We drijven mee met de oude kronieken van Ipra. De eerste eeuwen na het begin […]
Woensdag 25 augustus 1858, omtrent kwart voor negen ’s morgens, heeft een onverwachte bliksem het toppunt van de kleine toren in het midden van de Sint-Maartenskerk staande, geslagen.
Er bestaat dus niet het minste bewijs dat de Romeinen een nederzetting hebben in de laaggelegen graslanden van Ieper, daar waar eeuwen later de ‘Burgus de Ipra’ zal gebouwd worden. Op een archeologische kaart van historicus Vander Maelen staat vermeld dat er in de buurt van Ieper Romeinse munten worden gevonden. Rond 1872 worden er in Ieper inderdaad verschillende stukken aardewerk opgegraven onder de funderingen van een woning ter hoogte van de veemarkt. De veemarkt bevindt zich dan dicht bij de Ieperlee bij de uitgang van de stad.
Er komen nog twee wegen ten noorden van de Ijzer en ook verschillende kleinere wegen, ‘diverticulata’ zien het levenslicht. De grote militaire steenweg tussen Cassel en Bavay loopt via Dranouter, Wijtschate en Wulvergem en gaat verder via Wervik aan de Leie en via Doornik om uiteindelijk Bavay te bereiken waar 7 andere heirbanen hun aansluiting vinden. De onverharde weg van Cassel naar de westelijke Schelde loopt voorbij Watou en Poperinge en dan verder via Bikschote, Oost-Vleteren, Noordschote en Merkem naar de buurt van Diksmuide en dan verder noordoostwaarts naar Gent en de Hont.