‘Geluk in ’t huis’, zei de vos en hij stak zijn hoofd in ’t hennenkot.
–
‘De visschen hebben ’t schoone’, zeu Buyser, ‘ze drinken als ze willen en ze moeten geen gelag betalen!’
–
‘Alle ambachten zijn smerig’, zei de kosterinne, en ze stak een keirse in haar zak.
–
”t Kan wel zijn’, zei Bleekers en hij liep met zijn kloefen achter een haze.
–
”t Is kerkewerk’, zei Karel en zijn vumme vloog omver.
–
‘De zottigheid moet eruit’, zei grootmoeder, en ze reed te peerde op een bezemstok.
–
‘Werken is zalig’, zegden de begijntjes, en ze waren met zeven om een ei te klutsen.
–
‘Stout gesproken is half gevochten’, zei Klaai, en hij gaf hem voor niemand.
–
‘Beter uit de wereld als uit de mode’, zei Mamzelle, en ze vastte in de paasweke om smal te worden.
–
”t Goed van de wereld is gemeene, of de helle is te kleene’, zei Jan Grijp, en hij pakte al wat niet te zwaar of niet te heet en was.
–
‘Schinkt rond’, zei Karel Bakkers, en hij zat alleene.
‘De druiven zijn te groene’, zei de vos, en hij kon er niet aan.
–
‘Wie weet waar men paling vangt’, zei Pe, en hij zette zijn fuike in een wagenslag.
–
‘Tijd is geld weerd’, zei de schooier, en hij had in de gehele dag nog niet gegeten.
–
‘Hulp is alles’, zei de boer, en hij spande zijn wijf voor de ploeg.
–
‘Waar volk is, is er neringe’, zei de mosselman, en hij reed met zijn karre in de kerke.
–
”t Was bijkans gemist, zei Cijs, als hij naar de hond smeet en zijn stiefmoeder trof.
–
‘Wat nu gezongen?’, zei de kosten en de kerk stond in brande.
–
‘Zoveel hoofden, zoveel zinnen,’ zei de boer en hij schudde een zak puiden uit.
Article Tags:
spreukenArticle Categories:
Verweerde spreekwoorden

