banner
mrt 12, 2026
39 Views
Reacties uitgeschakeld voor Ieper en zijn Drietorenkasteel

Ieper en zijn Drietorenkasteel

Written by
banner

We drijven mee met de oude kronieken van Ipra. De eerste eeuwen na het begin van de nieuwe jaartelling, de invasies van de Hunnen, de Vandalen, de Visigoten, de Ostrogoten, de Franken en de Katten. Die bewuste Katten of Chatten zijn in die tijd een Germaans volkje dat woont ten westen van de Wezer maar zich om een of ander reden gaat vestigen op een heuvel in de Westhoek die daardoor later de naam Catsberg zal krijgen. Net zoals Babylon en Karthago, is Ipra in het jaar 180 achter gebleven is als een zielloze, verwoeste en geplunderde puinhoop.

Ik voel de twijfels van schrijver Vandenpeereboom als ik deze zin vertaal in mijn kronieken. Kunnen de Katten in deze vreemde context de nieuwe bewoners van Ipra geworden zijn? De nieuwe stamouders van een nieuwe stad die uit de as zal herrijzen? En hoe zit dat nu eigenlijk met die kattenstoet? Hebben de Katten en de kattenstoet iets met elkaar te maken? De analisten, de inspiratiebronnen van schrijver Vandenpeereboom, vertellen dat Ieper in 440 verwoest wordt door de Noormannen en daarna in 478 heropgericht wordt door Childerik, de koning van Frankrijk.

Spijtig genoeg laten de oude bronnen niets los over de timing van die heropbouw. Een bedenkelijk gat tussen de jaren 180 en 440. En niemand die ook maar enige informatie biedt. Hoe kunnen de Noormannen iets verwoesten als het er niet opgebouwd stond? Ieper moet gewoonweg heropgebouwd zijn na haar verwoesting door de Romeinen in het jaar 180. De voorgeschiedenis kan natuurlijk allemaal één groot verzinsel zijn, denk ik bij mezelf. En dan past het plaatje wel. Maar ik stap weer in mijn rol als zuivere kroniekvertaler.

Childerik is dus de tweede stichter van de stad Ieper. Hij bouwt een kasteel met drie torens op het eiland gevormd door de Ipere, op exact dezelfde plaats waar Hyperborus zijn eerste vesting heeft gebouwd. Op bevel van koning Childerik worden de huizen voor de onderdanen gebouwd in de schaduw van de beschermende kasteelmuren.

De bevolking groeit als bloemkool hoewel vanaf 483 polygamie stilaan verboden wordt onder druk van het opkomende christendom in onze streek. Vooral de zendelingen St. Grisolius (483), St. Eleuthere (484) en St. Amand (626) evangeliseren keer op keer de inwoners van Ieper en ze bekeren ze, zij het niet zonder moeite, tot het christelijk geloof. Er doen veel legendes de ronde over die periode. Zo bijvoorbeeld die van Liederik De Buck.

Maar Vandenpeereboom beperkt zich tot de lokale vermeldingen dat de Engelsen in 605, gevolgd door de Hunnen en de Vandalen in 693 de stad Ieper plunderen en gedeeltelijk verwoesten. In 853 worden de versterkingen grondig vernield door de Noormannen en het zijn diezelfde barbaren die opnieuw grote vernielingen aanrichten in het jaar 880. Maar Ieper sterft niet zo snel. 22 jaar na de laatste verwoesting door de Noormannen verrijst de stad als een feniks uit haar graf. Dank zij Boudewijn de Kale, de graaf van Vlaanderen.

De derde heropbouw, die van 902, verloopt vrijwel identiek als de vorige onder Hyperborus en Childerik. Opnieuw is er sprake van een kasteel met drie torens op het eiland dat gevormd wordt in de Ipere. Het kasteel wordt wel gebouwd volgens de stijl van de nieuwe tijden. Net zoals zijn voorgangers beveelt de graaf de bouw van veel particuliere woningen rond het nieuwe versterkte kasteel. Zijn orders worden goed opgevolgd, de mensen zullen daar allemaal niet zo veel inspraak bij hebben, en Ieper wordt al vlug de rijkste, mooiste en machtigste stad van Vlaanderen. Ik voel me wat ongemakkelijk bij al die superlatieven.

De kronieken van Vandenpeereboom in zijn derde Ypriana boek zijn erg gedetailleerd voor wat betreft de periode voor en tijdens de Romeinse bezetting. De schrijver baseert zich op oude geschriften van welke hij niet weet of ze romantische verzinselen zijn van enkele illustere schrijvers-voorgangers. Hij stelt zich terecht die vraag. Hij vermoedt dat een groot deel van die oude archieven inderdaad een soort ‘wishful thinking’ is van vroegere schrijvers. Toch kan en wil hij niet uitsluiten dat die verhalen hier en daar fragmenten van waarheid bevatten. De waarheid overgeleverd van generatie tot generatie, met de nodige overdrijvingen. Alphonse Vandenpeereboom is geneigd te geloven dat als er rook te zien was, er ooit vuur moet geweest zijn.

Is het toeval dat er telkens sprake is van heidense tempels in de stad? Is het niet vreemd dat verschillende bronnen telkens de eerste Ieperse versterking zien op een eiland vlakbij de Ipere, gevoed door de wateren uit de nabijheid? En waarom wordt steeds de vermelding gemaakt van de nieuwbouw van een kasteel met drie torens? En waarom komt het voortdurend terug dat er standbeelden zijn in de stad?

Het kasteel op het eiland in de Ipere heeft vele eeuwen, doorheen de verhalen van de reeks kroniekschrijvers, altijd zijn originele naam behouden. Alle grote Vlaamse steden zijn ooit dorpen zijn geweest die ooit opgebouwd werden in de schaduw van een versterkt kasteel. Of in de buurt van een abdij. Vandenpeereboom gaat gehaast en ongedurig verder. De lokale legenden blijven als een rode draad hangen in de latere kronieken van bekende kroniekschrijvers. Vermoedelijk bevatten de oude geschriften wel een grond van waarheid.

De volksmond vertelt toch ook dat Rome op één dag gebouwd werd. Is de stichting van Ieper door één persoon ook niet een dergelijk verzinsel uit de volksmond? Het moet geleidelijk aan gegaan zijn. De beroemde geschiedschrijver Warnkoenig en ook andere schrijvers vertellen ons op een gezonde kritische manier dat het ontstaan van Ieper niet het werk kan geweest zijn van één man, maar integendeel het resultaat moet geweest zijn van een logische sociale en politieke ontwikkeling in die beginjaren.

Voor de Romeinse invasie leefden de Morini en de Menapiërs verspreid in kleine dorpen, in het midden van bossen, tussen poelen en moerassen. Als de Romeinen het land veroveren, installeren ze op verscheidene plaatsen militaire posten. Langs de Ipere gebeurt dit niet wat eigenlijk laat veronderstellen dat de stad of de vesting Ipra op dit moment niet eens bestaat.

Pas als de feodale tijd van leenheren en pachters aanbreekt zal een forse uitbreiding van de landbouw en de werkgelegenheid de noodzaak naar volkskernen voeden. De leenheren en de abdijen bezitten immense domeinen die zij willen laten renderen. Ze stichten ‘villae’, landbouwcommunes met grote gebouwen waar de administrator, de villicus, in opdracht van de lokale leenheer de gronden beheert en de lakens uitdeelt. De villicus laat hutten en woningen bouwen waar de horigen en zijn onderdanen mogen wonen. De boeren van die villae worden villani genoemd.

De dorpelingen staan nu nog altijd bekend als de ‘vilains’ net zoals de naam van de villae door de eeuwen heen zijn naam zal blijven behouden. Zo ontstaan in Vlaanderen en in de Westhoek de meeste landbouwgemeenschappen die later dorpen zullen worden en blijven. Niet zo voor Ipra en voor andere grote bevolkingscentra die in andere omstandigheden tot stand komen. Volgens Warnkoenig en andere geschiedschrijvers ontstaan de stedelijk centra uit noodzaak. De invallen van de barbaren en de Noormannen zijn zo frequent en zo vernietigend dat de boeren bescherming zoeken bij hun feodale heren.

De landheren bouwen ommuurde en versterkte kastelen, burgi, met de vaste hoop om zo die genadeloze aanvallers af te kunnen slaan. De horigen van de landheren zoeken noodgedwongen hun veiligheid binnen deze versterkingen waar ze zich uiteindelijk ook gaan vestigen. De naam van het beschermende kasteel, de burgus, evolueert weldra tot de naam van de burg waar de boeren, de vroegere villani, nu worden omschreven als submenentes of submansores. Later wordt die naam vervangen door de term burgenses, burgers of bourgeois.

Ze zijn de bewoners van de burg en inwoners van de stad. Beschermd door de heren en de abten groeien deze gemeenschappen uit tot woonkernen, heuvelforten en tenslotte tot de oppida die aan de basis liggen van onze krachtige Vlaamse steden. Het is dus best mogelijk dat Ipra zijn ontstaan te danken heeft aan een versterkt kasteel dat helemaal nog niet bestond ten tijde van de Romeinen. Daar ligt waarschijnlijk ook de hoofdreden waarom de naam Ipra pas veel later in de geschiedenisboeken zal verschijnen.

Al vanaf de eerste eeuwen van de nieuwe jaartelling wordt de Noordzeekant van Vlaanderen overspoeld door talrijke Germaanse stammen. Onder hen de Saksen die landinwaarts kolonies gaan stichten. Ze kiezen locaties niet te ver van de kust, ‘in maritimis locis’, en vooral in de gebieden die later ‘het Westland’ zullen worden genoemd. De Westhoek, de regio van Ieper naar de Noordzee wordt in die eerste eeuwen intens bewoond door die Saksische immigranten.

De Germaanse kolonisten geven in elk geval hun naam aan de westkust die ten tijde van de Romeinse keizer Theodosius bekend staat als de Saksische kust van Gallië of de Littus Saxonicum Gallicum. Het is en blijft een belangrijk gegeven in de geschiedenis en de benaming van de Westhoeklocaties door de eeuwen heen en tot op vandaag. Los van de legenden rond het wel of niet ontstaan van Ieper, is het best mogelijk dat een aantal Saksische nomaden hun hutten bouwen op de plaats waar de stad zich later zal vormen. Het kunnen ongetwijfeld losse hutten geweest zijn die echter nooit het statuut van centrum zullen bereiken.

Het feit dat er in de christelijke geschreven bronnen die vanaf de 5de eeuw de evangelisatie van de streek omschrijven nooit en nergens sprake is van Ipra of enige belangrijke gemeenschap op die plaats. Maar ook die veronderstelling berust op geen enkele historische basis en wordt door geen enkele geschiedschrijver van die tijd aangehaald, wat niet kan gezegd worden over schrijvers die gedetailleerd schrijven over Gent, Kortrijk, Doornik, St.-Omer en veel andere plaatsen in Vlaanderen. Vandenpeereboom heeft alle moeite om te geloven dat er zich voor 880 een centrum van bevolking bevindt op de oevers van de Ipere. Hij is er integendeel van overtuigd dat Ipra geboren wordt in het jaar 902.

Hoewel dat geboortejaar ook nergens in de annalen van de stad geboekstaafd staat, bestaat er een geheel van niet gecontesteerde historische feiten, die het ontstaan van Ipra in 902 als waarschijnlijk bevestigen. De rampzalige invallen van de moordende Noormannen in het begin van de 10de eeuw zijn al minder frequent maar toch blijven ze aanhouden tot in 944. Als die terroristische invallen ophouden, blijven er nadien verscheidene versterkte burchten overeind. Na 944 komen rust en vrede stilaan terug, de landbouw ontwikkelt zich opnieuw en de bevolking dikt aan.

Het is in de tijd van Arnulf I, II en III en van Boudewijn III, graven van Vlaanderen, dat de fundamenten gelegd worden van een nieuw sociaal stelsel waarbij de ontwikkeling van grote Vlaamse steden wordt ingezet. We zien dat de textielnijverheid zich stilaan ontwikkelt, we zien de eerste foren en markten opduiken en we zien de handel en nijverheid ontstaan. De afhankelijkheid van de vrije mensen om op een veilige en beschermde plaats zaken te doen en vrijuit geld te kunnen verdienen, leidt al snel tot een explosie van welvaart in de nieuwe ‘villae’ die op korte tijd doorgroeien tot ‘oppida’ of ‘portus’. De naam Ipra duikt voor het eerst officieel op in een dokument van 1093.

Maar dat document toont tegelijkertijd aan dat Ieper op dit moment al ontwikkeld is tot een belangrijke en welvarende stad. Die welvaart is ongetwijfeld het resultaat van een evolutie die al eeuwen aan de gang moet zijn. De oorspronkelijke versterkte burcht langs de graslanden van Ipere is nu een belangrijke Vlaamse stad geworden. Het eerste Ieperse fort is op een vernuftige plaats gebouwd. Het kasteel domineert de omgeving en is op de oostelijke kant na, volledig omringd en omgeven door moerassige gronden die de toegang tot het met water omringde kasteel erg bemoeilijken.

Het eerste bijkomende gebouw van Ieper, meer bepaald de Sint-Maartenskerk, wordt gebouwd in de prairie, in pratis. Er bestaan 2 straten die ons leiden naar ‘le chateau à trois tours’ en die op vandaag nog altijd de naam dragen van de ‘corte en de langhemeersch’. De courte et de longue prairie.

In het jaar 795 heeft Karel de Grote Germaanse stammen geïmporteerd in onze Westhoek. Het zijn uiteindelijk de afstammelingen van die immigranten die de eerste submantes worden van Ipra en die zich komen nestelen in de beschermende omgeving van deze nieuw gebouwde versterking. Het vreemde Ieperse en West-Vlaamse dialect. Vandenpeereboom heeft het wat denigrerend over ‘les idiotismes du dialecte flamand’.

Het taaltje dat we vandaag nog altijd spreken in Ieper vindt zijn oorsprong bij deze Saksische boeren die de eerste Ieperlingen werden in het begin van de 10de eeuw. Ook die eerste honderden jaren van het bestaan van Ipra zijn trouwens in schaduwen gehuld. Volgens de lokale historici worden de grenzen van de stad uitgebreid in 958 en later nog eens in 1067. Misbruiken en de tirannie van gravin Richilde jagen het Vlaamse Vlaanderen al in 1071 op stang. Een jaar later neemt de Vlaamstalige Robrecht de Fries na een veldslag in Cassel tegen de troepen van Richilde, als nieuwe graaf van Vlaanderen, de fakkel over in Ieper.

Buiten dat politieke nieuws valt er in de archieven van de stad weinig of niets te vertellen over die beginperiode. Een document van 1089 toont aan dat het kapittel van St.-Donaas in het bezit is van een ‘Bodium de Ypris’, een landelijk fonds waar het kapittel twee tiendenrechten van in handen houdt. Documenten van de 12de eeuw zijn eerder zeldzaam volgens Vandenpeereboom. Dat is helemaal anders voor wat betreft de kerken. In de 11de eeuw zijn er al volop akten van Poperinghe (1000), Waasten (1007 en 1065), Zonnebeke (1072), Wervik (1090), Mesen (1063 en 1066) en nog verscheidene andere, maar de naam van Ipra komt pas naar voor in een manuscript van het jaar 1093 waarbij de kerk van St.-Pieter wordt genoemd.

Charters uit de 11de eeuw en zelfs van eerder, opgemaakt in de vroegere Vlaamse abdijen en kloosters, zijn talrijk terug te vinden. De Ieperse abdij van St.-Maarten wordt pas in 1101 opgericht en het is dus niet moeilijk te beseffen waarom er van Ipra van voor die periode weinig of niets terug te vinden is. Toch leidt het geen twijfel dat de Saksische boeren van Ieper energieke en intelligente werkers moeten geweest zijn. Het zijn die noeste arbeiders die het petieterige Ieper van toen aan een steeds hoger tempo op de kaart toveren.

Volgens de lokale tradities is er al vrij vroeg sprake van een kapel opgedragen aan de heilige maagd of aan St.-André, maar die wordt vanaf 1012 opgedragen aan St.-Maarten. Het gebouw vervangt ongetwijfeld een kapel die in vroegere tijden werd opgetrokken. Daar in de graslanden rond de Ipere. Rond 1088 wordt de kapel vervangen door een kerk. Met de snel uitdijende bevolking in Ieper is er al snel nood aan een tweede bidplaats en in 1093 wordt een tweede kerk gebouwd opgedragen aan St.-Pieter (Petrus).

De documenten van 1093 leren ons dat Filip, de Heer van Loo en zoon van Robrecht de Fries, verzaakt aan zijn juridische rechten op enkele huurgronden en panden in Loo en dit in het voordeel van de St.-Pieterskerk te Ieper. Het bestaan van die kerk in 1093 wordt eveneens bewezen door enkele bewaarde stenen resten van die primitieve kerk. Zo onder andere het portaal en de funderingen van de toren in Romaanse stijl, gebouwd met ijzerhoudende steen.

De schrijver vindt het opmerkelijk dat de St.-Pieterskerk op relatief grote afstand gebouwd wordt van de St.-Maartenskerk. Het lijkt te bewijzen dat de stad in die eerste periode al vrij uitgestrekt is. Er moet zich al een omvangrijke stadsontwikkeling in zuidelijke richting hebben voorgedaan. Alphonse Vandenpeereboom besluit dat Ieper in de 12e eeuw een grote stad is en dat het niet anders kan dat ze ook in de voorgaande eeuw een belangrijke plaats moet geweest zijn. Hij gaat verder op zoek naar het fijne van zijn ‘burgus’ Ieper. En ook wij komen zeker nog terug op zijn Ypriana-kronieken.

Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 1
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.