Hoog tijd om de lotdagen voor 2021 door te geven Januari 2021. Het weer tijdens […]
Zie hier wat de mensen van die parochie vertellen. Der was ‘ne keer een Pietje […]
Got seegie! Gezegd tegen iemand die niest. Vandaag de dag zijn er velen die een beetje […]
Met de eindejaarsperiode in zicht moest ik plots denken aan de lotdagen die ons volgens […]
In het bisdom Brugge wordt Sint Medardus als patroonheilige vereerd te Eernegem. Wervik en Wijtschate. Op sommige plaatsen wordt hij voor het bekomen van schoon weer. Het volksgeloof wil namelijk dat, wanneer het op zijn feestdag regent,het dit gedurende 6 weken ononderbroken zal doen.
De wonderbare kaars van Atrecht en O.L. Vrouw van Groeninge Naast het wonderbeeld van O.L. […]
De heilige Bavo komt niet voor op de officiële kerkelijke kalender, maar wel in het feestdagen van de bisdommen Brugge, Luik en Gent, gevierd op 1 oktober. In het bisdom Mechelen herdenkt men hem op 5 oktober.
Op Lichtmis en is er geen vrouwtje zo arm of het maakt de koekepanne warm.
Na de lange winter verzuchten de mensen naar de eerste deugddoende lentedagen. Ze zijn er nog schaars en daarom worden ze zo zorgvuldig opgeteld.
In vroegere tijden was het ‘Familieboek’ in ieder gezin de geestelijke bron waaruit sterkte voor het dagelijks bestaan werd geput en waaruit de fierheid straalde om het eigen familiebezit.
Na de eerste wereldoorlog verdween het gebruik van in de kerk rond te gaan met een koperen buis en te prevelen ‘cantate voor de armen, God zal ’t joen lonen’.
De slechte reputatie van de zwarte kat vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen. Het gerucht ging dat de zwarte kat het maatje was van heksen en van de duivel.
Een rechtermollepoot in de zak dragen brengt geluk aan.
Een klaverblad van vieren bij zich dragen breng ook geluk aan.
In Loquela lezen we: “overal op de landkaart van West-Vlaanderen vindt men stukken land die ‘kattekerkhof’ heten”. Inderdaad, Karel De Flou vermeldt negen gemeenten waar een ‘kattekerkhof’ ligt (Beselare, Belle, Cassel, Dadizele, Dikkebus, Dranouter, Kemmel (2x), Reninge en Westnieuwkerke).
’t Is te fète honderd jaar geleên. Petrus Maes, mijn grootvader langs moederszijde, woonde op een klein doeningske, op een boogschote van Westvleterenkerke, in ’t midden van de broeken. Rondom in ’t water lijk op een eiland binst de winter en in de zomer in een zee van groenigheid, zoverre als jen ogen dragen.
Wider weunden hier niet verre van de vaart en up en avond komt er hier e wuvetje binnengelopen tenden (buiten) asem en al roepen “’t Is daar e verkeer, en ’t ruttelt met ketens, ’t is de waterduvel, ’t is de waterduvel.”
Ten westen van de Nonnebossenstraat (vroeger Waterstraat en in 1100 de Reebrouckstraete: het straetjen dat liep naar ’t goed Reebrouck) lag het Rumetrabos, zich uitstrekkend tot de Bellewaart met middenin het goed Reebrouck.
Beveren-aan-den-Ijzer. In mijn jonge jaren was ik messediener en op zekere avond moest ik mede voor een berechting naar ’t verste uiteinde van de parochie.
Komen de doden terug of niet? Volgens sommige zegspersonen moet er blijkbaar een onderscheid gemaakt worden tussen vroeger en nu: ‘… vroeger moesten de zielkens die kwaad gedaan hadden werekeren, nu blijven ze in ’t vagevier om uit te boeten. Maar in den tijd kwamen ze al were’.
De volksverhalen worden gemeenzaam in drie verschillende groepen ingedeeld: de sprookjes, de sagen en de […]
Bij het lezen van ‘Tooveraars en Zwarte Katers’ komt mij een historietje te binnen, authentiek waar gebeurd. Mijn moeder was geboortig van ’t Ruiseleeds Veld, en achter haar huis lag een kleine terp, door de mensen van het gehucht ‘den Berg’ genaamd.
Het was in de andere oorlog, een nicht van mij die betoverd geweest is, nè. En zij hielden café en ’t was een hofstede. En er gingen daar regelmatig bezoekers alzo, nè, om pinten te drinken en al. En er was daar een wijf dat alle dagen ging achter melk. En op een zekere dag, zij had chocolade gegeven aan haar, om op te eten.
’t Waren slechte boerenjaren en een boer van ‘De Brabant’, een wijk te Poperinge, hing aan de balie. Ze waren zwart van d’armoe en een gebuur zou een zwijn gaan stelen.
Hoofdstuk twee van dit boeiend boek gaat over de herkomst van onze maanden. Die worden hier beschreven als de twaalf gezellen van de oppergod Wodan. Die Wodan mag je best beschouwen als de voorloper van onze God. Een onbekend fenomeen achter de schermen van het menselijk leven, waar ooit nog het eerste bewijs van zijn bestaan moet worden van geleverd.
We brengen vandaag een sage, opgenomen door wijlen Jozef Doise (geboren te Westvleteren op 13 maart 1908 en aldaar overleden op 3 december 1965) gewezen schoolhoofd van Westvleteren, uit de mond van Romain Gruwier, landbouwer te Westvleteren.
Ja Sinte Catherine wordt in Ledegem vereerd en daar komen ze dienen voor de Catherinewielen. Al dat ze doen is bidden aan haar beeld en in de sacristie gaan om gezegend te. worden en ze betalen een kaars.
De maan is in alle tijden en bij alle volkeren een mysterieus hemellichaam geweest. De heidense Germanen gebruikten de maandag voor toewijding aan deze maan en om te offeren.
Voor enige tijd leefde er te Ramskapelle een jager, Jan Tison genaamd, die nooit het wild miste waarop hij schoot en die aldus als jager een grote faam genoot.
Er waren destijds, zo zegde men, 700 superstitiën! Bad men dagelijks het ‘Gebed van Keizer […]