Ge kunt er warm inzitten als ge dik in de kluiten zit. Ik zit al in mijn kletskop te schrabben of ik wel voort zou gaan, maar dan zoudt ge op mijn kap kunnen zitten.
In Poperinge leer ik Pieter Dathen kennen. De voorloper die voldoende welbespraakt is om het calvinisme te prediken. Een monnik met een rosse baard. Een type ‘Willem Vermandere’ maar dat is een subjectieve benadering van mijn kant waarbij elke verdere vergelijking hier mee ophoudt.
E kukchat (wordt gezegd van iemand met een kleine gestalte)
E gatlek’r (een persoon die op een overdreven kruiperige manier vleit om een speciale gunst te bekomen)
E gatfoag’r (is iemand die zich niet bekommert om iets of iemand)
Zo verward zijn lijk ne zuigeling met honger en dorst in een topless bar.
Hij is al zo content lik een zwijn in de mooze.
Hij is al zo welgekomen lik een schete in een telefoonkotje.