ste maart van 1338. Het is nu een kwestie van leven of dood, van enkele maanden geworden, om aan die verdomde Dordrechtse wol te geraken. Maar drie dagen later komen de Gentse afgevaardigden met het nieuws dat alles bij het oude blijft.
Filips van Valois en Lodewijk van Nevers willen niet onderhandelen met de Engelsen. De schepenen beseffen dat een algemene revolutie onder het volk nakend is en legt de stad Gent in een soort intern beleg. Een gewapende trance. Het Gentse volk wordt op zondag 28 december 1337 opgetrommeld op het grote plein van de Bijloke. Het is er ijzig koud. Een bitse noordenwind jaagt nu en dan verse sneeuw door de straten. De maat is vol! Zeker 1000 wevers, volders, leerlooiers, schoenbewerkers en ambachtslieden van elke slag of soort negeren de koude en komen luisteren naar wat Artevelde te vertellen heeft. Hier en nu spreekt Jacoppe Artevelde voor de eerste keer het volk toe.
Van paniek en agressie is geen sprake. Noch bij de spreker, noch bij het volk. Hij ontpopt zich als een welbespraakt redenaar. Bezielend en enthousiasmerend. Jacoppe brengt het volk in de ban van zijn woorden. Het lijkt er op dat de Gentenaars allemaal al lang weten wat er zal verteld worden. Wat gisteren nog in de groezelige achterkamers van de drankhuizen werd doorverteld, wordt hier nu officieel te berde gebracht. De Gentenaars willen wol, werk en neutraliteit.
En dat kunnen ze bereiken door zich volledig te distantiëren van de oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Artevelde wil geen breuk met zijn graaf en met van Valois, maar wil wel praten met de Engelsen. De begeesterende toespraak van Jacoppe Artevelde zorgt voor een ongeziene eensgezindheid bij de Gentenaars. Artevelde heeft hen de weg gewezen die hen zal wegvoeren uit deze ellende. Zijn woorden hebben een diepe indruk gemaakt. De weg naar een nieuwe leiding over de stad wordt in ijltempo voorbereid.
Op 3 januari 1338, amper één week na zijn toespraak, wordt een officieel en buitengewoon bestuur van vijf hoofdmannen ingesteld. Het bestaat uit Jacoppe zelf, de lakenhandelaars Willem van Vaernewyck en Gelnoot van Lens, de welgestelde wever Willem van Huse en een zekere Pieter van den Hovene. Ze krijgen allen een staf medewerkers en lijfwachten toegewezen en een salaris van de stad. De kring van medewerkers en lijfwachten rond Artevelde is duidelijk de grootste. Het is duidelijk dat Jacoppe Artevelde de hoogste in rang geworden is. De stedelijke ambtenaren worden deze keer wel gekozen uit alle lagen van de bevolking. Het hoorde al jaren zo te zijn, maar met de komst van Jacoppe, wordt er eindelijk een einde gemaakt aan de discriminatie van de wevers in het stadhuis
Het is knap wat de bezadigde Artevelde heeft onderhandeld de voorbije week! Een nooitgeziene democratie in de middeleeuwen. Aan elk van de vijf hoofdmannen zijn vertegenwoordigers van de diverse gilden verbonden, waardoor het medezeggenschap van het gewone volk in het bestuur van de stad gegarandeerd wordt. De zo lang geviseerde wevers krijgen met onmiddellijke ingang van zaken hun rechten terug en worden voortaan opnieuw beschouwd als eersterangsburgers. Er kondigt zich hoog bezoek af te Gent. Gillis van Coudebrouck, de burgemeester van Brugge, komt tijdens de eerste week van 1338 op visite bij de vijf hoofdmannen.
Hij belooft hun onbetwiste leider Jacoppe Artevelde krachtig zijn steun toe. En ook Ieper sluit zich aan de Gentenaars. De verspreide slagorde heeft eensklaps plaats gemaakt voor een eensgezinde politiek waarbij Ieper en Brugge de autoriteit van Jacoppe Artevelde vrijwillig aanvaarden. De nieuwe koers betekent niets anders dan een staatsgreep. Er is geen geweld aan te pas gekomen maar de graaf wordt bij deze alliantie tussen Gent, Brugge en Ieper simpelweg op een zijspoor gezet. De leiding over Vlaanderen ligt nu onmiskenbaar bij hun Artevelde.
Graaf Lodewijk doet aanvankelijk alsof zijn neus bloedt en dat de komst van Jacoppe een banale interne Gentse aangelegenheid is. Maar wat er zich in Gent afspeelt, is ook de Engelse koning niet ontgaan. Hij stelt de hertog van Gelder aan om te gaan praten met die van Gent. De noodtoestand wordt uitgeroepen in Gent. Een lijfwacht van 134 mannen waakt ondertussen over de veiligheid van de 5 hoofdmannen.
Terwijl begin 1338 de onderhandelingen tussen de Engelsen en die van Gent starten, belegt van Nevers op 15 januari te Eeklo een parlementaire sessie ‘omme der neringhen ende vriheden wille’ met alleen maar de intentie om een pad in de korf te leggen van de Gentenaars en de andere steden opnieuw voor zich te winnen. Terwijl het grafelijke initiatief vastloopt, haalt de vermetele Artevelde wel zijn slag binnen en worden de eerste Engelse voorstellen verwacht bij het parlement van de Vlaamse steden. De hooghartige graaf wil de Gentse hoofdman voor het eerst persoonlijk aan de tand voelen en ontbiedt hem op het Gravenkasteel.
‘Als Jacoppe weerspannig blijft, zal hij hetzelfde lot ondergaan als Zeger’. Maar Jacoppe Artevelde blijft stoïcijns beleefd en vertrekt. De tabloids van die dagen verwijzen naar de bedenkelijke methodes van de grafelijke entourage. Artevelde weet ook wel welk vlees hij in de kuip heeft. In elk geval is hij nog voor 22 januari 1338 uit Gent verdwenen. De onderhandelingen slepen aan. Drieëntwintig dagen lang. De procedureslag van Lodewijk van Nevers zorgt er voor dat alles tergend langzaam evolueert. En ondertussen lijden de mensen honger en liggen de weefgetouwen stil.
Maar half februari is het zover. Jacoppe is er in geslaagd het definitief akkoord door het parlement te laten sluizen. Vlaanderen heeft beslist om zich voortaan neutraal op te stellen in het conflict tussen Frankrijk en Engeland. In de eerste dagen van maart komen de zo langverwachte balen wol vanuit Dordrecht eindelijk in de haven van Gent binnen.
De magazijnen van Gent, Brugge en Ieper vullen zich weer met wol. De crisis der crisissen is afgewend. Samen met de wol komen ook de hoop en het brood terug. En komt er hopelijk opnieuw tijd en ruimte voor welvaart. Wat een succes voor Artevelde en de zijnen! Maar de onverzoenlijke landsheer Lodewijk van Nevers zint op wraak. Ook de koning van Frankrijk is niet van plan om dit alles over zich heen te laten gaan en de ontrouw van de Vlamingen te accepteren.
De Gentse afgevaardigden Jan uten Hove en Symoen Parijs worden ontboden bij Filips van Valois. Diplomatie, bla bla bla, veel mooie woorden. De graaf van zijn kant voert achterhoedegevechten om alsnog het verdrag met de Engelsen niet te moeten ratificeren. Maar wat ze in Gent nog niet weten, is dat de Franse agenda al lang vast ligt: oorlog, repressie en geweld tegen die Gentse smeerlappen. Plots, de Vlaamse onderhandelaars zijn niet eens terug vanuit Parijs, zonder enig voorafgaandelijk signaal, wordt de in Rupelmonde gevangen gezette Zeger van Kortrijk door de Fransen om het leven gebracht. Het oude en zieke boegbeeld van de Gentenaars wordt op 28 maart 1338 in zijn bed onthoofd.
Tijdens dezelfde week krijgen de Gentenaars het koninklijk bevel om hun vestingen te slopen en slingert de bisschop van Senlis vanuit Doornik de pauselijke banvloek over de hoofden van de Vlamingen. De reeks van mokerslagen komt hard aan in de Scheldestad waar op dat moment duizenden bezoekers vertoeven voor de jaarmarkt en van plan zijn om hun paasplicht te vervullen.
Jacoppe Artevelde blijft kalm. De toestand is kritiek, maar overdreven en impulsief reageren zou hem in een staat van wetteloosheid brengen. Het laatste wat hij wil is om zelf vogelvrij verklaard te worden. Kijk maar naar de vermoorde Brugse voogd Willem de Deken en Zeger van Kortrijk. Hij tekent beroep aan bij de kerkelijke hiërarchie en hij toont zich bijzonder sluw door de hulp en de bemiddeling van de graaf in te roepen. Die voelt zich plots weer belangrijk. Het is een handige zet om vooral tijd te winnen. Filips van Valois wil er van zijn kant een machtsdemonstratie van maken.
Op 9 april 1338 rukt een Frans legerkorps Doornik binnen, van waaruit het Vlaanderen gaat bedreigen. Het ziet er naar uit dat het doelwit Gent zal zijn. Wat zullen de Gentenaars als puntje bij paaltje komt, anders kunnen dan te capituleren tegenover die Franse overmacht? Het is niet helemaal duidelijk of het in opdracht is van de graaf, maar tientallen Fransgezinde edelen ondernemen ’s anderendaags vanuit hun kamp in Biervliet een offensieve verkenningstocht tot onder de muren van Gent. In Gent roept klokke Roeland storm.
In geen tijd staat de stad in rep en roer. De ambachtslieden grijpen de wapens en zoeken de confrontatie op met die arrogante ruiters aan hun stadspoorten. De ruiters rijden weg maar wat ze niet beseffen is dat ze de Gentenaars vanuit hun winterslaap plots wakker gemaakt hebben. Het Gentse vechtersbloed bruist op in één krijgshaftige roes.
De ondoorgrondelijke sfinx Jacoppe Artevelde ruikt zijn kansen. Hij ziet het gevaar opduiken vanuit de Schelde en laat, onder andere in Deinze, de bruggen over de Leie en de Schelde opbreken. En ook die Leliaards in hun nest te Biervliet worden aangepakt. Artevelde trekt met een aanzienlijke troepenmacht naar hun burcht die hij na twee dagen belegering inneemt. Jacoppe wil geen wraak en geen bloed aan de handen. De edelen die het zich enkele dagen geleden veroorloofden om de Gentenaars voor hun eigen stadswallen op te jutten, worden in hun hemd naar datzelfde Gent verjaagd.
De geestdrift en het jolijt bij zijn mensen bij het zien van de in hun hemd gezette edelen voelt hemels aan! De ogenschijnlijk passieve Artevelde heeft geloerd op een fout van zijn tegenstander en heeft dan fluks en instinctmatig toegeslagen. Ook het aanvankelijk gepaaide Brugge dat daarna ‘bi foortse ende ghewelt’ bezet was door de grafelijke troepen, wordt ontzet. De graaf en zijn ontredderde aanhangers nemen de wijk naar zijn kasteel te Male. Ze hebben nog maar eens bewezen hoe onbetrouwbaar ze wel zijn. De graaf ziet in dat ieder verder verzet vruchteloos is, en onderwerpt zich aan de wil van Vlaanderen dat zich tijdens de maand juni nu formeel achter de nieuwe Vlaamse politiek schaart.
Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek


