banner
apr 19, 2018
2303 Views

Dit is hier ons groot kerkhof

Written by

‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden.

banner

‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden. Deze man bracht wat melk, kazen, boter en eieren naar het Spaans leger en werd er voor betaald zodat hij zijn pacht en zijn kosten zou kunnen betalen.’

‘Bij zijn terugkeer ’s avonds rond zeven uur, koos hij een binnenweg via een groot bos om zo ongemerkt zijn thuis te kunnen bereiken. Na een uur stappen viel hij helaas in de handen van zeven vrijbuiters, allemaal gewapend met musketten, springstokken en houwers. Ze leidden hem naar het donkere hart van het bos waar ze hem beroofden van zijn geld. Zes gulden. In zijn beurs vonden ze een paternoster die vastgehecht was aan een loden medaille. Een paapse zaak dus, waarop de boer toegaf dat hij God en moeder Maria vereerde. Iets wat niet naar de zin was van de schelmen die wel in duizend vloeken uitbraken terwijl ze ermee dreigden om de sukkelaar te doden.’

‘Dan hebben ze de boer geblinddoekt en zijn handen vastgebonden, samen met de paternoster en hij werd door een struikgewas van doornen geleid waardoor hij erg gekwetst geraakte. Ze sleepten hem naar een woeste en moerassige plaats waar zijn blinddoek werd afgenomen. “Kijk maar”, zegden ze, “kijk maar goed, dit is hier ons groot kerkhof.” En inderdaad, de boer zag er aan de bomen tien à twaalf personen hangen en overal dode lichamen liggen. De struikrovers vertelden hem spottend dat het allemaal katholieken waren. Een van de booswichten die zich de portier van het vagevuur noemde en zeer schrikkelijk van gezicht was, met lange haren en een lange baard toonde drie geraamten aan de boer. Priesters die ze van de honger hadden laten sterven.’

‘Een andere pochte dat hij twee Spanjaarden op verscheidene plaatsen in hun lichaam verwond had om na te gaan waar ze het meest pijn konden lijden zonder er aan te sterven. Uit wraak omdat diezelfde Spanjaarden zijn grootvader van zeventig jaar en zijn broer van negen jaar levend verbrand hadden omdat ze zogezegd ketters zouden zijn geweest. Iets wat dan nog niet eens waar was. Deze vrijbuiter was niet erg oud en toch beroemde hij er zich op dat hij al vierendertig personen had omgebracht. En spijtig dat hij was dat hij ooit nog eens twee Engelsen had laten gaan omdat ze jong en schoon waren en dat het dan achteraf gebleken was dat ze jezuïeten geworden waren in Douay.’

‘Uiteindelijk vertelden ze de verschrikte boer dat ze hem in leven zouden laten. Op voorwaarde dat hij overal zou rondbazuinen wat ze hier allemaal hadden gedaan. Hun wraak moest bekend worden nu ze van plan waren om naar Oostende te trekken om belegerd te worden. En waar ze mogelijk zelf zouden gedood worden. De duivel zou de mis doen in Oostende riepen ze. Een aanval op hun bastion zou zeker het leven kosten aan zeventigduizend mannen. Daarop werd de boer vrijgelaten, weliswaar nog altijd gebonden aan de handen. Hij doolde nog een hele nacht door het bos en zag nog eens twee dode lichamen, verse lijken.’

‘Bij het aanbreken van de dageraad hoorde hij eindelijk de trommels van Gistel waar hij naar toe stapte. Wanneer hij bij het leger kwam keek men verwonderd omdat hij gebonden was. Zijn ogen en gezicht stonden verbijsterd van vrees en angst. Men heeft hem dan eten en drinken gegeven en iedereen wierp hem wat toe terwijl ze luisterden naar wat hij allemaal te vertellen had.’

‘Er waren veel van dergelijke moordenaars in deze ongelukkige tijden. Ze verscholen zich achter de naam van “soldaten” om hun crapuleuze daden te rechtvaardigen. Ze hielden zich vooral op in de bossen en als ze vreesden om opgejaagd te worden vluchtten ze naar hun waterachtige gronden of hielden zich schuil bij bekenden. Een van die vrijbuiters werd enkele jaren geleden betrapt en gevangen genomen in de kasselrij van Ieper. Een zekere Erasmus, afkomstig van Hazebrouck. De voorbije twaalf à dertien jaar was hij de aanvoerder van een hoop dieven en moordenaars. Hij kon zelfs niet bij benadering zeggen hoeveel mensen ze om het leven hadden gebracht.’

‘Hij had de wrede gewoonte om gevangenen met stokken te laten doodslaan als ze hem niet voldoende konden opbrengen. Tot zijn eigen mannen hem in de steek lieten en hij in de handen van het gerecht viel. De rechters beslisten dat hij met gloeiende tangen in het dikste van zijn armen en benen moest genepen worden en dan tot assen verbrand moest worden. Hij stierf met groot leedwezen over zijn schelmstukken.’

Dit is een fragment uit deel 7 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *