De strenge beteugeling van het verzet in Poperinge, blijft niet zonder gevolgen. In het voorjaar […]
De kronieken van Olivier van Dixmude vertellen het in onze prachtige taal van toen: ‘in […]
De naam van Westrozebeke ruist door mijn hoofd. Wat daar gebeurde op 27 november 1382 […]
Dezelfde Veurnambachters die twee jaar op rij aan de zijde gevochten hebben van graaf Lodewijk, […]
Najaar 1382. Heel Vlaanderen mag zich in de afloop van de slag van Westrozebeke dan […]
Aan Franse zijde lopen de militaire voorbereidingen bijzonder gesmeerd. De koning heeft de heilige banier […]
Er moeten zich ongetwijfeld bronnen van de Kortrijkse jaarboeken in dat kamp bevinden en die […]
27 november 1382. Een donderdag. Filips van Artevelde is al heel vroeg opgestaan en laat […]
Het jaar 1382. Bij het krieken van de morgen van de 18de november staat de […]
Tijdens deze cruciale dagen komen de gezanten die voor Artevelde naar Engeland uitgestuurd werden terug […]
9 juni 1382. Op één maand tijd hebben de Gentenaars onwaarschijnlijke zaken verricht. 200.000 Vlamingen […]
Zie hier wat de mensen van die parochie vertellen. Der was ‘ne keer een Pietje […]
‘Nieuwpoort mag van geluk spreken’. Ik laat René Dumon aan het woord in zijn boeiend geschreven geschiedenis van Nieuwpoort. De schrijver brengt me terug naar de junimaand van 1383. Een Engels leger is ontscheept in de Westhoek. De stad Nieuwpoort neemt geen risico en geeft zich prompt over aan de troepen van bevelhebber Spencer.
Dat waren de namen van de ijzeren beelden die eertijds te Kortrijk de ure sloegen op de Hallentoren, en, na de slag van Westrozebeke, door de Fransen weggenomen, op onze vrouwe toren te Dijon geplaatst werden, waar ze nog staan onder den naam van Jacquemart et sa femme.
De hoogten van Terrest en van de de Kaaiaard zijn bekleed met keivelden (silex of vuursteen, koppekeien). Die silexen werden ter plaatse bewerkt, wat blijkt uit de splinters die daar lagen. Ook moeten bewerkte silexen overgebracht geworden zijn uit Henegouwen (Spiennes).
De Gentse arrogantie druipt er van af. De boodschap wordt overgemaakt aan de Franse koning die zich ondertussen al in Péronne bevindt en die er uiteraard niet om kan lachen. Het enig gevolg ervan is dat er nog een tandje bijgestoken wordt bij de opbouw van de troepenmacht.
Filips van Artevelde stelt zich aan het hoofd van 9.000 Gentenaars en vertrekt uit zijn thuisstad. Een gelijk aantal volk van het Vrije, de Vier-Ambachten, Geraardsbergen, Aardenburg, Damme, het land van Waas en uit andere gewesten komt zich bij hem aansluiten. Samen met zijn leger bij Oudenaarde beschikt hij nu over een leger van 40.000 vechtbare mannen.
Is aldus misschien de gewoonte ontstaan die nog op vele plaatsen van onze Vlaamse buiten bestaat, om de pastoor en aan sommige notabelen bij een zwijnsslachting een geschenk te dragen, een ‘zwijnefruute’ zoals men in het noorden of een ‘zende’ zoals men in het zuiden van West-Vlaanderen zegt.
1382 en 1383 zijn geen boerenjaren geweest voor de Westhoek. Dat is wel het minste wat ik kan zeggen. Ik heb intens meegeleefd met het beleg van Ieper tijdens de zomer van 1383 en was erbij toen Filips van Artevelde, de leider van de Vlamingen, de confrontatie aanging met het Franse leger ergens in de mistige en modderige velden van Westrozebeke.
De Vlamingen werden direct aan drie zijden omsingeld. De legerbenden van de ruwaard liepen op elkaar, vluchtten zonder het gevecht van man op man af te wachten. Ze liepen ongeordend in alle mogelijke richtingen om toch maar een volledige omsingeling te voorkomen. Op minder dan één uur was de helft van het leger gedood. Enkele duizenden mannen konden vluchten richting Kaaiaard.
Het duel speelt zich af ter hoogte van de brug over de Leie in Komen. De Vlamingen zijn in groten getale toegestroomd en houden de doorgang bezet. Een deel van de constructie wordt zelfs afgebroken en deels met mest gecamoufleerd waarop ze zich zelf verdekt opstellen en de komst van de bende van de Haese afwachten. Het wachten duurt niet lang. Ik schakel even over op de rechtstreekse commentaar van de jaarboeken voor me: ‘wanneer de ridders met gevelde lancien op hun aanvielen, zo dat zij de doortocht vrij ziende, op de brugge reden. Het gelukte aan omtrent dertig andere van daar over te geraken, maar de brugge dan brekende, onder de volgende, is er een deel van deze zwaar bewapende ruiters in de riviere gevallen en verdronken.’