In 1006 worden de Vlamingen getroffen door een grote ramp. Een verschrikkelijke pest breekt uit. […]
Koning Karel wil Boudewijn een lesje leren en trekt met een Frans leger op naar […]
De 26ste april 1794 herbeginnen de Carmagnolen hun plunderingen die ze nu al zo lange […]
We hebben Brugge verlaten in het najaar van 1436 wanneer graaf Filips de Goede in […]
Het jaar 947. Graaf van Vlaanderen Arnulf heeft er juist de vijandelijke Willem Langzwaard in […]
27 augustus 1436. De overdracht van de macht in de stad zet zich onverminderd voort. […]
Ik spoel de wijzer van de tijd terug tot begin 1382. Een ‘rewind’ die me […]
Willen appels trekken van ê pèreloare (het onmogelijke willen)
E goe verstoander hèt genoeg an’en’olf woord.
En ne n’is te leeg dat’en ze voeten van de grond heft
In de hoge middeleeuwen geldt nog steeds het Germaanse principe: de beklaagde moet zijn onschuld bewijzen! Hij wordt als schuldig beschouwd zolang hij geen bewijs van zijn onschuld kan voorleggen. Meer en meer laat de kerk zijn invloed gelden in de barbaarse rechtspleging. In de 14de eeuw zijn die barbaarse principes al helemaal omver gesmeten. De betichte is zolang onschuldig tot dat de aanklager zijn schuld op een klare manier heeft kunnen bewijzen.
Rechtstreekse beledigingen aan het adres van God, de heilige maagd of de heilige kerk zijn taboe. Ook hier velt de vierschaar verschillende vonnissen. Een zekere Meulin Heerbrecht wordt aan de schandpaal gebonden en vervolgens met afgekorte tong voor zeven jaar in verbanning weggestuurd: ‘pour les despiteuses inhonestes et innaturèlez parolez blas fèmes qu il dist sour notre Seigneur Jhesu Crist et de la glorieuse benoite Vierge Marie’. De poorter Eloy Mazin wordt voor 7 jaar verbannen ‘de destourbir le ville des parolles qui dist au contraire de sainte eglise…’. Menselijke Majesteitsschennis.