In de gemeente Alveringem werd een man die iets kon in de kamer van een vrouw, die door de mare bereden werd, binnengeroepen. Hij nam een handvol droog zand, sprak enige woorden en wierp het zand in de lucht en overal in het rond onder de tafel, de stoelen, de kasten, in ieder hoekje.
Vrijdag. ‘Vreyadag’, ‘Freitag’, in het Engels ‘Friday’, in het Zweeds en Deens: ‘Fredag’. Letterlijk dus: de dag van Freya, de zus van Wodan. Die godin speelt een grote rol bij de oudste mythes. Ze beschermde de vrijheid van de mensen en was uitdrukkelijk aanwezig op liefdesnachten en bruiloften.
De Dorpstraat op St-Michiels, tusschen Schoutteet en de kerk, is altijd, al van over ouds, een sukkelbaantje geweest waar men van alles – kan vinden: een kalsijtje pit-uut-pit-in lijk met de roefel opeen gesmeten.
Verse boter die op de kruisdagen gekarnd wordt bederft niet, daarom wordt ze kruisboter genoemd.
Op de baan van Ruddervoorde naar Torhout, een kwartier van de kerk ligt er een groot omwald boerenhof waarop een woning staat met drie verdiepingen, het Tempeliershuis genaamd.
Naast een degelijke kennis van de zee en haar visgronden moet men ook een dosis geluk hebben in de opbrengsten, om een schone reist en goede besomming te maken. Ten eerste komt het er op aan de vis te vangen, ten tweede zonder pech de thuishaven te bereiken en ten derde in de vismijn een goede prijs voor zijn ‘vangste’ te bekomen.
Ter inleiding: de koeke van kinders was zo één van die kinderkwalen waar men voor ging dienen. Een soort vage buikziekte die gepaard ging met maagkrampen, spijsverteringsklachten en andere ongemakken van de darmen.
Die toveresseknok ligt langs de Moorselestraat. Het is een bergje met een grote boom in het midden. De berg zelf bestaat uit verschillende aarden trappen die de boom omringen tot op een hoogte van omtrent 150 centimeter.
Ten oosten van de stad Veurne ligt een straat, bekend sedert aloude tijd als de Rodestraat, die leidt door de weiden naar het Duivekot, een grote hofstede met kapel, die toebehoord heeft aan het klooster der Predikheren.
Mijn oude nicht Godelieve leeft en ofschoon nu bij de zeventig vertelt zij ons het geval alsof het pas gisteren gebeurd was.
In de chronike van ’t bisdom van Kamerijck vindt men het volgende zeisel over zekere Boudewijn, grave van Vlaanderen. Vermoedelijk Boudewijn IX vertelt de kroniek. De koning van Vrankrijk, die te dien tijde de machtigste vorst van Europa was, had een dochter met name Beatrix, en hij wrocht met handen en voeten om Boudewijn met haar te doen trouwen.
Zekere avond ging een molenaar uit Veurne slapen. Op zijn molen stonden drie ongemalen zakken koren en er lag een pakje boterhammen bij die hij niet had opgegeten wegens buikpijn. Toen hij ’s anderendaags op de molen kwam, vond hij de drie zakken gemalen en het brood verdwenen.
Als men vroeger bomen uithakte, liet men de rolders (aarsgat van uitgeroeide boom) in de grond zitten en de armen of de werklieden mochten ze komen uithalen.
Te Brugge woonde een paruikmaker, die met veel gasten werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor ’s anderendaags ’s morgens een paruik kon maken.
Tussen Beveren en Hondschoote, niet ver van de Franse grens, is er een ronde, diepe put, de Paddeput genaamd.
Op de Coin Perdu was er een klein hofstedetje en wij zijn daar op gegaan, in plaats van die heks, Fidelia Lambrey, die daar voordien woonde. Mijn vader heeft dat overgenomen van die heks. Ik was toen twaalf Jaar oud. Zo in 1903. We woonden vroeger op de Zwarte Molen.
Een slechte kerel van Veurne wilde weten hoeveel heksen er wel in de stad waren; daarom besloot hij ze eens in ’t bijzijn van geheel de gemeente in de kerk op te sluiten.
De oude bewoners van Vlaanderen en van België aanbidden Woden, de oppergod die ze de god van het licht noemen. De maand juni wordt aan Woden opgedragen. Maar er zijn andere goden voor onze voorouders: Thor, Niord, Frô, Tyr, Bragi, Heimdallr (de witte god), Balder, Widur, Vidar, Vali en andere
Het was aan den eik, de boom van Thor, dat de Germanen, zowel als de Kelten, een bijzondere eredienst bewezen. De Galliërs geloofden dat de eik de vader was van de mensen en het heiligdom van de opperste godheid, die er in verbleef.
Bij het oplopen van brandwonden legde men de lies (eipel) van onder eierschaal over de brandwonde en daarmee bekwam men een natuurlijke pleister, welke afschermde tegen het binnendringen van stof en bacterieën. Een liesei is een ei zonder schaal.
Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.
Afkomstig uit Vlaanderen, werd dit volk overgeplaatst door de koning van Engeland, Hendrik I, om deze streken te bewonen. Een moedig en sterk volk is het, een volk door voortdurende strijd zeer vijandig gezind jegens de Cambriërs, een volk, zeg ik, bedreven zowel in het weven als in het handeldrijven, een volk zeer behendig om winst te maken en hiervoor geen moeite sparend of gevaar vermijdend zowel te land als ter zee : een volk al naar gelang plaats en tijd, vaardig in het hanteren nu eens van den ploeg dan weer van de wapens, een volk waarlijk gelukkig en moedig.
Iedereen in de streek, vooral buiten Stavele, de gemeente waar het voorviel, weet te vertellen over de geheimzinnige gebeurtenissen die meer dan honderd jaar geleden zijn voorgevallen op Coene’s hof.
Het spoor van die vreugde en de oorsprong van dit feest hebt gij in uw taal, o Vlaming. Woelen, hoelen, woelstok, hoelstok, kent gij toch, en dat zou men eertijds ook hoel en joelen uitgesproken hebben; daarvan hebben de Fransen joli gemaakt en wij jolijt, dat is te zeggen blijdschap, in de oude taal.
Als de eenden duiken, mag men zich aan slecht weer verwachten. Blaaskensregen voorspelt aanhoudende regen. De regen zal spoedig ophouden, als de kiekens schuilen.
Het was maandag na kleinen tuindag (kermis) van het jaar 1521. Drie jonge dochters, Magdalena Ghijselin, Lucia Larmeson en Maxima Vanden Driessche, als buurmeisjes verenigd, en door de koelte van de vallende avond uitgelokt, wandelden langzaam door de stad. In de Tempelstraat gekomen zijnde, ontmoetten zij aldaar een klein paard, dat zonder leidsman was en scheen te dwalen. Dit beest was zo wonderlijk schoon, aardig en bevallig van gedaante, dat de drie maagden bleven stilstaan om het te bezichtigen.
Ik heb horen vertellen van mijn moeder, maar dat is waar gebeurd, dat er op ’s zwijneplein, dat is op St. Pieters bij de vesten, alle nacht klokslag twaalf stipt een spook kwam onder een wit laken.
– Een rechtermollepoot in de zak dragen brengt geluk aan.
– Een klaverblad van vieren bij zich dragen brengt ook geluk aan.
– Een cent met een gaatje in brengt de bezitter geluk bij.
– Als ge een duit vindt, dan moet ge ze weggooien om meer te vinden.
Den heiligen Bernardus was begraven onder een steen, de wormen hebben hem opgegeten, maar zijn hart vergeten, zijn de wormen klein of groot, geel zwart of rood, zij zullen de aarde eten en mijn vruchten vergeten, drie onze vaders en drie weesgegroetjes.