Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
‘Kurieuzeneuzen mi lange stêerten’.
‘ ‘z Is ’t neuzewies’ – Zij weet van de zaak.
Schrijf het op de balke, de kalvers en zullen het niet uitlekken (van een schuld die nooit betaald wordt)
Twee katten aan een muis, twee vrouwen in een huis, twee honden aan een been…komen zelden overeen.
Twee mussen aan een korenaar maken nooit een vreedzaam paar.