banner
nov 21, 2019
3308 Views

è Snelle dochter

Written by

Velen leerden hun toekomstige levenspartner kennen op hun werk. Een boerenmeid liep veel kans om met een boerenknecht aan te pappen, want ‘soort zoekt soort’. Een jonge meid kon ook wel een oogje laten vallen op een rijke boerenzoon (en zijn fortuin), maar de ‘schoonouders te wege’ (aanstaande schoonouders) staken daar wel zo vlug mogelijk een stokje voor, opdat er ‘geen ongelukken zouden gebeuren’!

banner

Waar ontloken prille liefdes in grootvaders tijd?

Velen leerden hun toekomstige levenspartner kennen op hun werk. Een boerenmeid liep veel kans om met een boerenknecht aan te pappen, want ‘soort zoekt soort’. Een jonge meid kon ook wel een oogje laten vallen op een rijke boerenzoon (en zijn fortuin), maar de ‘schoonouders te wege’ (aanstaande schoonouders) staken daar wel zo vlug mogelijk een stokje voor, opdat er ‘geen ongelukken zouden gebeuren’!

De meesten ontmoetten evenwel hun lief voor de eerste keer op ‘verderfelijke en weinig stichtende’ plaatsen, zoals daar waren: de donkere ruimte van een bioscoop, een vunzig dampend café (maar met een ‘snelle’ dochter), het wulpse gewoel van een danstent, de ongebreidelde escapades op een kermismolen, de bedwelmende roes van een huwelijksfeest, enz …

Op passende momenten liet de pastoor vanop de preekstoel, met opgestoken vinger, zijn donderpreken rollen over de ootmoedige hoofden van zijn kudde: ‘Muziek, dans en plezier zijn des duivels!’ Maar ‘preek maar waar er geen geloof en is’. Al deze scherpe waarschuwingen vielen doorgaans in dovemansoren. Hoewel … we kunnen niet ontkennen dat ook de zondagsmis een ideale plaats was om de gedragingen en eventuele charmes van het andere geslacht te bestuderen, terwijl men zich tijdens de gebedsdienst in zijn verbeelding liet overweldigen door schunnige spelletjes. Ook bedevaarten en processies waren een ideale voedingsbodem voor mensen met trouwplannen.

Wat ook wel meer gebeurde dan nu nog het geval is, waren de ‘gemakelde’ huwelijken. Deze makelaars, meestal een familielid of een kennis, hadden een soort huwelijksbureau avant la lettre. Ze specialiseerden zich in de studie van de kwaliteiten van de beide seksen en begonnen dan naarstig te combineren.

Ongevraagd gaven ze zelfs tips over wie het best kon worden gekoppeld aan de jongen of het meisje. Soms gingen zij eerst persoonlijk praten met de jongen of het meisje en met zijn of haar ouders alvorens het jonge koppel de eerste keer samenkwam.

Ik zie je gaarne. – ‘k Sieën je gèr’n. – Ik hou van jou.

Waarschijnlijk is dit de meest eenvoudige, de meest internationale, maar ook de meest directe manier om je liefde te verklaren.

Een grappige variante! Iemand zegt je:

Ik zie je graag. ‘k: Sieën je gèr’n. Antwoord: Het is beter dan blind zijn. ’t Iz beet’r ov blent syn.
‘k Zou u pakken en breken en driedubbel in mijn beurs steken. – ‘k Soen je pak’n en breek’n en driedub’l in m’n beuze steek’n.

Liefkozende bedreiging.
Ze maken veel ‘cas’ van elkaar. ‘Ze moak’n veel kas van makang’rs.

De liefdesboom

Ze zien mekaar graag; daarom moet het niet altijd de grote liefde zijn, maar gewoon van elkaar houden. Deze zegswijze is ontleend aan het Frans: ‘J’en fais beaucoup de cas’ of ‘Ik hecht er veel waarde aan’.

Ze is ermee in gang. Z’is’r mei in gank.

Ze heeft verkering met hem. Dezelfde uitdrukking, maar met Franstalige wortels, luidt: ‘Z’is’r mei in roete’ of ‘Ze is er mee in ‘route’.’

‘Rinkevillen ‘. Rynkeviel’n: wordt gezegd van een jongen (eventueel een meisje) dat achter een meisje (eventueel een jongen) aan zit, die haar (hem) het hof wil maken.

In bepaalde streken betekent het volgens De Bo eerder ‘bespieden’.

Heeft er nog niemand scheef gekeken? Et’r nog niëmant sjeeèv e keek’n? Heb je nog geen vrijer gevonden?

Ik geloof dat hij een een oogje heeft op jou. – ‘k Cheloov’m dat’n en oogsj et up joen.

Hij stuurt aan op nadere kennismaking.

Je gaat moeten sulferbloem (zwavelbloem) smijten. – Je go moeët’n suèfrbloeme smyt’n: spottend gezegd wanneer men er iemand op attent wil maken dat hij speciaal gaat moeten letten op zijn dochter(s), omdat verschillende jonge mannen achter haar (hen) aan zitten.

Wellicht is deze zegswijze af geleid uit het gebruik dat vroeger bestond om sulferbloem te strooien voor de deur of de gevel van het huis wanneer men plassende honden wilde weghouden.

Wie heeft ze daar nu opgescharreld? Wieën esse doa nuuw up e sjar’lt? – Gezegd over een jongen of een meisje, wanneer men zich met enige minachting afvraagt met wie hij of zij kennis heeft aangeknoopt.

Ze is al in kennis. Z’iz ol in kennesse. – Ze is al verloofd.
Ze vrijt nog niet. Ze vriejd nog nieë. – Ze heeft nog geen vaste relatie met een jongen.

Vandaag de dag heeft het begrip ‘vrijen’ door invloed van film en televisie, een veel ruimere betekenis gekregen. In de eerste plaats verwijst men nu met het werkwoord ‘vrijen’ naar het strelen, het zoenen, enz. om zijn genegenheid te uiten. Als men het heeft over ‘veilig vrijen’ bedoelt men: vrijen op zo’n manier dat men geen aids kan oplopen, dat wil zeggen met gebruik van een condoom,

Ze heeft ‘schote’ op die jongen. Z’e sjoot up dieënjoeng. – Ze zou die jongen al eens meer willen ontmoeten.

Het is haar ‘aanhouder’? ’t Iz neur’n anoed’r? Het is haar minnaar. Veelal gebruikt als men wijst op iemand die met een bepaalde persoon ongeoorloofde liefdesbetrekkingen onderhoudt. 

Guido Gezelle noemde het kort en krachtig een ‘bij slaper’. Ze is gaan wandelen met haar ‘bing’. Z’is chon wang’l’n mè neur’n bing. Ze is gaan wandelen met haar minnaar, met haar vrijer.

Wellicht is het woord ‘bing’ een vervorming van het Algemeen Nederlandse woord ‘bink’, dat vooral in spreektaal wordt gebruikt en zoveel betekent als ‘een stoere kerel’.

Het woord wordt ook als stoplap gebruikt: “Ja, bing!” of “Ja, man!”
Ze is ‘ventezot ‘. Z’is ventezot. Ze is gek op mannen.

Ze zou meegaan met een hond met een hoedje aan. Ze zoe meigoan mei en hoend mei en hoetj’an. Ze is trouwlustig.

Ze zou met de eerste de gereedste meelopen. Ze zoe mit’n eeèst’n d’n g’ritst’n meiloop’m. Ze is trouwzot en zou met iedere jongen flirten.

Hij legt zijn boontjes te weken. E legt s’n bontjes te weeèke. Hij hoopt het meisje voor zich te kunnen winnen.

Niet het fortuin, maar de werkzaamheid en de schoonheid van een meisje waren op het platteland de meest gewaardeerde kwaliteiten bij een huwelijk.

Hij gaat nog haar ‘zulle’ (dorpel, drempel) plat lopen. Ego nog neur zulle plat loop’m. – Hij komt er overdreven veel over de vloer.

Hij vrijt dat het kraakt. E vriejt tat krakt. – Hij vrijt op een tomeloze, een ongebreidelde manier. Wellicht is deze zegswijze ontstaan in allusie met ‘Het vriest dat het kraakt’.

’t Is al van lievetje en lek mijn lipje. – . ’t iz aal van lieëvetje en lek m’n liptje. – Ze knuffelen mekaar uitgebreid in het publiek.

Hij moet maar zijn hand uitsteken, er hangt aan ieder vinger een. Emoe ma z’n hand uutsteek’n, ’t hangt an yd’r’n vyng’r eeèn. – Hij kan zoveel meisjes krijgen als hij wil.

Hij kan ze rond zijn vingers draaien. E kusse roent’n z’n vyng’rz droaj’n.

Hij kan ermee aanvangen wat hij wil. Ze gelooft alles wat hij zegt.

Ik weet niet hoe die aan een vent gaat geraken. Ke weet’n nieë hoeë datte dieë an event cho roak’n. –
Wegens haar slecht karakter weet ik niet hoe ze een minnaar gaat vinden.

Vroeger bestonden er voor meisjes verschillende middeltjes om te weten te komen wat de toekomst je op het vlak van de liefde zou brengen. Een populair spelletje i.v.m. het toekomstige liefdesleven was het volgende. Je plukte een madeliefje of een margriet, je trok er één na één de bloemblaadjes af, terwijl je zei: ‘Trouwen, niet trouwen, nunne (non); trouwen, niet trouwen, .. .’ Het laatste bloemblaadje gaf uitsluitsel. Viel de toekomst negatief uit, geen nood, je nam gewoon een nieuwe bloem en je begon opnieuw tot het gewenste resultaat bereikt was.

Je mag zo zindelijk niet zijn. Je meuch so zindelik nie syn. – Je mag niet zo kieskeurig zijn.

Er is evenwel een mooi Nederlands spreekwoord dat ervoor waarschuwt dat je toch best uit je doppen kijkt als je een meisje zoekt, want ‘Geen parel bij de nacht gekocht, geen vrijster bij de nacht gezocht’.

Je gaat ‘ziften’ (zeven) en het gruis houden. – Je go sift’n en ’t chruu: hoed’n.

Je gaat danig aarzelen en kiezen dat je uiteindelijk de slechtste zult overhouden. ‘Ziften’ of ‘zeven’ is de meer of minder kleine, losse deeltjes, korrels e.d. door een zeef schudden om ze te zuiveren.

‘Gruis’ bestaat uit de grove bestanddelen die, bij het zeven of builen van het meel zoals het van de molen komt, achterblijven.

Wie heeft ze nu aan de haak geslagen? Wieën esse nuuw an d’n hoak e sleeg’n? – Wie heeft ze nu als minnaar gestrikt? Dit is een zegswijze die is afgeleid uit de wereld van de vissers.

–

Uit ‘Van de wieg tot het graf’ – ‘Spreekwoorden en zegswijzen uit de Westhoek’ van Willy Tillie

Article Categories:
Verweerde spreekwoorden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *