7 september 1566. De trommels weerklinken in de Ieperse lucht. Iedereen die zin heeft om […]
Woensdag 16 april 1567. Het gonst al snel van de bedrijvigheid op de Ieperse grote […]
Zaterdag 20 november 1568. Het is een tijdje rustig gebleven. Maar nu breekt er weer zo’n […]
Anno 1620, op de 22ste mei zijn twee paters capucijnen uit het convent van Ieper die tijdens hun leven naar Jeruzalem waren gereisd begonnen met het vervaardigen van een schoon, wonderbaar en onvergelijkbaar stalletje van Bethlehem, dat gebeurde in de kerk van Sint-Pieters.
In de laatste week van de maand september, op de zaterdag na de feestdag van de heilige Mattheüs, de patroonheilige van de wevers, is er binnen Ieper een zeldzame oproer gerezen. Een nooit eerder meegemaakt gevecht en algemeen tumult tussen de vrouwen onderling. Voornamelijk diegenen die met een kraam of een stand op de markt stonden.
De oude klerenverkopers hadden op het einde van de 13de eeuw hun standplaats op de Grote Markt te Ieper. Om een of andere reden waren ze hier niet mee tevreden, misschien om een te grote evolutie van deze handel.
B.A., viskoopman, door zijn vrouw verlaten, ontmoette deze donderdagnamiddag in de Diksmuidestraat en ging haar dadelijk te keer. Omdat hij gendarmen zag opkomen, sprong hij op zijn velo en vluchtte ijlings weg.
2154 jaar voor Christus. Eerste cronicke. Beginnende van den aldereersten oorspronk, der vermaerde stadt Iper […]
Ze zijn er met lichten binnengegaan en vonden daarbinnen een ijzeren koffer met ijzeren banden beslagen, welke koffer ze hebben opengeslagen en daarin hebben gevonden een groot deel zilveren penningen. Allemaal in de vorm van een kroonstuk, op welke penningen aan de ene kant gegraveerd stond een portret van een keizer met een kroon en een scepter in zijn handen.