banner
mei 12, 2025
107 Views
Reacties uitgeschakeld voor Ingerijck en Blauvoet

Ingerijck en Blauvoet

Written by
banner

In 1202 trekt graaf Boudewijn II van Constantinopel met een gevolg van ridders op kruistocht naar het Heilig Land. Eén van die ridders is Boudewijn van Haveskerke. Haveskerke (Haverskerque) situeert zich op enkele tientallen kilometer van St.-Omer. Boudewijn van Haveskerke, waarschijnlijk sinds 1197 aangesteld als nieuwe burggraaf van Nieuwpoort, ontpopt zich als rechterhand van de graaf. In 1213 en in 1215 wordt dat duidelijk. Boudewijn van Nieuwpoort wordt aangesteld als gezant om te onderhandelen met het hof van de koning van Engeland.

Het betreft de toepassing van het Anglo-Vlaams verdrag dat in 1212 tussen Engeland en Vlaanderen werd afgesloten. Uit de geschriften van die tijd blijkt dat Boudewijn het tot burggraaf van Nieuwpoort geschopt heeft, waarbij zijn vestiging natuurlijk de burg van Nieuwpoort betekent. Korte tijd voor dat Boudewijn van Nieuwpoort vertrekt op kruistocht, breken er in de Westhoek zware onlusten uit tussen de Blauvoeters en de Ingerijckers.
De reden van de twist, die al snel ontaardt in een heuse burgeroorlog, is toe te schrijven aan de buitensporige belastingen die koningin Matilda, de weduwe van Filips van den Elzas, oplegt om haar buitensporige levensstijl te betalen. Matilda houdt haar hof in Veurne en wil iedereen laten voelen en laten zien dat zij dé ‘koningin’ is. Een groot deel van de bevolking weigert financieel bij te dragen voor die hoge kosten en sluit zich aan bij een zekere Blauvoet die de leider wordt van de volksopstand. Ingerijck, raadslid van Matilda, leidt de onderdrukking.

Hij is de uitvoerder van het repressief bestuur van onze Matilde. Graaf Boudewijn van Nieuwpoort, vriend van de graaf, staat natuurlijk aan de zijde van Matilda. Hij stuurt in 1201 volk naar de streek om de Ingerijckers met wapens en mankracht bij te staan. Nieuwpoort zelf blijft buiten het strijdgewoel want het is een vrije stad waar Matilda geen recht heeft om geldheffingen op te leggen. Het lijkt nochtans logisch dat de modale Nieuwpoortenaar de kant kiest van de Blauvoeters.

De mensen van Nieuwpoort zijn inderdaad niet erg geneigd om hun morele steun te geven aan de decadente stijl van de koningin. Boudewijn van Nieuwpoort mag zich uiteindelijk gelukkig prijzen dat hij in wezen niet te maken krijgt met de bijzonder zware burgeroorlog in de Westhoek. Na de dood van Matilda, ten gevolge van een verkeersongeval op de weg tussen Veurne en Koksijde in 1218, blijft de naam Blauvoet bestaan.

De burgeroorlog is al lang uitgewoed maar de gedachtestroming die gericht is tegen het machtmisbruik van de hogere adel blijft gelinkt aan de term ‘blauvoeters’. De territoriale spanningen tussen de Franse koning en zijn Vlaamse leenheren, de graven van Vlaanderen, zorgen voor een aanslepende labiele situatie in de streek. Graaf Boudewijn van Vlaanderen verdwijnt spoorloos tijdens de kruistocht in 1205. De Franse koning denkt dat hij met Ferrand van Portugal een trouwe medewerker heeft en stemt in met het huwelijk van Ferrand met Boudewijns dochter, de nieuwe Vlaamse gravin Johanna van Constantinopel.

Dat blijkt al heel snel een ernstige misrekening want Ferrand ontpopt zich als een voorvechter van de Vlaamse expansiepolitiek die voornamelijk gericht is tegen Frankrijk. In augustus 1212 tekent Ferrand een vriendschapsverdrag met Engeland. Hij komt nu pal in het vizier te staan van Frankrijk, de aartsvijand van de Engelsen. De Vlaamse handelssteden Rijsel, Dowaai, Brugge, Gent, Ieper en Sint-Omaars vinden het verdrag met de Engelsen een prima zaak. Het merendeel van de Vlaamse edelen reageren afwijzend op de houding van graaf Ferrand die de kant van het Vlaamse volk kiest.

Boudewijn van Nieuwpoort, trouwe vriend van de verdwenen vader van Johanna van Constantinopel, staat natuurlijk aan haar zijde en aan die van Ferrand. Ik vraag me af hoe hij zou gereageerd hebben met de wetenschap dat Ferrand de opdrachtgever is geweest van de moord op zijn (toekomstige) schoonvader. Een huurmoord waar de Ieperse kronieken wel erg veel details van prijsgeven. Boudewijn biedt zijn diensten aan bij de Engelse koning Jan zonder Land (koning John) en krijgt hiervoor een Engels leengoed ter beschikking.

Aan de ‘Manor of Newport’ bezit hij de rechten op een jaarlijks inkomen. Ongetwijfeld heeft Boudewijn een beslissende rol gespeeld bij de uitwerking van het verdrag van 1212. Een Franse invasie dreigt. Het is dan ook logisch dat graaf Ferrand in mei 1213 een beroep doet op zijn rechterhand Boudewijn van Nieuwpoort om hulp te vragen bij de Engelsen om die dreiging tegen te gaan. Boudewijn meldt zich bij koning John. We zijn 25 mei 1213. Een Franse vloot heeft het anker geworpen in de monding van het Zwin. Damme is al gevallen, Brugge is bedreigd.

Een onmiddellijk ingrijpen dringt zich op. Boudewijn pleit voor Engelse ondersteuning. Koning John antwoordt dat de Vlaamse vraag rijkelijk laat komt maar laat zich door Boudewijn van Nieuwpoort uiteindelijk vermurwen. Hij schrijft aan de graaf van Vlaanderen: ‘Beste vriend: we zijn in het bezit van uw brieven, door u aan Boudewijn van Nieuwpoort toevertrouwd. Hadden wij deze vroeger ontvangen, het ware ons mogelijk geweest u meer hulp te sturen. Wij zenden u onze getrouwen; William, graaf van Salisbury (dit is de broer van de koning), Renold, graaf van Bonen (de streek van Boulogne was op dit moment Engels grondbezit) en Hugo Boves.’

Nog geen week later, op 30 mei 1213, is de Engelse vloot in aantocht. Zes vazallen van de ‘Manor of Newport’ hebben zich op verzoek van Boudewijn aangesloten bij de Engelsen. Daarbij hebben ongeveer 40 schepen onder leiding van Daneel, de neef van Boudewijn, zich bij de vloot gevoegd. Het eskader bereikt net op tijd het Zwin waar de Franse zeevloot wordt verpletterd.

De koning van Frankrijk is woedend op de burggraaf van Nieuwpoort. De winter van 1213 is nog niet eens aangebroken als het Franse leger de versterkte stad Nieuwpoort ‘dede rooven ende verbranden’. De burg wordt vernield. In 1214, de oorlog blijft maar aanslepen, wordt Boudewijn nog eens op missie naar Engeland gestuurd in een poging om andere mogendheden te betrekken bij de oorlog. Maar tijdens de veldslag van Bovines in juli 1214 wordt graaf Ferrand gevangen genomen en op een vernederende manier opgesloten in Parijs.

De tiener Johanna van Constantinopel en haar jongere zus Margaretha van Constantinopel vallen in de greep van het Franse hof. Het verwoeste Nieuwpoort kan fluiten naar een herstelling van de verdedigingswallen mag de heropbouw van haar burg voorlopig vergeten. Na de verwoesting van zijn thuisbasis, verandert Boudewijn van Nieuwpoort zijn titel opnieuw in Boudewijn van Haveskerke en geraakt hij verzeild in een conflict op Engelse bodem.

Koning John heeft af te rekenen met een opstand van de Engelse barons en zal midden 1215 verplicht worden om toe te geven aan de eisen van de opstandelingen. Het is tijd van de ondertekening van de vermaarde ‘Magna Charta’. Boudewijn wordt noodgedwongen ‘persona non grata’ voor de Engelse adel, maar één jaar later slaagt hij er met Vlaamse strijdkrachten om de rollen om te draaien en koning John opnieuw meester te maken van Engeland. Het pleit wordt uiteindelijk beslecht in 1216 als de Engelse baronnen de hulp krijgen van een Frans leger dat Engeland binnenvalt. Koning John sterft korte tijd later. De rol van Boudewijn is nu definitief uitgespeeld. Hij verliest zijn ‘Manor of Newport’. Zijn vriend Ferrand zit nog steeds gevangen. Zijn politieke loopbaan ligt in duigen. Zijn burg te Nieuwpoort ligt er nog altijd verwoest bij. Uiteindelijk wordt het ‘atrium’ heropgebouwd en gaat hij vanuit het atrium de stad Nieuwpoort leiden.

Hij en zijn nazaten zullen voortaan beschreven worden als ‘van Nieuwpoort’. Het spoor van zijn afstammelingen zal ons verder leiden tot in het jaar 1383. De verwoestingen die Nieuwpoort ondergaat door de wraakzuchtige Fransen in december 1213, zijn helemaal niet te onderschatten. Ze betekenen een bruusk einde aan honderd jaar groei en voorspoed. Jaloezie en afgunst ten opzicht van de merkwaardige opgang van de haven en kuststad zal zeker zijn rol hebben gespeeld. De meeste woningen zijn gebouwd met hout en leem en ontsnappen niet aan de vuurpoel. De burg wordt verwoest.

Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek

 

Article Categories:
fragment uit deel 2
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.