Velen leerden hun toekomstige levenspartner kennen op hun werk. Een boerenmeid liep veel kans om met een boerenknecht aan te pappen, want ‘soort zoekt soort’. Een jonge meid kon ook wel een oogje laten vallen op een rijke boerenzoon (en zijn fortuin), maar de ‘schoonouders te wege’ (aanstaande schoonouders) staken daar wel zo vlug mogelijk een stokje voor, opdat er ‘geen ongelukken zouden gebeuren’!
’t Is te fète honderd jaar geleên. Petrus Maes, mijn grootvader langs moederszijde, woonde op een klein doeningske, op een boogschote van Westvleterenkerke, in ’t midden van de broeken. Rondom in ’t water lijk op een eiland binst de winter en in de zomer in een zee van groenigheid, zoverre als jen ogen dragen.
Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden.
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?