Boudewijn II de Kale (881). Boudewijn II volgt zijn vader op in het erfelijk graafschap Vlaanderen. De appel is deze keer wél ver van de boom gevallen want in tegenstelling tot zijn pa is Boudewijn II een hebzuchtige, laffe, wraak- en eerzuchtige man. Hij trouwt met Gertrude, de dochter van de Engelse koning Elfridis. Wanneer hij onrechtmatig de handen legt op kerkbezittingen en kerkelijke eretitels worden hij tijdens een kerkvergadering te Reims in de kerkban geslagen. Uiteindelijk wordt die ban teniet gedaan wegens de verdiensten van Boudewijn tegen de Noormannen.
Vooral na de dood van zijn vader waren die barbaren opnieuw Vlaanderen binnengevallen. Eerst hadden ze Brabant verwoest, daarna staken ze Doornik in brand. De Noormannen sloegen hun winterkwartier op in Kortrijk. Daarna rukten ze op tot aan de Somme. Ook Kameryk (Cambrai) en Atrecht zagen zich als prooi van de verwoesting in 881.
Kort daarna zet Rollo, een Deense prins die heerst in Friesland en Zeeland de hele Vlaamse regio in vuur en vlam. De hele landstreek langs de Schelde tot in Henegouwen en Frankrijk (de streek van Neustrië) wordt bij zijn doortocht genadeloos verwoest. Reneirus, graaf van Henegouwen wordt gevangen genomen door de bende van Rollo. De Franse koning ziet zich genoodzaakt om een vredesakkoord af te sluiten met die ontzaglijke vijand en biedt hem zijn dochter Giseila aan ten huwelijk, samen met de provincie van Neustrië als huwelijksgift. Voortaan zal Neustrië als “Normandië” bekend worden, refererend naar de de invallen van de Noormannen. Uiteindelijk zal Rollo zich bekeren tot het christendom.
Boudewijn II zet de oorlog tegen de Noormannen verder. Hij verslaat ze bij Leuven en tracht de rust en veiligheid te herstellen. Hij versterkt Ieper, Bergen en St.Winox en laat Sithiu door muren omringen. Het omringde Sithiu zal voortaan de rang krijgen van stad onder de naam van St.Omaers, verwijzend naar de stichter Audomarus. De Fransen noemen de stad voortaan St.-Omer. De door zijn vader opgestarte versterkingswerken in Brugge worden door Boudewijn II afgewerkt. Hij sterft in Gent op 2 januari 919 en wordt er in de Heilige Petruskerk begraven.
Arnulf I, den Ouden (919). Het graafschap van Vlaanderen gaat over op Arnulf, de zoon van Boudewijn. Zijn broer Adolphus verkrijgt de graafschappen van Terwanen en Boulogne. Opnieuw wordt Vlaanderen geteisterd door een golf van Noors geweld en plunderingen. Arnulf verdedigt zijn streek zo goed als hij kan en hij kan en straalt als graaf van Vlaanderen een nooit geziene macht en autoriteit uit.
In die tijd is Otto de Grote de keizer van het Roomse Rijk. De opvolger van Karel de Grote kan de macht van Arnulf in Vlaanderen moeilijk verkroppen en onder valse voorwendsels verovert hij het kasteel van Gent. Hij claimt dat Gent op de grens ligt tussen Vlaanderen en zijn keizerrijk. Hij laat er een nieuwe versterking bouwen die hij “Novum Castrum” noemt. Hij laat de verdediging van de versterking over aan graaf Wickman van Hamaland. Na enkele bloedige gevechten tussen Arnulf en Otto wordt de vrede opnieuw gesloten. Novum Castrum wordt afgestaan aan de graaf van Vlaanderen op voorwaarde dat Lutgardis, de dochter van Arnulf in het huwelijk zal treden met graaf Wickman. Het huwelijk gaat door en Wickman wordt burggraaf van Gent.
