1793. Gedurende deze maand van februari had het magistraat van Oostende doorgegeven aan de commandant […]
Menheere van ’t Ypertje, ‘k Was met de kermisse en keer naar Zoetenaaie gegaan om […]
De legende van de kerk van Vinkem Tussen de werken geschreven door jonker Arthur Merghelynck, […]
‘De kerk is een winkel’, zo leren de geuzen maar ze dolen, want als er […]
Anno 1620, op de 22ste mei zijn twee paters capucijnen uit het convent van Ieper die tijdens hun leven naar Jeruzalem waren gereisd begonnen met het vervaardigen van een schoon, wonderbaar en onvergelijkbaar stalletje van Bethlehem, dat gebeurde in de kerk van Sint-Pieters.
‘Famme is è wuuf en Pier is è vint’, wordt tot een meisje gezegd dat na speels gefopt te zijn geweest, uitroept ‘Go famme’ (blijf van mij af).
Beveren-aan-den-Ijzer. In mijn jonge jaren was ik messediener en op zekere avond moest ik mede voor een berechting naar ’t verste uiteinde van de parochie.
In 1555 stond keizer Karel de kroon af ten voordele van zijn zoon Filips II. Het bestrijden van de nieuwe godsdienstleer door deze was nog hardnekkiger dan tijdens zijn vaders bestuur. Deze toestand was gunstig voor de koning van Frankrijk.
De streek tussen Ieper, Waasten en Armentières had veel te lijden in de jaren 1647-1659, ten gevolge van de krijgsverrichtingen tussen de Spaanse en de Franse legers. Talrijke sporen daarvan zijn te vinden in de schepenregisters van de parochies uit deze streek.
Het was in de andere oorlog, een nicht van mij die betoverd geweest is, nè. En zij hielden café en ’t was een hofstede. En er gingen daar regelmatig bezoekers alzo, nè, om pinten te drinken en al. En er was daar een wijf dat alle dagen ging achter melk. En op een zekere dag, zij had chocolade gegeven aan haar, om op te eten.
Woesten De parochie van Woesten was in de oude tijden een groot bos dat toebehoorde […]
‘Trakteren?’, zei Pé, ‘ik wil wel, op voorwaarde dat ik van elk een schone pieper krijg.’
Den Boerenkrijg der westersche parochiën gelegen tusschen Yper, den Yperlé, den Isser en Vrankrijk, tegen de Franschen of Carmagnolen door Carolus De Rache, Krombeke.
Eggewaartskapelle maakte vroeger deel uit van de parochie van Steenkerke. Maar rond het jaar 1100 woonde daar een rijke ridder, een zekere Egalfridus die daar een kapel stichtte voor zijn gerief en dat van zijn volk.
‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden.
Voor enige tijd leefde er te Ramskapelle een jager, Jan Tison genaamd, die nooit het wild miste waarop hij schoot en die aldus als jager een grote faam genoot.
E n’is te lui om strooi ’t eten.
E n’is te lui datten ze gat opheft.
E n’is te lui om dood te doen.
Wulverynghem is een houtlandsche prochie, saevellanden ende hooygras, vetteweyden, die alle goede landen syn, alwaer anno 703 woonde eenen machtighen ende rycken rudder ghenaemt Wulferius, van wie dese prochie haere naeme heeft ende is naer syne naeme ghenaemt gheweest Wulverynghem, synde het woort hem te bedieden in de oude vlaemsche taele stede ofte woonplaetse, welcke naeme dese prochie sedert dies altydt ghehad heeft.
Het gehucht Abele, ongeveer 5 km ten zuiden van de dorpsplaats van Watou, is waarschijnlijk zijn ontstaan verschuldigd aan de Romeinse heirbaan die loop van Cassel door Steenvoorde, Abele, Poperinge en Esen naar Brugge. Dit punt is een natuurlijke rustplaats voor reizigers tussen Steenvoorde en Poperinge. Er is daar een station van de spoorweg gekomen na het leggen van de baan van Poperinge naar Hazebrouck.
Op 6 mei 1124 schenkt de graaf Karel aan de kanunniken te Ieper een deel van de tienden van ‘la terre des porcs’ en op 23 maart 1138 bekrachtigt Innocentius II de rechten van de Ieperse kerken en de verscheidene gronden o,a. te Passendale
Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen. Zowat in heel Vlaanderen luiden en jengelen de uitbundige klokken om de overwinning van het volk te vieren. De mensen zijn uitgelaten en opgewonden. Nu gaat alles veranderen in Vlaanderen! Victorie. Victorie. Victorie. De mensen van de Gentse achterbuurten komen geestdriftig op straat met de banieren van Gwijde van Namen en die van Willem van Gulik. Al snel zwelt de massa aan tot een uitbundige feestelijke stoet. Het voelt aan als de bevrijding. De bassen van de trommels en het geschal van de trompetten bezwangeren de Gentse lucht. De Leliaards worden vertrappeld
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.
Oorlog met Frankrijk. Van de Brugse Metten naar de Guldensporenslag.
Uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek