‘Geluk in ’t huis’, zei de vos en hij stak zijn hoofd in ’t hennenkot. […]
Roeselaarse spreuken amai zeg: mo vint toch amuseren: je jeunt em lik un vikken in […]
Alle baten helpen, zei de boer, en hij trok van de kat een haar uit […]
Kloek en gezond Kloek en gezond zijn was, bij manier van spreken, het statussymbool van […]
Westhoekse wijsheden uit 1911 Een kwade tong kan ons verder brengen dan onze benen ons […]
Juist buiten Reningelst-Dorp, links langs de steenweg naar Westouter, ligt de hofstede bewoond door het […]
’t Is een baanvrouwe. – Vrouw die zich thuis verveelt, haar huis ontvlucht en op […]
1. Buiken vul maar geen in de beuze. – Verwittiging tot de disgenoten voor een […]
Geen markten zonder ezels. – Waar veel volk is zijn er mensen die zich laten foppen.
Om boer te zijn moet je hazepoten hebben en een zwijnemage. – Rap van hand en rap van tand en niet kieskeurig zijn in de spijzen.
Velen leerden hun toekomstige levenspartner kennen op hun werk. Een boerenmeid liep veel kans om met een boerenknecht aan te pappen, want ‘soort zoekt soort’. Een jonge meid kon ook wel een oogje laten vallen op een rijke boerenzoon (en zijn fortuin), maar de ‘schoonouders te wege’ (aanstaande schoonouders) staken daar wel zo vlug mogelijk een stokje voor, opdat er ‘geen ongelukken zouden gebeuren’!
In het leven van een mens kunnen een aantal belangrijke perioden worden onderscheiden: geboorte, jeugd, vrijen en trouwen, oud worden en sterven. Bij al de fasen van zo’n leven heeft de volksmens generaties lang nagedacht en gefilosofeerd.
Als Allerzielen zachte begint, volgt er al zere regen en wind.
November is de kleinzeune van september, de zeune van oktober en de voader van de winter.
Oktober nat en koele, de winter zochte en zwoele.
Houd’n de bomen hun blaren lang, wees dan voor een strenge winter bang.
Gift de herfst veel mist en neveldoagen, in de winter zal de sneeuw u ploagen.
Je goat è poatre è schilderd stoan (bedrogen uitkomen)
Je goat ter è zak schudden (problemen krijgen)
Je goat ter è valieze kriegen (idem)
Je goat van è kale reize thuiskommen
Wil j’estolen zyn van de puiden (loop naar de drommel)
’t Is de mantel of de male (alles of niets)
’t Is kop of, kop an (alles of niets)
We kennen nog allen de sprookjes uit onze kinderjaren waarin dieren handelend optreden en vertrouwelijk met de mensen omgaan.
De slechte reputatie van de zwarte kat vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen. Het gerucht ging dat de zwarte kat het maatje was van heksen en van de duivel.
E je frites g’eten tè? Dat zegt men tegen iemand die het vertikt om goedendag te zeggen. En als die man dan vraagt waarom, luidt het antwoord ‘omdat je moend nog toeplakt van ’t vet’.
Willen appels trekken van ê pèreloare (het onmogelijke willen)
E goe verstoander hèt genoeg an’en’olf woord.
En ne n’is te leeg dat’en ze voeten van de grond heft
d’ Er op los goan lijkt Stoffel op ze katte (onbezonnen en geweldig te werk gaan)
Werken gat uit, gat in (zonder orde)
Naaien met ê zoaterdagsteke (rap, zorgeloos en met grote steken)
Trouwen en is geen kinderspel:
al die trouwen, ze weten ’t wel!
–
Trouwen is leutig,
spijtig van d’achtersmake
–
Trouwen is wel
maar niet trouwen beter
Onder grijze haren schuilen
dikwijls blonde gedachten.
Kleedt nen ezel in ’t satijn,
en ’t zal nog nen ezel zijn
Ge kunt er warm inzitten als ge dik in de kluiten zit. Ik zit al in mijn kletskop te schrabben of ik wel voort zou gaan, maar dan zoudt ge op mijn kap kunnen zitten.
Hier verkoopt men pijpen;
kleene stelen
maar grote stelen meer..
Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
De willetjes groeien in de busschen
en de kaantjes groeien der tusschen,
om de willetjes te blusschen
Daar is geen beter bate
als gezonde middelmate
en die ’t midden houden kan
houdt het beste, wijf of man
’t Zijn de wuuven en de duuven die ’t geld doen stuuven
Den tring en tram hèn d’er nog nie upgezeten
Dom kijken kiekken lik ne nuil ut ’t gootegat