Arnulf bouwt Vlaanderen verder uit. Hij versterkt de grenssteden, neemt maatregelen die de economie stimuleren. Hij richt de jaarmarkten van Brugge, Kortrijk, Torhout, Cassel, enz.. op in het jaar 958. Hij werkt hard aan de opbouw van kerken en het voorzien van middelen aan kloosters die hij tienden en erfgronden schenkt. Hij richt, met de toestemming van de bisschoppen van Terwanen en Doornik maar liefst 12 proosdijen op en geeft aan de verantwoordelijke kanunikken gronden en tienden (= belastingen) in eigendom.
Het stichten van kloosters is in die tijd zowat het nuttigste werk dat de vorsten kunnen doen. Het volk is wild en roofgierig en dient broodnodig beschaafd te worden. Arnulf de Oude, door het gewicht van de jaren verzwakt, roept de Staten van Vlaanderen bijeen en staat zijn graafschap af aan zijn zoon Boudewijn III. De kronieken vertellen dat Boudewijn een dappere en godvruchtige leider is maar dat hij kort na zijn aanstelling als graaf zal overlijden.
Arnulf wordt gedwongen het roer over Vlaanderen opnieuw op zich te nemen. Nog drie jaar zal hij graaf van Vlaanderen zijn tot hij op 92-jarige leeftijd overlijdt in Gent. Hij wordt samen met zijn echtgenote Alide begraven op de Blandinusberg in de abdij van St.-Pieters begraven. We vertoeven in het jaar 964.
Boudewijn III (961). Zoals geschreven is de zoon van Arnuldus geen lang leven beschoren. Boudewijn heeft het niet gemakkelijk. Het land is arm. Er is geen geld voor de mensen. In een poging om de koophandel te stimuleren stelt de graaf schatters aan die de prijzen van goederen schatten en daar een maximumprijs op zetten. Het is een poging om de ruilhandel tussen de mensen te stimuleren. Zo ruilt men bijvoorbeeld een gans voor 4 kippen, twee ganzen voor een jong varken of voor een lammetje, drie lammeren voor een vet schaap of een geit.
Als de koning van Frankrijk (Lotharius) opnieuw door de Norrmannen aangevallen wordt, snelt Boudewijn III hem met zijn krijgsmacht te hulp en verslaat de invallers. Na zijn terugkeer sterft de jonge prins in Sint-Winoksbergen aan de mazelen. In 961 wordt hij in het klooster van de Heilige Bertinus in St.-Omer begraven.
Arnulf de Jonge (964) – ook Arnulf genoemd. Arnulf is de zoon van Boudewijn III en heeft de ouderdom van 14 jaar bereikt als zijn grootvader overlijdt. De algemene vergadering, bijeengeroepen in Gent, stelt hem op die jeugdige leeftijd aan als nieuwe graaf van Vlaanderen. En dat blijkt al vlug een niet al te verstandige beslissing te zijn. De Franse koning Lotharius wil profiteren van de jeugdige leeftijd van onze graaf en valt Vlaanderen binnen.
Hij palmt de regio van Atrecht (Arras) en Douai in en schenkt die streek aan Willem, de graaf van Poitou. De streek behoort niet langer tot het graafschap Vlaanderen. Die situatie blijft bestaan tot dat Arnulf de volwassen leeftijd heeft bereikt en hij alsnog de streek overneemt van de Franse overheerser. Ondertussen heeft ene Hugo Capet zich – met de hulp van de Franse edelen – onrechtmatig meester gemaakt van de Franse troon. De graaf van Vlaanderen weigert deel uit te maken van de combine die zich van de Franse troon meester heeft gemaakt.
De nieuwe koning is bijzonder gegriefd om het gebrek aan medewerking van de Vlaamse graaf. Hij stuurt een leger naar Vlaanderen, vernielt er het klooster van Atrecht en rukt op tot aan de Leie. Arnulf die zich in nauwe schoentjes bevindt neemt contact op met Richardus, graaf van Normandië die er in slaagt hen te verzoenen. In 987 komen de verloren steden opnieuw in handen van Vlaanderen, twee jaar voor het overlijden van Arnulf die in de Sint-Pietersabdij van Gent begraven wordt.
Boudewijn IV met de schone baard (989). Boudewijn IV is de enige zoon van Arnulf de jonge. Op erg jonge leeftijd neemt hij het roer over het graafschap Vlaanderen over. Opnieuw speelt zijn jeugdige leeftijd hem parten. De man met de prachtige zwarte baard krijgt te maken met lokale edelen en leenheren die hun respectieve gebieden opeisen. Zo maakt een zeker Elbodus, kastelein van Kortrijk, zich meester van de stad Kortrijk en probeert hij samen met de Kortrijkzanen de hand te leggen op het vermogen van de oude forestiers van Harelbeke. Tijdens één van die opstanden wordt hij gedood maar de inwoners van Kortrijk zijn niet van plan hun ambities op te bergen. Ze verspreiden zich over het hele grondgebied van Harelbeke waar ze de hele streek, incluis kasteel en kerk beroven en in brand steken. Uiteindelijk zal Boudewijn de oproerkraaiers tot rust brengen en bestraffen.
In 1006 worden de Vlamingen getroffen door een grote ramp. Een verschrikkelijke pest breekt uit. Alleen al in de stad Brugge sterven er 12.000 inwoners en in sommige plaatsen blijven er onvoldoende levende mensen over om de doden alsnog te kunnen begraven. Boudewijn heeft het niet gemakkelijk. Zo krijgt hij het meermaals aan de stok met de Roomse keizer Henrik II. Het komt tot een treffen in het Henegouwse Valencyn (nu Valenciennes). De graaf slaagt er in de stad in te nemen maar wordt later volledig ingesloten door de legers van de keizer. Hij wordt uiteindelijk gered door de hulptroepen van de koning van Frankrijk en die van de hertog van Normandië.
Hendrik II heeft zijn zinnen gezet op Gent. Door de hulp van de Franse troepen kan hij zijn plan echter niet uitvoeren. Toch worden de naburige dorpen platgebrand en trekt hij zich met grote buit en met gegijzelde edellieden terug naar Duitsland. Maar de graaf van Vlaanderen is een heerser die vooral vrede wil. Het komt in 1025 tot een vredesverdrag tussen de Duitse keizer en Boudewijn. Valencyn wordt afgestaan aan de Duitsers in ruil voor vrede en de terugkeer van de gegijzelde Vlaamse edelen. Boudewijn IV brengt nieuwe luister aan het geslacht van de graven van Vlaanderen: zijn zoon en toekomstige opvolger treedt in het huwelijk met Adela, de dochter van de koning van Frankrijk.
Dat huwelijk betekent meteen het begin van veel problemen voor Boudewijn. Gedurende vele jaren probeert zijn zoon de grafelijke troon te bestijgen ten nadele van zijn vader. Op een bepaald ogenblik betrekt hij de voornaamste leenheren van Vlaanderen in zijn plannen. Boudewijn zoekt noodgedwongen hulp bij Robertus de hertog van Normandië. Robertus roept alle partijen bijeen in Oudenaarde en laat alle konkelfoezende partijen zweren op de heilige relikwieën om de rust in het land niet langer te verstoren.
De wijze graaf van Vlaanderen laat verschillende rechtbanken (vierscharen) oprichten, laat de stad Rijsel met muren omringen en bouwt verder aan verschillende kerken en kloosters. Na een bestuur van 47 jaar sterft hij op 28 mei 1036 te Gent en wordt er in de abdij van Sint-Pieters begraven.
Boudewijn V van Rijsel (1036). Boudewijn V wordt na de dood van zijn vader tot het graafschap van Vlaanderen verheven. Hij gaat wonen in de stad Rijsel die hij laat verbeteren en versieren. Later zullen de Vlamingen de graaf van Vlaanderen omschrijven als “den Goedertieren” omwille van zijn menslievende inborst.
Tijdens zijn regering veroorzaken de mislukte oogsten van 3 jaren een verschrikkelijke hongersnood onder de mensen. De situatie in Frankrijk van Vlaanderen is schrijnend. De mensen hebben zodanig honger dat ze vertwijfeld de doden opnieuw opgraven, levende mensen en kinderen om hun vlees vermoorden. In 1044 wordt op sommige markten zelfs menselijk vlees geveild. De bisschoppen van Kamerijk en Luik en de steenrijke abt van Gembloux proberen de noden te lenigen. Zoals zo vaak betekenen ellende en miserie bij de mensen de aanleiding voor oorlogen. Dat is ook het geval in Vlaanderen: De Duitse keizer Hendrik III stelt zich opnieuw aan en bedreigt de onafhankelijkheid van Vlaanderen.
Boudewijn neemt de wapens op en neemt de stad Gent in. De keizer verovert van zijn kant de stad Doornik die hij in 1047 aan roof en plundering blootstelt. Opgejaagd door het leger van Boudewijn vlucht Hendrik III naar Duitsland maar de legers van Boudewijn en die van Godfried van Lotharingen achtervolgen de keizer en slagen er uiteindelijk in om het keizerlijk paleis grondig te vernielen. Pas dan wordt er opnieuw vrede gesloten tussen de strijdende partijen.
Al tijdens het leven van zijn vader hebben we gezien dat de vriendelijke Boudewijn V in realiteit een ambitieuze man is die hunkert naar macht en gebiedsuitbreiding. Hij laat zijn oog vallen op Henegouwen die hij wil annexeren aan Vlaanderen. Als Herman, de graaf van Henegouwen sterft, kan Boudewijn het zo regelen dat zijn zoon trouwt met de weduwe van de overleden graaf. Die weduwe, zeg maar nieuwe schoondochter van Boudewijn luistert naar de naam Richilde.
Eén en ander gebeurt zéér tegen de zin van de Duitse keizer die de Vlaamse gebiedsuitbreiding niet graag ziet gebeuren. Het komt opnieuw tot een veldslag die opnieuw niet goed afloopt voor de Duitsers want ten gevolge van het vredesverdrag dat afgesloten wordt in Keulen komt er nog een verdere gebiedsuitbreiding van het graafschap.
Boudewijn schopt het in 1060 uiteindelijk tot regent van Frankrijk, een functie die hij zal uitoefenen gedurende de minderjarigheid van de troonpretendent Philips I. Zijn zoon Robrecht treedt in het huwelijk met Gertrude, de weduwe van Floris, de graaf van Holland. In 1063 wordt hij voogd van de twee zonen van Getrude en dat is niet naar de zin van de Friezen die in opstand komen tegen graaf Robrecht. Robrecht van Vlaanderen verslaat de Friezen en wordt naderhand betiteld als “Robrecht de Fries” (Robert Le Frison).
Na zijn terugkeer in Vlaanderen besteedt Boudewijn de rest van zijn leven met de uitbouw van zijn graafschap. Tijdens zijn regering van 31 jaar heeft hij versterkingen gebouwd rond Rijsel, Ieper, Gent, Brugge, Oudenaarde en Arien (Aire-sur-la-Lys). Hij wordt in 1067 in de Petruskerk van zijn geliefde Rijsel begraven.
Boudewijn VI van Bergen (1067). Boudewijn VI is de opvolger van zijn vader. Hij is een rustige beschaafde man, matig in eten en drinken en een vijand van wijn en andere zatmakende dranken die hij als vergif van ziel en lichaam aanschouwt. De nieuwe graaf verbiedt het aangaan van duels (tweegevechten), hij legt de rechtbanken strenge gedragswetten op en schenkt gemeenterecht aan veel parochies.
De uitoefening van het recht wordt bijzonder strak aangehouden. Voor het eerst kunnen mensen te slapen gaan zonder hun deuren af te sluiten en kunnen ze zich verre verplaatsingen veroorloven zonder wapens met zich mee te nemen. Boudewijn verplicht de rechters om een roede te dragen, “roede van justitie” genoemd. Het is een gebruik dat zal aanhouden tot in de jaren 1800. Het wijze en deugdzame bestuur van Boudewijn is geen lang leven beschoren voor de graaf die sukkelt met een zwakke gezondheid. Hij voorziet van niet zo lang te leven en besluit de graafschappen van Vlaanderen en Henegouwen te schenken aan zijn twee zonen. Vlaanderen gaat naar Arnulf die wel nog onder de voogdij staat van Robrecht de Fries. Henegouwen wordt – met de goedkeuring van zijn echtgenote Richilde) geschonken aan Boudewijn.
Boudewijn van Bergen sterft schielijk te Oudenaarde. In 1070 wordt hij in het klooster van Hasnon in het bisdom van Atrecht begraven. In datzelfde 1070 wordt de heilige Godelieve op bevel van haar man Bertulphus, castelein van Gistel vermoord. Ze zal voortaan vereerd worden als maagd en martelares in een kapel in de regio van Gistel.
Arnulf III de Eenvoudige. De graafschappen van Vlaanderen en Henegouwen staan nu definitief onder het bestuur van de twee zonen Arnulf en Boudewijn. Onrust steekt al snel opnieuw de kop op in Vlaanderen. Er is een twist ontstaan tussen Robrecht de Fries en Richilde, de weduwe van Boudewijn van Bergen en de moeder van Arnulf. Beiden claimen ze de voogdij over Arnulf zeg maar de macht over het graafschap van Vlaanderen.
Wanneer Robrecht de Fries zich genoodzaakt ziet om af te reizen naar Friesland om daar een opstand de kop in te drukken ruikt Richilde haar kans. Ze nodigt een groot aantal aan Robrecht toegewijde leenheren en edelen uit om te komen naar Mesen. Ze laat ze met zijn allen onthoofden en neemt zo op de meest gewelddadige manier de macht over Vlaanderen over. Al snel bezwaart ze de Vlamingen met ongemeen harde wetten, wreedheden en diverse zware belastingen.
De inwoners wenden zich hopeloos tot Robrecht de Fries en vragen zijn hulp om de wreedheden van Richilde te laten ophouden. Robrecht en een leger van Vlamingen slagen er in 1071 in om Richilde te verdrijven naar Rijsel waar ze zich definitief wil vestigen. De Vlamingen onder leiding van Robrecht de Fries willen graag de situatie uitklaren en het geschil met Richilde op een menslievende manier bijleggen.
Richilde nodigt de edelen van Brugge, Gent en Ieper uit om te praten over vrede. In werkelijkheid smeedt ze concrete plannen om alle Vlaamse edelen te laten onthoofden. Haar snode, valse en verraderlijke plan kan pas in laatste instantie verijdeld worden. Maar nu heeft ze zich definitief de intense volkswoede van de Vlamingen op de hals gehaald.
De burgers van Vlaanderen zijn furieus en belegeren Rijsel. Ze willen het vel van de valse Richilde. Robrecht en zijn Vlamingen slagen er in om de stad over te nemen maar Richilde ontsnapt naar Frankrijk. Ze begeeft zich naar de Franse koning Philippe en biedt hem 2000 kg goud aan om haar te voorzien in een ondersteunende krijgsmacht. Robrecht de Fries ziet de opbouw van het nieuwe – met goud gefinancierde – Franse leger met lede ogen aan. Hij laat de voornaamste steden versterken en stuurt gewapend volk naar Cassel waar hij een veldslag wil aangaan met de krijgsmacht van Richilde en Philippe.
Het leger van de Vlamingen, beduidend kleiner dan het Franse leger, zet de aanval in en neemt aanvankelijk de overhand. Tijdens de gevechten wordt Robrecht de Fries in het nauw gedreven en door de vijand gevangen genomen. Maar ook Richilde valt in de handen van de Vlamingen. De gevechten worden stopgezet. Uiteindelijk worden beiden aan elkaar uitgewisseld en valt alles te herdoen.
Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek


