Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij […]
Karel Martel heeft het geschopt tot opperheer van Frankrijk en heeft tijdens zijn leven de […]
In -120 is er voor het eerst sprake van Morinen. Caesar heeft het wat later […]
Boze wijven en stugge peirden moet men met harde sporen berijden.
Hoe groter de liefde hoe kleinder de sprake.
Schone spraken scheuren geen kaken.
Zelden zal men ontmoeten een schone vrouwe zonder sproeten.
Wie last heeft van het graveel, mag een of twee witte ajuinen nemen. Snijd ze open in een kruisvorm en leg die in een kruik Rijnse wijn. Een glas van dat mengsel voor het slapengaan zal het graveel doen afdrijven.
‘ ’t Go wel mien tied doen’, zegt de filosoof.
‘Os de ’n hemel volt, liggen w’ol d’roendre’ – Laat de zaak op haar beloop, wij kunnen er toch niets aan veranderen.
‘Leven en loaten leven’, was de leuze van de vroegere bewoners van ’t Ambachtstraatje.
Die toveresseknok ligt langs de Moorselestraat. Het is een bergje met een grote boom in het midden. De berg zelf bestaat uit verschillende aarden trappen die de boom omringen tot op een hoogte van omtrent 150 centimeter.
Men lost 120 gram keukenzout in een liter water op. Het ei, op dezelfde dag gelegd, zal in deze oplossing tot aan de bodem zakken.
Zwijgen is de beste maniere van communicoatje.
Die plekke hier wos van te voaren leeg.
’T leven is goekoop, maar de opties zijn redelijk kostelijk.
O’j droenke geweist zijt, meug je nooit kwoad zijn up ’t bier.
Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan? Nehallennia, de godin, gaat plots weer door mijn geest spoken. Nehallennia, de Keltische godin die de reizigers beschermt. Vooral die op zee. Zeevaarders. Veurne, de zee, water, Neha heeft warempel haar locatie goed gekozen. Die oude Burg met zijn oude tempel. Afgoden. De schrijvers van de oude Cronycke vande Duynen kunnen misschien wel eens gelijk gehad hebben!
Ik verslik me haast in mijn ochtendkoffie op 1 mei van het jaar 1447. Seroalius Heyse trouwt met Philipina van den Brouke. De huwelijksmis wordt gecelebreerd in de kerk van Sint-Maarten, waar de toren na storm van 1433 nog altijd in de steigers staat. De zus van de bruidegom wil wel eens een blik gaan werpen in te toren en samen met Seroalius Heyse stappen nieuwsgierig de trappen op om de stand van zaken bezichtigen.
Hij trekt erop lijk een snottebelle op een oester
’t herte is goed maar den omloop deugt niet
Hij heeft de koorts in zijn onderbroek
De malchance komt naar ons als knuppels naar de honden