Ge kunt er warm inzitten als ge dik in de kluiten zit. Ik zit al in mijn kletskop te schrabben of ik wel voort zou gaan, maar dan zoudt ge op mijn kap kunnen zitten.
Daarmee zitten we weer in het serieuze. Maar van zitten gesproken; is er wel een woord dat in ons schoon Vlaams taaltje meer gebruikt wordt? Ge zijt getrouwd en men ziet u éénmaal staan klappen tegen een kind van rond de twintig lentes, dan zal men zeggen: hij zit bij de vrouwen!
Loopt ge achter iemand..dan zit ge hem op de hielen…. Ge kunt onder een auto zitten (zelfs als ge er onder ligt). Ge kunt in nauwe schoentjes zitten. Ge kunt ook wel op zwart zaad zitten, op hete kolen of op de pijnbank zitten…
Ge kunt er warm inzitten als ge dik in de kluiten zit. Ik zit al in mijn kletskop te schrabben of ik wel voort zou gaan, maar dan zoudt ge op mijn kap kunnen zitten.
Ge kunt ook met de gebakken peren blijven zitten en als ge iets misdoet moogt ge een jaartje in de bak zitten.
Ik zit er nu op te zinnen, waar er nog andere uitdrukkingen zitten, waarin men het woordje zitten gebruiken, maar ik zit in de ambras en zal maar uitscheiden, want morgen zou ik hier nog zitten.
En ten langen laatste zoudt ge u zitten vervelen en uit zitten kijken naar wat anders. Want ik zit inmiddels reeds met koppijn.
–
Het ‘Het Manneke uit de Maan’ – Het Wekelijks Nieuws van 4 januari 1958 –


