Felicitas heeft ook die tijden beleefd en dag voor dag het hele verloop van die patatteplaag opgetekend, doormengd met het verhaal van de geweldige toeloop van pelgrims die dan kwamen dienen naar het St-Antoniuskapelleke, bij den Hukker te Rumbeke.
Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
Op 3 juli 1912 rond 4 uur ’s morgens deed Cyriel Saezen, jachtwachter te Oostvleteren, een ronde op de jacht van zijn meester. Eensklaps hoorde hij een geweerschot. Hij ging in de richting van het geknal en zag weldra, op een stuk land een persoon gaan die in de linkerhand een haas en in de rechterhand een geweer droeg.