7 september 1566. De trommels weerklinken in de Ieperse lucht. Iedereen die zin heeft om te werken mag zich komen aanmelden. Men zal de werkwilligen inschrijven. Gerechtsdienaar Jan Devisch komt de stad binnen met vier gevangenen die hij opgepakt heeft te ‘Heykinen’ in de buurt van Poperinge. Dat gebeurde al op de laatste dag van augustus. De sukkelaars worden nog diezelfde dag voor de vierschaar gebracht.
Drie van hen belanden op de vuurstapel, de vierde zal worden geradbraakt. Het podium waar de terechtstellingen zullen doorgaan wordt alvast in gereedheid gebracht. Het schavot staat pal voor ‘Het Zweerd’. Een wiel, een rad dat zal gebruikt worden om justitie te doen wacht al op de markt, bij een houten huisje en vlak voor het bezant. Kapitein Simon Uyttenhove wacht er met zijn manschappen om er de goede orde te verzekeren. Net zoals zeven gerechtsdienaars.
Rond die tijd biedt predikant Pieter Hazaert zich aan bij de stadspoorten. Hij begeert het om binnen de stad te komen. Om halfeen is dat, de terechtstellingen op de markt zijn nog niet eens begonnen en de wachten laten hem veiligheidshalve niet binnen. ‘Maar weet je wat’, vertellen ze hem, ‘je komt beter terug met twintig à vijfentwintig man’ en dan zullen we je binnenlaten.
Ik heb er zo mijn bedenkingen bij. Hazaert haast zich naar het nabijgelegen Brielen en binnen de kortste tijd staat hij terug aan de stadspoort met twintig gewapende mannen naast zich. De poorten gaan nu wel open en de wachten laten de gasten binnen om met geweren op hun schouders te komen kijken naar de executies voor het bezant.
Rond twee uur in de namiddag wordt het eerste slachtoffer geradbraakt. Een jonge vent van vierentwintig. Ik heb er medelijden mee want het is triestig om zien. Daarna komen de andere drie aan de beurt. Allemaal samen in één vuur. Het houten huisje gaat met zijn menselijke inboedel in de vlammen op. De schout staat er bij en kijkt er naar. Er is trouwens bijzonder veel volk getuige van de terechtstellingen. Het is al voorbij 16u als men de vier lijken buiten de Boterpoort transporteert en aan masten ophangt. De Ieperlingen van binnen en buiten de stadspoorten mogen best eens zien waar burgerlijke ongehoorzaamheid naartoe leidt.
Op diezelfde zaterdag preekt Hazaert in Brielen. Er dient zich al meteen een nieuwe predikant aan. Meester Robert Willent, een Ieperse schoolmeester nota bene, steekt een sermoen af en dat gebeurt opnieuw in Brielen, een buitengemeente die blijkbaar erg in trek is bij de heretiekers. Bisschop Rythovius biedt vanzelfsprekend het nodige katholieke tegengewicht vanop zijn preekstoel. En twee dagen later nog maar eens een vlammende speech om zeven uur, terwijl het nu aan meester Robert Vlamen is om voor de protestanten te preken in datzelfde Brielen.
Zaterdag 14 september. Het lijkt een straatje zonder einde te zijn. Woord en tegenwoord. De beste God en de beste kerk. Wie zal het zeggen? De bisschop komt al opnieuw aan het woord in de zevenurenmis. De graaf van Egmont is ondertussen op komst van Kortrijk. Alle mannen die onder het stedelijk bevel staan worden opgetrommeld om zich aan te bieden bij Egmont. Ze troepen samen op de markt en gaan zich vanaf 15u opstellen tussen de Klierstraat en de Houtstraat. Rond 17u30 rijdt de baljuw binnen, samen met nog een viertal heren.
Ze arriveren via de Antwerpse poort. Een half uurtje later rijdt graaf Egmont met zijn gezelschap via diezelfde toegang binnen in de stad. Die Egmont ziet er me geen kwade uit. Een kalende man met een prima verzorgde rosse ringbaard en heldere grijsblauwe ogen. De graaf heeft iets over zich wat ik niet echt kan definiëren. Hij straalt echt wel autoriteit uit in zijn majestueuze kledij, gezeten op een schitterende merrie. Met de sabel in aanslag. Bij zijn aankomst in de Antwerpstraat schieten zijn manschappen hun geweren af en dat scenario herhaalt zich nog eens bij de aankomst op de markt.
Egmont laat zich gelden, dat is maar al te duidelijk. Achteraf gaat hij logeren in de woning van Jan van Rootswas. Er lopen heel wat vreemde sjarels rond in de stad. Veel volk van de omgeving. Lieden van Belle, Poperinge, Armentières, Nieuwkerke en daaromtrent. Ze hebben allemaal de intentie om tot bij graaf Egmont te geraken om hem een verzoek te kunnen voorleggen. Blijkbaar geloven ze dat de graaf openstaat om hen godsdienstvrijheid te beloven.
Er is opvallend veel paardenvolk in de stad. Wel vierhonderd ruiters om de rust binnen de stadsmuren te verzekeren. Natuurlijk geen paarden in de kerk op zondag maar wel bisschop Rythovius die een hele preek te berde brengt over het evangelie van de tien melaatsen. Egmont en zijn edelen tekenen present in de misviering. Het volk in de kerk deinst achteruit wanneer de graaf zijn intrede doet en zich voor het hoofdaltaar gaat plaatsen. Na de dienst volgt er een extra dienst in het hoogkoor. Pas daarna vertrekt Egmont naar de grote markt. Diezelfde morgen predikt Hazaert in Brielen.
Ik had niets anders verwacht. Er komt heel veel volk op af. De mensen moeten hun wapens aan de stadspoorten achterlaten en kunnen pas dan deelnemen aan de viering. In de namiddag is er nog een optreden gepland van Hazaert, opnieuw in Brielen. Nog diezelfde zondag houdt men een katholieke vroegmis in de kerk van Sint-Niklaas.
Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek


