Wijsheden uit de jaren dertig ’t Is triestig dat slechte mensen elkaar zoveel gemakkelijker vinden […]
Trouwen en is geen kinderspel:
al die trouwen, ze weten ’t wel!
–
Trouwen is leutig,
spijtig van d’achtersmake
–
Trouwen is wel
maar niet trouwen beter
Daar is geen beter bate
als gezonde middelmate
en die ’t midden houden kan
houdt het beste, wijf of man
’t Is zo klaar lik chikezop – een onbegrijpelijk geval
Slapen tot dat de zunne in je gat schijnt – lang slapen
Beter è luus in de pot of geen vet – het is beter dan niets
’t Goat stront regen mè hakskes – ’t Goat mollejoengen regen
’t Is beter een veugel in de hand als twee op d’haeghe.
Wat baat de keerse en bril, als den uyl nie zien en wil.
Mijn beste lezers en lezeresjes, wat vliegt de tijd toch pijlsnel vooruit. Nog rapper dan een sneltrein! En zeggen dat we terug in de herfst zitten, de tijd van de vallende bladeren en de lekkende neuzen. De tijd waarin moeder de vrouw ’s avonds begint met een warme pull-over te breien voor de komende winter. In mijn huishouden zitten ze allemaal met een verkoudheid, de neusdoeken, gaan ne gang
Pasterke Wyseur mocht eens mee met vliegmachientje van meneere Allays en er mocht nog een tweede man mee. Wyseurke vroeg zijn kapelaan mee en ze waren de lucht in.
Een sulfertje in tien en een pintje in een teugje: spaarzaam aan een kant, verkwistend aan de andere.
Nen zot is entwie die in een donker huis jaagt achter scheeten.
Vandage is den laatsten dag van joen leven. Voor ’t moment toch nog.
Ge moet niet peinzen op al de miserie die nog overblijft, moar over al ’t schone da nog moet komen.
Den dezen die vele werkt, he’t geen tijd om geld te verdienen.
Die twee honden kunnen toch wel erg moeilijk akkoord geraken over dat ene been!
Het is gie zelve die het boek van joen leven schrijft.
Lacht è keer: het verbetert de weirde van joen oanzichte!
Schrijf het op de balke, de kalvers en zullen het niet uitlekken (van een schuld die nooit betaald wordt)
Twee katten aan een muis, twee vrouwen in een huis, twee honden aan een been…komen zelden overeen.
Twee mussen aan een korenaar maken nooit een vreedzaam paar.
Hij is al zo subtiel lijk e vliegende brieke.
Ze heeft meer roempels dan ’t gat van nen olifant.
E’n is zo verward lijk Adam up moedertjesdag.
E’n is o zo nerveus lijk nen kalkoen up kerstdag.
Zo verward zijn lijk ne zuigeling met honger en dorst in een topless bar.
Hij is al zo content lik een zwijn in de mooze.
Hij is al zo welgekomen lik een schete in een telefoonkotje.
De zot snijdt zich met zijn eigen mes en maakt zich dronken met zijn eigen fles
Het zijn niet al geen koks die lange messen dragen
Zorg goed voor de minuten, de uren zullen wel voor zichzelf zorgen
Men ziet wel aan de stront wien dat er de mispels gegeten heeft
Verleden zaterdag stond een Engelsman omringd van een menigte volk voor het raam van een winkel in de Geldmuntstraat. Hij stond volop te schreeuwen en te roepen in het Engels.
O’j olle redens hebt om kwoad te zijn, moe’j leren lachen en content te zijn zonder reden.
’T leven moe niet echt perfect zin om schoane te zin.
‘K he’n ne black out en ne déjà-vu up ’t zelfste moment: ‘k moet’n da vroeger ook ol vergeten zijn zeker?
Het is gie zelve die d’n boek van joen leven schrijft.
Lacht e kee: ’t verbeetert de weirde van joen oanzichte!
Ne zot en zijn geld zijn rap were weg.
Hoe verder da’j goat hoe minder da’j weet. Een scherpe tonge en een triestigen geest […]