Met overspel wordt er niet gelachen. Een uitspraak in Gent op 9 november 1554 bewijst […]
Elkeen in Ieper leefde gerust en tevreden zolang diegene die onmiddellijk boven hem stond ook […]
‘Ondertussen lieten de kleine dieven niet na om de grote te volgen.’ Mmmmh, wat is […]
In de loop der laatste jaren had landbouwer Gerard Lebbe, wonende op de Klokhofstede nabij ‘Het Zweerd’, Krombekesteenweg Poperinge, herhaaldelijk ondervonden dat dieven zijn hoeve bij nachte hadden bezocht. Ongeveer een maand geleden werd hem een 400-tal kilo graan gestolen van op de zolder van de paardenstal.
Als een historie een keer bij de tweehonderd jaar van vader op kind, in de winterse avondstonden, rond de haard van hand tot hand overgeleverd is, ’t en zal niemand verwonderen te vernemen dat die historie hier en daar in kleinigheden gekrenkt, geschonden, en min of meer vervalst is.
De herberg is de grote school van het zedenbederf. Het is daar dat de jongeling, die nauwelijks de schoolbanken verlaten heeft, het eerst en het meeste slechte klap hoort, het is daar dat hij de lichte vrouwspersonen tegenkomt die hem zijn eerlijke schaamte doen verliezen.
Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
Maandagavond, rond 22u, was de veldwachter Maurice Styl op dienstronde.
‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden.