banner
apr 13, 2026
5 Views
Reacties uitgeschakeld voor Boudewijn – Den Goedertieren

Boudewijn – Den Goedertieren

Written by
banner

In 1006 worden de Vlamingen getroffen door een grote ramp. Een verschrikkelijke pest breekt uit. Alleen al in de stad Brugge sterven er 12.000 inwoners en in sommige plaatsen blijven er onvoldoende levende mensen over om de doden alsnog te kunnen begraven. Boudewijn heeft het niet gemakkelijk. Zo krijgt hij het meermaals aan de stok met de Roomse keizer Henrik II. Het komt tot een treffen in het Henegouwse Valencyn (nu Valenciennes).

De graaf slaagt er in de stad in te nemen maar wordt later volledig ingesloten door de legers van de keizer. Hij wordt uiteindelijk gered door de hulptroepen van de koning van Frankrijk en die van de hertog van Normandië.

Hendrik II heeft zijn zinnen gezet op Gent. Door de hulp van de Franse troepen kan hij zijn plan echter niet uitvoeren. Toch worden de naburige dorpen platgebrand en trekt hij zich met grote buit en met gegijzelde edellieden terug naar Duitsland. Maar de graaf van Vlaanderen is een heerser die vooral vrede wil. Het komt in 1025 tot een vredesverdrag tussen de Duitse keizer en Boudewijn.

Valencyn wordt afgestaan aan de Duitsers in ruil voor vrede en de terugkeer van de gegijzelde Vlaamse edelen. Boudewijn IV brengt nieuwe luister aan het geslacht van de graven van Vlaanderen: zijn zoon en toekomstige opvolger treedt in het huwelijk met Adela, de dochter van de koning van Frankrijk.

Dat huwelijk betekent meteen het begin van veel problemen voor Boudewijn. Gedurende vele jaren probeert zijn zoon de grafelijke troon te bestijgen ten nadele van zijn vader. Op een bepaald ogenblik betrekt hij de voornaamste leenheren van Vlaanderen in zijn plannen. Boudewijn zoekt noodgedwongen hulp bij Robertus de hertog van Normandië. Robertus roept alle partijen bijeen in Oudenaarde en laat alle konkelfoezende partijen zweren op de heilige relikwieën om de rust in het land niet langer te verstoren.

De wijze graaf van Vlaanderen laat verschillende rechtbanken (vierscharen) oprichten, laat de stad Rijsel met muren omringen en bouwt verder aan verschillende kerken en kloosters. Na een bestuur van 47 jaar sterft hij op 28 mei 1036 te Gent en wordt er in de abdij van Sint-Pieters begraven.

Boudewijn V van Rijsel (1036). Boudewijn V wordt na de dood van zijn vader tot het graafschap van Vlaanderen verheven. Hij gaat wonen in de stad Rijsel die hij laat verbeteren en versieren. Later zullen de Vlamingen de graaf van Vlaanderen omschrijven als “den Goedertieren” omwille van zijn menslievende inborst.

Tijdens zijn regering veroorzaken de mislukte oogsten van 3 jaren een verschrikkelijke hongersnood onder de mensen. De situatie in Frankrijk van Vlaanderen is schrijnend. De mensen hebben zodanig honger dat ze vertwijfeld de doden opnieuw opgraven, levende mensen en kinderen om hun vlees vermoorden. In 1044 wordt op sommige markten zelfs menselijk vlees geveild.

De bisschoppen van Kamerijk en Luik en de steenrijke abt van Gembloux proberen de noden te lenigen. Zoals zo vaak betekenen ellende en miserie bij de mensen de aanleiding voor oorlogen. Dat is ook het geval in Vlaanderen: De Duitse keizer Hendrik III stelt zich opnieuw aan en bedreigt de onafhankelijkheid van Vlaanderen.

Boudewijn neemt de wapens op en neemt de stad Gent in. De keizer verovert van zijn kant de stad Doornik die hij in 1047 aan roof en plundering blootstelt. Opgejaagd door het leger van Boudewijn vlucht Hendrik III naar Duitsland maar de legers van Boudewijn en die van Godfried van Lotharingen achtervolgen de keizer en slagen er uiteindelijk in om het keizerlijk paleis grondig te vernielen. Pas dan wordt er opnieuw vrede gesloten tussen de strijdende partijen.

Al tijdens het leven van zijn vader hebben we gezien dat de vriendelijke Boudewijn V in realiteit een ambitieuze man is die hunkert naar macht en gebiedsuitbreiding. Hij laat zijn oog vallen op Henegouwen die hij wil annexeren aan Vlaanderen. Als Herman, de graaf van Henegouwen sterft, kan Boudewijn het zo regelen dat zijn zoon trouwt met de weduwe van de overleden graaf. Die weduwe, zeg maar nieuwe schoondochter van Boudewijn luistert naar de naam Richilde.

Eén en ander gebeurt zéér tegen de zin van de Duitse keizer die de Vlaamse gebiedsuitbreiding niet graag ziet gebeuren. Het komt opnieuw tot een veldslag die opnieuw niet goed afloopt voor de Duitsers want ten gevolge van het vredesverdrag dat afgesloten wordt in Keulen komt er nog een verdere gebiedsuitbreiding van het graafschap.

Boudewijn schopt het in 1060 uiteindelijk tot regent van Frankrijk, een functie die hij zal uitoefenen gedurende de minderjarigheid van de troonpretendent Philips I. Zijn zoon Robrecht treedt in het huwelijk met Gertrude, de weduwe van Floris, de graaf van Holland. In 1063 wordt hij voogd van de twee zonen van Getrude en dat is niet naar de zin van de Friezen die in opstand komen tegen graaf Robrecht. Robrecht van Vlaanderen verslaat de Friezen en wordt naderhand betiteld als “Robrecht de Fries” (Robert Le Frison).

Na zijn terugkeer in Vlaanderen besteedt Boudewijn de rest van zijn leven met de uitbouw van zijn graafschap. Tijdens zijn regering van 31 jaar heeft hij versterkingen gebouwd rond Rijsel, Ieper, Gent, Brugge, Oudenaarde en Arien (Aire-sur-la-Lys). Hij wordt in 1067 in de Petruskerk van zijn geliefde Rijsel begraven.

Boudewijn VI van Bergen (1067). Boudewijn VI is de opvolger van zijn vader. Hij is een rustige beschaafde man, matig in eten en drinken en een vijand van wijn en andere zatmakende dranken die hij als vergif van ziel en lichaam aanschouwt. De nieuwe graaf verbiedt het aangaan van duels (tweegevechten), hij legt de rechtbanken strenge gedragswetten op en schenkt gemeenterecht aan veel parochies.

De uitoefening van het recht wordt bijzonder strak aangehouden. Voor het eerst kunnen mensen te slapen gaan zonder hun deuren af te sluiten en kunnen ze zich verre verplaatsingen veroorloven zonder wapens met zich mee te nemen. Boudewijn verplicht de rechters om een roede te dragen, “roede van justitie” genoemd. Het is een gebruik dat zal aanhouden tot in de jaren 1800.

Het wijze en deugdzame bestuur van Boudewijn is geen lang leven beschoren voor de graaf die sukkelt met een zwakke gezondheid. Hij voorziet van niet zo lang te leven en besluit de graafschappen van Vlaanderen en Henegouwen te schenken aan zijn twee zonen. Vlaanderen gaat naar Arnulf die wel nog onder de voogdij staat van Robrecht de Fries. Henegouwen wordt – met de goedkeuring van zijn echtgenote Richilde) geschonken aan Boudewijn.

Boudewijn van Bergen sterft schielijk te Oudenaarde. In 1070 wordt hij in het klooster van Hasnon in het bisdom van Atrecht begraven. In datzelfde 1070 wordt de heilige Godelieve op bevel van haar man Bertulphus, castelein van Gistel vermoord. Ze zal voortaan vereerd worden als maagd en martelares in een kapel in de regio van Gistel.

Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 2
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.