banner
Jul 2, 2018
1975 Views

Gesmout met zijn eigen vet

Written by

Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.

banner

Uit de spreukrijkdom van mijn grootvader

– Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
– Gij zijt de kenner van de vis, uw moeder was een rogge: kennen van den huize uit.
– Ge moet u niet dikke maken, dun is de mode.
– Dat is zerken zagen: werk dat traag vooruitgaat. Ook nog: ’t Gaat vooruit lijk ’n hooibond tegen wind.
– Beter zat of zot, ’t en duurt zo lange niet.
– De schuifelaars hebben geen geld in hun zak.
– Open deuren waken wel: trekken geen dieven aan.
– ’t Gaat mallejongen regenen, de steerten hangen uit.
– Hij is gesmout met zijn eigen vet (valt in de put die hij voor een ander gegraven heeft).

– Grote ruiten – maar letter kluiten: grote blaai zonder geld.
– Ik zal met de schuimspaan op mijn rug niet lopen: op krijgen uit zijn.
– Als hij komt, ’t en is maar voor een kooltje vier. Als ge komt, ’t is altijd om een kooltje vier: als ge iets nodig hebt.
– Late gezaaid komt ook boven.
– Bij gebrek aan groen – moet je ’t met schavelinge doen.
– Nader hem niet te dicht of hij zou ’t gat van je broek doen blinken.

(Grootvader was van Klemskerke en bij de tachtig als hij gestorven is in 1941)

F.B. in Biekorf. Jaargang 68 (1967)

Article Categories:
naar de bronnen van onze taal
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *