banner
mrt 24, 2026
12 Views
Reacties uitgeschakeld voor Aanslag op Artevelde

Aanslag op Artevelde

Written by
banner

De strenge beteugeling van het verzet in Poperinge, blijft niet zonder gevolgen. In het voorjaar van 1345 borrelt de sociale onrust onbedwingbaar op. De Gentenaars dwingen Dendermonde om in te binden na een maandenlang dispuut ‘omme de vout van den lakene’. Er breken onlusten uit in Oudenaarde. Aalst en Geraardsbergen worden onder Gentse voogdij geplaatst in afwachting van de aanstelling van een nieuwe baljuw. En ook in Kortrijk is het volop koekenbak wanneer de pointingen worden opgeëist.

Hoe meer onrust er heerst in de Vlaamse steden, hoe liever graaf Lodewijk het heeft. In maart acht hij zijn tijd aangebroken om een hernieuwde poging te ondernemen om het land binnen te komen. Op 20 april beraadslagen gezanten van Vlaanderen en van Gent over zijn verzoek. De vergadering gaat door in Menen. Lodewijk van Nevers wil terugkeren naar Vlaanderen op voorwaarde dat de alliantie met Engeland wordt opgezegd. Zijn eis wordt niet ingewilligd. De graaf heeft een alibi gezocht en gevonden. Kort daarop neemt hij sinds lang opnieuw zijn toevlucht tot geweld.

De onderhandelingen te Menen betekenen een brug te ver voor Jacoppe die zich al sinds 1342 hardnekkig heeft verzet tegen diens terugkeer. ‘De graaf laten terugkeren, was als het inviteren van de duivel in Vlaanderen’. Maar Geeraard Denijs wil wel onderhandelen over zijn terugkeer. En dat is zeer tegen de zin van Jacoppe. De Gentse stadsarchieven maken duidelijk dat de boden van de graaf zich plots niet langer wenden tot Jacoppe maar ‘an den heere Gheeraerde Denijs’. Het wordt duidelijk: Denijs heeft Artevelde niet alleen verdrongen van het stadsbeleid, maar wil nu ook zijn zeg op het buitenlands beleid.

Alles valt samen met de onderhandelingen te Menen. Zijn vroegere medewerkers blijven op post tijdens de onderhandelingen. Dat laatste betekent voor Jacoppe Artevelde het ultieme sein dat hij voortaan een aanvoerder is zonder troepen. Als politieker is hij tot op de draad versleten. Hij laat de eer aan zichzelf en stapt op. De vaststelling dat de geschiedenisboeken het amper hebben over dat ontslag, bewijst dat hij al minstens een jaar een schim van zichzelf was, en dat hij psychologisch al in 1344 van het beleid was verdwenen.

Koestert hij nog ambities om door de grote poort opnieuw binnen te komen in Vlaanderen? Dan mag hij die ambities waarschijnlijk opbergen op ‘kwade maandag’ 2 mei 1345. Gentse volders en ambachtslieden geraken op de Vrijdagmarkt slaags met de wevers. ‘Slaags’ is eigenlijk een understatement: honderden volders worden afgeslacht en in de Leie gegooid. Onder hen hun deken Jan de Bake. Een loongeschil lijkt op het eerste zicht aan de basis te liggen. De volders worden schabouwelijk betaald en proberen kost wat kost hun lonen omhoog te krijgen.

De aan de gang zijnde recessie heeft het stadsproletariaat tot op het bot gepijnigd. Die zorgt voor een opflakkering van de intense wrok tussen de wevers en de volders die er al was in 1326 en die latent aanwezig gebleven is tijdens het bewind van Artevelde. De gulden middenweg die Artevelde voortdurend probeerde te volgen, is verleden tijd. Kwade maandag is zeker een kwade dag voor Jacoppe. Nu is er zeker geen plaats meer voor een beleid van verzoening. De kolkende hartstochten van de Gentenaars sleuren Geeraard Denijs gewoonweg naar de macht.

Wat de komende jaren zal volgen, is een dictatuur van de wevers. Het delicate machtsevenwicht dat Artevelde zo koesterde, is brutaal doorbroken. De tegenreactie van grafelijke zijde zal snel volgen. Op 13 januari 1349, ‘Goede Disendach’, zullen Denijs en zijn wevers op hun beurt verpletterd worden en hun leven eindigen in het water van de Leie. Maar laat ons terugkeren naar de gebeurtenissen van mei 1345.

De Gentse broedermoorden zijn als koren op de molen van de graaf. Na het afspringen van de onderhandelingen in Menen, voert hij in Henegouwen onderhandelingen met misnoegde Dendermondenaars. Het gaapt als een oven: hij belooft hen bijstand en zij zweren hem trouw en beloven zich voortaan te distantiëren van die van Gent. Een regelrechte oorlogsverklaring tegen Gent! Lodewijk van Nevers en zijn naaste medewerkers nestelen zich in Brabant. De geslepen, doortrapte en oorlogszuchtige Jan van Brabant heeft zo zijn eigen agenda. Hij laat de graaf gedijen, paait de Vlamingen, maar is stilaan zijn kar aan het keren.

Zijn toekomst ligt in een alliantie met Filips van Valois en niet langer bij die Engelse ‘loser’ Edward III. Op 12 mei 1345 worden de Gentenaars zich bewust van het gevaar dat aan het oprukken is vanuit het oosten. De waakzaamheid stijgt. De grens ter hoogte van Aalst, Waasmunster en Hulst, wordt met de hulp van de Bruggelingen versterkt. De jongste Zeger van Kortrijk wordt tot ruwaard benoemd. Verrassend genoeg lijkt Artevelde opnieuw mee te spelen. Hij zetelt niet meer als hoofdman, maar zijn persoonlijke aanwezigheid blijft indrukwekkend en essentieel voor de Gentenaars die wars staan van al dat geweld.

Het bloedbad van kwade maandag heeft veel gematigden wakker gemaakt en er komen verschuivingen in het schepencollege om dergelijke uitspattingen in de toekomst te voorkomen. Denijs en zijn extremisten geraken er alleen maar meer verbitterd om! Voorlopig kan Geeraard Denijs niets anders doen dan de teruggekeerde Artevelde te gedogen. Jacoppe en zijn echtgenote Katelijne vertrekken in juli 1345 ’tIngenlandwaard om te spreke van den ghelde dat hij der stede tachter es ende van andere bederven van der stede’.

Het komt er op neer dat de Arteveldes hulp gaan vragen in Engeland om in Vlaanderen de puntjes op de ‘i’ te komen zetten. Het is nu nog alleen een kwestie van tijd vooraleer de bom zal barsten. De Engelse koning heeft Vlaanderen de voorbije jaren zwaar verwaarloosd en de stilzwijgende Jacoppe aan zijn lot overgelaten. Zelfs het aftreden van de hoofdman begin mei, kon zijn interesse niet opwekken. Maar nu de hertog van Brabant een alliantie dreigt aan te gaan met zijn Franse aartsvijand, wordt hij plots wakker. Hij moet dringend de oversteek maken naar Vlaanderen om te verhinderen dat dit land hem zal ontglippen.

Jacoppe is plots weer de allerbeste vriend van de Engelsen als hij hen komt informeren over het dreigende gevaar. Op 5 juli 1345 ontscheept een indrukwekkende Engelse vloot in Sluis. Artevelde trekt naar de Zwinstreek om zijn bevrijder te verwelkomen. De voorbije jaren werden de Engelsen niet meer ernstig genomen en een verwaarloosbare factor in Europa. En zie: nu duikt de Engelsman plots weer op: geharnast en dreigender dan ooit. Jan van Brabant doet het in zijn broek en duikt onder. In Gent stijgt de onrust.

Het verraad van Jan van Brabant heeft gezorgd voor een complete ontnuchtering bij Edward III. Gedaan met de onbetrouwbare vorsten van Henegouwen en Brabant. Voortaan zal hij enkel en alleen nog aanleunen bij de Vlaamse volksmacht. De tijd is aangebroken om schoon schip te maken en zijn trouwe medestanders flink in het zadel te zetten. Zijn toon is kordaat en gebiedender dat ooit voorheen. Hij wil een vernieuwing van het Vlaams-Engelse verdrag op de meest zuivere manier. Artevelde wijkt niet meer van zijn zijde daar in Sluis.

Voorlopig heeft hij niets te zoeken in Gent. Zijn plaats is naast die van Edward. Ondanks de verwoede pogingen van Geeraard Denijs om Jacoppe weer te laten terugkeren. Denijs beseft dat Artevelde zal terugkeren uit Sluis als de machtigste man van Vlaanderen en als de virtuele stadhouder van Edward te Gent. Sinds zijn machtsovername in mei heeft hij alleen maar terrein verloren. De koning negeert hem volkomen. Er zit niets anders op dan zich schrap te zetten en zich af te zetten tegen de nieuwe situatie. Hij trommelt het volk op met roddels en verdachtmakingen ten aanzien van Artevelde.

De hertog van Brabant doet er nog een schepje bij. ‘Jacoppe heeft Gent verkocht aan de Engelsen.’ Het kan en het zal niet waar zijn. Er breekt een algemene staking van de ‘weverie’ uit. De heetgebakerde wevers zijn er al helemaal van overtuigd dat Jacoppe bezig is met land en zijn stad daar in Sluis aan het versjacheren is. Denijs doet niets om die lasterpraat te weerleggen. Waarom zou hij? Er wordt in Sluis koortsachtig gewerkt aan de terugkeer en de comeback van Artevelde en aan een vernieuwde alliantie met Engeland.

In Gent mobiliseert Denijs de straat. Jacoppe wil, voor alles, zijn levenswerk veilig stellen en leeft in het veilige besef dat Geraard Denijs geen partij is voor de koning. In de nabijheid van de koning, durft zelfs Denijs hem niet aanvechten. De graaf doet nog een ultieme poging om zich in de onderhandelingen te mengen, maar hij vist achter het net. De Vlaamse steden hebben de ‘bezeghelinge’ opnieuw gezworen. Artevelde heeft zijn slag thuisgehaald.

Op 17 juli komt Jacoppe Artevelde eindelijk terug ‘Ghentwaard’. Samen met een handvol reisgezellen, waagt hij zich binnen Gent. Hij die altijd zo voorzichtig en omzichtig is, moet geweten hebben dat het levensgevaarlijk is om dat te doen. Een reeks van ijlboden hebben hem de voorbije maanden bericht over het gepor van Denijs. Weet hij dan niet dat zijn eigen volk opgezweept is en hem niet meer wil en kan luchten?

Vreemd toch dat Artevelde willens nillens in de muil van de wolf binnenstapt. Jacoppe komt oog in oog te staan met een aanzienlijke meute met een briesende Denijs aan het hoofd. Hij slaagt er nog in om in zijn woning te raken, maar al gauw wordt zijn huis belegerd door het ‘gruis’. Hij doet wat hij kan om de menigte te kalmeren en te overreden maar zijn stem gaat verloren in het geraas. Er zit maar één iets op, en dat is om te vluchten. Maar daarvoor is het al te laat. Zijn deur wordt door het gepeupel ingestampt. De briesende wevers achtervolgen Artevelde en tien van zijn trouwe medewerkers tot in de stallingen. Ze worden allemaal genadeloos afgemaakt. Jacoppe en de zijnen hebben hun leven gelaten voor hun idealen.

Het zou natuurlijk wat gemakkelijk zijn om Geeraard Denijs zomaar de schuld te geven van deze moorden. Mogelijk overdrijven de kroniekschrijvers als ze hem betichten van voorbedachtheid en moord. Dat Artevelde vermoord is door het opgehitste volk, staat als een paal boven het water. Denijs was de aanstoker, maar wilde hij Jacoppe effectief dood? Geeraard Denijs zit kort na de feiten met een probleem. De moord op Artevelde en de zijnen werd door hem persoonlijk betaald.

Het volk mag dan wel briesend en boos geweest zijn, maar in wezen gaat het hier om een ordinaire afrekening. Een huurmoord. Het probleem van Denijs is dat de stadsrekeningen melding maken van de terugbetaling van het bloedgeld aan hem persoonlijk. De lieden ‘die met hem ledich ghinghen in den orbore van der stede’ worden vergoed ‘van hare pijne ende verliese van verjare’. Ze worden vergoed voor hun moeite en hun werkverlet. Tijdens zijn leven komt hij weg met die wetenschap door de bewuste passage in de stadsrekeningen te laten schrappen en te laten overschrijven.

Enkele eeuwen later zullen scheikundige middelen zijn bedrog aan het licht brengen en het bewijs van zijn troebele activiteiten leveren. Als een koelbloedige moordenaar heeft hij dus ook alle sporen willen uitwissen die in zijn richting wezen. Hij en hij alleen is aansprakelijk voor het tragische einde van Vlaanderens eerste staatsman. Met die schrapping heeft Geeraard Denijs eigenhandig zijn schuldbekentenis ondertekend.

Welke overeenkomst heeft Artevelde eigenlijk afgesloten net voor zijn dood daar op het grote Koninklijke schip ‘De Christophe’ in Sluis? Een Vlaamse kroniek, althans een 15de eeuwse kopie ervan, nog altijd goed en wel bewaard in Brugge, geeft de details van de afspraak van juli 1345: ‘Dies zeyde de coninc van Ingheland tot Jacoppe van Aertvelde, dat hij wilde dat hem alle steden van Vlaendren zouden gezeghelen tland van Vlaendren eeuwelicken voor hem ende voor zinnen naercommers, en dat hij wilde dat de grave Lodewijk hem manscip doen zoude van den graefscepe Vlaendren.

Hierin consenteirde Jacop van Aertevelde ende beloofde hierin zijn beste te doen’. Edward en Jacoppe waren dus van plan om de grafelijke rechten van Lodewijk van Nevers vervallen te laten verklaren en deze toe te wijzen aan de prins van Wales. Wie precies de initiatiefnemer was van deze coup is niet helemaal duidelijk.

Geschiedschrijver Froissart argumenteert dat het voorstel van de introductie van de prins van Wales, van Jacoppe zelf komt. Het voorstel verbijstert de Vlaamse gezanten die hem vergezellen en die hier niet op zijn voorbereid. ‘Ze keken naar elkaar en wisten niet wat te zeggen’. Ze trekken zich even terug om te beraadslagen om dan ietwat onrustig mee te gaan in de denkpiste van hun leider. Maar ze vrezen de ‘damages, blames en traïson trop grande’ van de voorstellen. Sommige onderhandelaars geven de voorkeur aan Lodewijk van Male, de jonge zoon van Lodewijk van Nevers, die misschien deze keer zelf zijn Vlaams erfgoed zal begrijpen. ‘Lodewijk van Nevers als officiële graaf van Vlaanderen dus vervangen door de prins van Wales’.

Dat is de stelling die lang behouden blijft. Tot dat de geschiedenisschrijvers van de 19de eeuw zich er mee gaan bemoeien en er een authentiek stuk uit de Britse ‘Record Office’ opduikt. In dit archiefstuk staat te lezen dat Edward, twee dagen na de dood van Jacoppe, op 19 juli 1345, een schrijven richt aan de Bruggelingen waarin hij uitdrukkelijk verklaart Lodewijk van Nevers en zijn nakomelingen verder als de wettige graven van Vlaanderen te erkennen op voorwaarde dat zij hem persoonlijk als soeverein huldigen. Zo ze dit weigeren, zullen ze uit het land verbannen blijven en zal Vlaanderen verder geregeerd worden ‘par ceux qui sont nos foialx habitanz’, dus door de steden die daarbij hulp beloofd worden indien iemand hen zou verontrusten.

Staat die Britse tekst haaks op de Vlaamse kronieken van die tijd? In Sluis zal er beslist zijn om de Dampierres niet onmiddellijk van de troon te stoten. Dat lijkt duidelijk. Er wordt veel over heen en weer gepalaverd, maar het lijkt er toch wel heel sterk op dat de Vlaamse kronieken het hebben over de verborgen agenda van de deal te Sluis, waar de brief aan de Bruggelingen een logisch voortvloeisel van is. In theorie worden de rechten van de graaf gevrijwaard. Hij en zijn nakomelingen behouden hun grafelijke status in Vlaanderen. Maar ze weten heel goed dat de voorwaarden, de erkenning van Edward als opperleenheer, een conditio sine qua non zijn. Onaanvaardbaar.

In de verdragen van Esplechin en Malestroit waren het alleen de steden die een voetje voor konden steken tegenover de terugkeer van de graaf. Met de deal van Sluis eist de Engelse koning nu plots ook medezeggenschap in diens terugkeer. Na het ingrijpen van Edward te Sluis, staan de zaken nu totaal anders. De koning plaatst de graaf voor een onmogelijke keuze: onderwerping of verbanning. Het is kiezen of delen voor graaf Lodewijk. Kiezen voor zijn Engelse opperleenheer of de verbeuring van het leen van de Dampierres.

Het niet kiezen, zal de Engelse monarch legitimeren om nu definitief af te rekenen met zijn weerspannige leenman en om in één beweging de prins van Wales in zijn plaats te positioneren. Voor Jacoppe moet dit als muziek in de oren geklonken hebben. Vlaanderen zonder vorst laten was onhaalbaar. Kijk maar naar de anarchie die zich ontwikkeld had in Gent en zowat overal doorheen Vlaanderen. Met Lodewijk van Nevers had hij het al jaren gehad. Het perspectief van de nieuwe graaf van Wales was nieuw en aantrekkelijk en bood een gedroomde oplossing. Het is dus zeker mogelijk dat het voorstel van de hand van Jacoppe zelf is geweest. Het klinkt paradoxaal. Maar toch is het zo.

Jacoppe sterft meerdere keren. Na zijn dood in zijn huis aan de Kalandeberg, in het hartje van Gent, wordt hij nu volledig afgemaakt door de kroniekschrijvers. Het begint al in de 15de eeuw wanneer een Franse schrijver beweert dat het stoffelijk overschot van Artevelde eerst in een nonnenklooster werd begraven en daarna ‘désenterré par le peuple et gectié aux champs, qui depuis fut dévouré par les bestes et oyseaulx’. Het officiële Vlaanderen doet alsof hij nooit bestaan heeft. Geen enkele kroniekschrijver van zijn tijd acht het nodig om hem te vermelden. Zijn hinderend lijk wordt weggemoffeld in de gordijnen van de tijd.

Alleen in het volksgemoed wordt de nagedachtenis van Jacoppe bewaard en geëerd. Als de nieuwe graaf zal aantreden, zal hij het zevenjarig bewind van Artevelde rangschikken onder de tijd van ‘des esmeutes de Jake de Hartevelde et de ses adherans’, maar wordt hij op zijn minst erkend als ‘notable capitaine’. Na een tijdje zal Lodewijk van Male zich zelf niet langer verzetten tegen de terugkeer van Arteveldes vrouw, kinderen en familie. Jean Froissart uit Valenciennes is acht jaar als Jacoppe vermoord wordt. Hij zit nog op de schoolbanken. Hij ontpopt zich enkele decennia later tot de meest bekende kroniekschrijver van de 14de eeuw.

Hij is het die aanvangt met een eerste levensschets van Artevelde. Een kluwen van werkelijkheid en verzinsels verraden de Franse invalshoek maar hebben het hoe dan ook al over de ‘beleeder’ met al zijn grootheid en zijn staatsmanschap. Zijn werk is boeiend om te lezen. Historici noemen het niet echt nauwkeurig. Maar is geschiedenis ooit wel nauwkeurig? Bij Froissart lijkt het er althans op dat Artevelde dan toch zijn terecht plekje in de geschiedenis zal krijgen. Op welke bronnen baseert Froissart zich? Het blijkt een zekere Jehan le Bel te zijn, een Luikse priester, adept van de Franstalige adel, tijdgenoot van Jacoppe en goed bevriend met Jan van Henegouwen.

Hij schrijft dat Artevelde een erg nors, wijs en intelligent man was, die zo machtig was dat heel de stad Gent aan hem en aan zijn wil was onderworpen. In Gent werd hij steeds begeleid door zestig of tachtig gewapende lijfwachten waarvan er amper twee of drie zijn geheimen kenden. Jean le Bel vertelt verder. Als Artevelde iemand tegenkwam die hem niet aan stond of die hij van iets verdacht, dan was die persoon zo goed als dood, want hij had zijn aanhangers, de Witte Kaproenen, het volgend bevel gegeven: ‘Als ik iemand ontmoet en ik geef een bepaald teken, doodt hem dan terstond, hoe belangrijk of hooggeplaatst hij ook mag zijn, zonder op enig verder gebod te wachten.’

Jacoppe zou zo erg gevreesd zijn geweest dat niemand het aandurfde om hem aan te kijken, laat staan hem aan te spreken. Jehan le Bel schildert hem af als een argwanend en bloeddorstig despoot. Schrijver De Mont onderzoekt in zijn boek wat er waar is van die beweringen. Hij ontwart de feiten waaruit deze legende is geboren. Artevelde beschikt over een lijfwacht van 21 man. Hij is waakzaam. Dat blijkt uit de scherpe politiemaatregelen die getroffen worden wanneer hij aan de macht komt. Hij heeft minstens enkele manslagen op zijn kerfstok.

En er zijn inderdaad van die rumoerige dagen geweest dat zijn persoonlijke escorte noodgedwongen moest uitgebreid worden met de in totaal 134 lijfwachten van de andere 4 hoofdmannen. Zijn lijfwachten bewaakten zijn woning als een ultra-beveiligd bastion. Het zal in die dagen zeker veiliger geweest zijn om hem uit de weg te gaan. De beweringen van le Bel zijn dus waar, maar geven een fragmentarisch en een uit de brede context gerukte episode weer waarbij Jacoppe zich als een duivel in een wijwatervat moet zien te redden in het kolkende Gent tussen 1343 en 1345.

Froissart nuanceert inderdaad zelf al de persoon die Jacoppe was. Hij schrijft over hem als een onweerstaanbare spreker; ‘si bien en la grasce des Flamens que i les menoit ou il le voloit’. Zo geliefd bij de Vlamingen, dat hij kon doen wat hij maar wilde. Hij werd waardig bevonden om Vlaanderen te regeren, want ‘il avait grant sens et belle parleure’ volgens zijn toehoorders.

Noch Froissart, noch le Bel verstoren de levenswandel en de serene grafrust van Jacoppe Artevelde zo erg zoals diens eigen zoon Filips Artevelde dat doet in het jaar 1382. De tweede Artevelde is beter opgeleid en geschoold dan zijn vader. Hij is veel meer de zoon van zijn moeder Katelijne die na de dood van Jacoppe hertrouwd is met de heer van Baronaige. Filips heeft zijn vader amper gekend, groeit op in Engeland en komt pas later aan in Gent.

Hij heeft het forse temperament van zijn vader, maar zijn hersenen functioneren fanatieker. De temperende rust van zijn vader ontbreekt. Hij is een vechter en totaal geen staatsman. Hij koestert een sacrale verering voor zijn overleden vader. Wraak om wat ze in Gent met hem hebben gedaan, is zowat zijn enige drijfveer. Zijn kortstondig bewind wordt een bloedig en ruw plagiaat van zijn vaders bestuur. Een karikatuur van de politiek van vader Jacoppe.

Na zijn dood tijdens de veldslag te Westrozebeke van 1382, blijft de naam ‘Artevelde’ onherroepelijk gekoppeld met de gedoemde zaak van de rebellie. Filips is onbezonnen opgestaan tegen het vorstelijk absolutisme. Het uitgewiste en vervaagde grafschrift van zijn vader, wordt nu vervangen door de term ‘rebel’. De naam ‘Artevelde’ zal de volgende eeuwen verder vervagen tot een vluchtige schim uit te verleden.

Het zal duren tot 27 juli 1812, vooraleer de Franse prefect van Gent in omfloerste woorden zal toegeven dat Artevelde geen avonturier was, maar een man van aanzien. Een staatsman. Het hek is nu voorgoed van de dam. Enkele jaren wordt hij definitief gepromoveerd tot een echte seigneur: ‘le Courtisan le plus adroit et le premier Homme d’Etat que l’on connoissoit.’ In 1859, meer dan 500 jaar na zijn dood, bestelt de Belgische staat een kolossaal standbeeld voor de illustere staatsman.

Het kan eindelijk geen kwaad meer om hem te negeren en hem als Vlaamse leider te erkennen. In 1869 wordt het massieve bronzen beeld feestelijk onthuld. Maar op de keper beschouwd, lijkt het beeld niet erg op de man van geest, vlees en bloed die Jacoppe ooit geweest is.

Wat Jacoppe Artevelde gerealiseerd heeft in zijn leven is fabuleus. Hij verdient de onsterfelijke roem. Zonder hem en met die verraderlijke Fransman Lodewijk van Nevers, zou het graafschap Vlaanderen onherroepelijk de weg opgegaan zijn van Frans-Vlaanderen. Artevelde is er niet in geslaagd om een westerse grootmacht te stichten met Gent als hoofdstad en Vlaanderen als kern. Maar dank zij zijn droom, heeft hij zijn land behoed voor ontaarding en inlijving bij Frankrijk. Dat wij op vandaag nog Vlamingen en Belgen zijn, hebben we vooral te danken aan Jacoppe Artevelde.

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

 

 

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.