We drijven mee met de oude kronieken van Ipra. De eerste eeuwen na het begin […]
Boudewijn II de Kale (881). Boudewijn II volgt zijn vader op in het erfelijk graafschap […]
Het verdrag van Keulen uit 1057 zorgt voor een tijdperk van vrede. Vlaanderen gaat er […]
Te Cassel op die roemrijke grond 22 februari 1071. Vlaanderen was in deze 11de eeuw […]
In 1070 komt er vrij bruusk een einde aan het leven van Boudewijn van Bergen. De graaf krijgt te maken met een zware ziekte die zijn geneesheren voor een voldongen feit stelt.
De pot met de inhoud weegt 1700 gram. De muntstukken zijn wel bewaard. Onder dewelke die men heeft onderzocht werd opschriften gevonden van C.M.U. Trajanus, C.M.O. Trajanus. Men weet dat Marcus Ulpius Trajanus, bijgenaamd Crinitus tot keizer van Rome gekroond werd in het jaar 97 en dat de senaat in het begin van zijn regering hem de titel gaf van Optimus, om hem later te veranderen in deze van Armenteus en van Parthicus. Het muntstuk C.M.O. Trajanus schijnt dus van de eerste eeuw te zijn.
Daagt in de geschiedenis op als een grafelijke villa, de ‘villa Mecinensis’. Er was een grote foor, te danken aan de uitzonderlijke ligging. De foren van Vlaanderen gingen door te Sint-Omaars, Dowaai, Gent (de oudste), te Rijsel, Mesen, Ieper en Torhout. Deze vier laatste dagen op tegen het einde van de 11de eeuw. Ze zijn van meet af aan een bloeiende foor. Ze liggen alle vier ten westen van de grote verkeersader van Vlaanderen, de Schelde en vormen een westelijke economische as, parallel lopende met de Schelde en ze hangen eerder af van Brugge dan van Gent.
Boudewijn van Bergen volgde welhaast zijn vader in het graf; hij stierf in 1070. Zijn broeder Robertus beweerde alsdan recht te hebben op het graafschap van Vlaanderen. Maar Boudewijn van Bergen had in zijn testament dit land aan zijn oudste zoon Arnoldus ge geven; en den jongsten met naam Boudewijn was graaf van Henegouwen verklaard geweest, onder het regentschap van zijn moeder Richildis.
Er komen nog twee wegen ten noorden van de Ijzer en ook verschillende kleinere wegen, ‘diverticulata’ zien het levenslicht. De grote militaire steenweg tussen Cassel en Bavay loopt via Dranouter, Wijtschate en Wulvergem en gaat verder via Wervik aan de Leie en via Doornik om uiteindelijk Bavay te bereiken waar 7 andere heirbanen hun aansluiting vinden. De onverharde weg van Cassel naar de westelijke Schelde loopt voorbij Watou en Poperinge en dan verder via Bikschote, Oost-Vleteren, Noordschote en Merkem naar de buurt van Diksmuide en dan verder noordoostwaarts naar Gent en de Hont.