banner
feb 23, 2026
25 Views
Reacties uitgeschakeld voor De voorden van Vlaanderen

De voorden van Vlaanderen

Written by
banner

Hoe ziet Vlaanderen er uit in de 7de en 8ste eeuw? De feodaliteit of het leenrecht dat zijn oorsprong vond bij de Noorse barbaren heeft zich genesteld boven op de puinen van de Romeinse overheersing. Zogezegde “edelen” dompelen de mensen in een verdrukkende slavernij. Niemand bezit eigendommen, met uitzondering van de leenheren. De veldbewoners beschikken over enkele verlaten bossen of stukken heide waar ze zich verschuilen. Ze leggen er aarden versterkingen aan die ze “voorden” noemen. Het onderdrukte volk wordt beroofd van haar burgerrechten. Zonder toestemming van de leenheer mag er niet getrouwd worden en mogen kinderen hun huizen niet verlaten.

Karel de Grote (die heerst over heel West-Europa tussen 742-814) stelt vast dat grote delen grond onbevolkt en onbeploegd blijven en stuurt 10.000 Saksische families naar Vlaanderen. De Saksen zijn een fier en agressief Germaans volk dat zich vermengt met de lokale inwoners. Sinds die tijd bestaat het spreekwoord: “Karel de Grote heeft van één duivel er twee gemaakt”. Tot aan de regering van Karel de Grote spreken de lokalen nog steeds de Keltische talen, zij het in verschillende varianten.

De Romeinen waren mislukt in hun opzet om de Menapiërs en de Morinen hun latijnse taal op te dringen. Tijdens het bewind van Karel de Grote zijn er in onze landstreken nog twee talen in gebruik; het Rustique of Romane, afgeleid van het latijn die de basis zal vormen voor de Franse taal en de oud-Duitse of Teutonische taal die onze invloed van de Romeinse overheersing enkele latijnse trekjes heeft overgenomen en de oorsprong vormt van de Vlaamse en Duitse taal.

Een mooi voorbeeld van de veranderingen die geleid hebben tot het ontstaan van de Vlaamse taal vinden we op een doopformulier van het Concilie van Lastines terug. Zo lezen we dat de zin “Verzaekt gij de duivel?” origineel geschreven wordt als “V. Forsachis tu diaboleoe?”

Of meer..
Ec forsachio diaboleoe – Ik verzaak de duivel
En allom diabol-gelde? – En alle duivels gilde
Gelobis tu in Got Almagtigan Fador – Gelooft gij in God de almachtige vader?
Ec gelobe in Got Almagtigan Fador – Ik geloof in God de almachtige vader
Gelobis tu in Christ Godes-Suno? – Gelooft gij in Christus, Gods zoon?
Ec gelobo in Haligan Gast – Ik geloof in de Heilige Geest

Er was voor de tijd van Karel de Grote al met al vrij weinig sprake van economische activiteit in onze streken. Toch worden hier op het einde van de 5de eeuw het zadel en de stijgbeugels uitgevonden. In 630 worden de kerkklokken geïntroduceerd die al sinds 606 in Rome in gebruik waren. De klokken worden aangewend om de gelovigen bijeen te roepen. Op het einde van de 7de eeuw beginnen de boeren hoppe te kweken. Het eerste papier, gemaakt van katoen wordt voor het eerst gebruikt in 745.

Boudewijn I met de ijzeren arm (863). Boudewijn I wordt geboren in Zandhoofd (nu Nieuwpoort). De kroniekschrijvers twijfelen of Boudewijn de zoon is van Inghelram of die van Odoacer. Hij volgt in elk geval Odoacer op als woudmeester van Vlaanderen. Door het verdrag van Verdun behoort Vlaanderen nu toe aan Karel de Kale en die stelt Boudewijn aan als markgraaf van Vlaanderen.

De markgraaf is meestal gekleed met een ijzeren harnas. Het is een deugdzame man en heeft een bijzondere afkeer van vleierij. Als Boudewijn naar het Franse Senlis trekt om zijn eed als opperbevelhebber af te leggen in de handen van de koning wordt hij verliefd op zijn dochter Judith. Hij slaagt er in het jaar 863 in om Judith mee te namen naar Vlaanderen en met haar te trouwen. Dit zonder hiervoor de toestemming van haar vader te vragen.

Karel de Kale is verbitterd om het vertrek van zijn dochter en valt Vlaanderen met een krijgsmacht binnen. Het Vlaamse leger van Boudewijn treft de Fransen bij Atrecht (nu Arras) en onze markgraaf slaagt er in zijn schoonvader te verslaan. Karel de Kale heeft nog andere katten te geselen in zijn thuisland dat opnieuw door de Noormannen wordt aangevallen en ziet af van verdere strijd tegen zijn schoonzoon. Hij beklaagt zich echter bij paus Nicolaus I die de Vlaming Boudewijn in de ban van de kerk slaat.

Dat betekent niet minder dan een heuse ramp voor Boudewijn. Samen met Judith reist hij naar Rome waar ze zich voor de voeten van de paus gooien, schuld bekennen en zich aan hem onderwerpen. Uiteindelijk slaagt de paus er in om Karel de Kale en Boudewijn met elkaar te verzoenen. De ban van de kerk op het hoofd van Boudewijn wordt opgeheven, de koning verleent zijn toestemming voor het huwelijk en hij kroont Boudewijn tot erfelijke graaf van Vlaanderen. Hij verwerft alle landstreken tussen de Somme, de Schelde en de Noordzee en gaat zich vestigen in zijn woning te Brugge.

Boudewijn met de Ijzeren arm krijgt opnieuw af te rekenen met de Noormannen die het westelijke deel van Vlaanderen teisteren met hun moord- en rooftochten die een spoor van vernieling achter zich laten. De steden van Brugge, en de rijke handelssteden Oudenburg en Rodenburg (nu Aardenburg) worden geplunderd en in brand gestoken. Het klooster van Torhout en de kerk van Drongen (bij Gent) ondergaan het zelfde lot. Boudewijn slaagt er uiteindelijk de terreur te stoppen en nog voor zijn dood laat hij alle door de vandalen verwoeste kerken heropbouwen en maakt van zijn thuisstad Brugge een versterkte stad. Nadat hij Vlaanderen 1 jaar als forestier en 16 jaar als graaf heeft bestuurd sterft hij in Atrecht en wordt hij in Sithiu (St.-Omer) begraven in 881.

Boudewijn II de Kale (881). Boudewijn II volgt zijn vader op in het erfelijk graafschap Vlaanderen. De appel is deze keer wél ver van de boom gevallen want in tegenstelling tot zijn pa is Boudewijn II een hebzuchtige, laffe, wraak- en eerzuchtige man. Hij trouwt met Gertrude, de dochter van de Engelse koning Elfridis. Wanneer hij onrechtmatig de handen legt op kerkbezittingen en kerkelijke eretitels worden hij tijdens een kerkvergadering te Reims in de kerkban geslagen. Uiteindelijk wordt die ban teniet gedaan wegens de verdiensten van Boudewijn tegen de Noormannen.

Vooral na de dood van zijn vader waren die barbaren opnieuw Vlaanderen binnengevallen. Eerst hadden ze Brabant verwoest, daarna staken ze Doornik in brand. De Noormannen sloegen hun winterkwartier op in Kortrijk. Daarna rukten ze op tot aan de Somme. Ook Kameryk (Cambrai) en Atrecht zagen zich als prooi van de verwoesting in 881.

Kort daarna zet Rollo, een Deense prins die heerst in Friesland en Zeeland de hele Vlaamse regio in vuur en vlam. De hele landstreek langs de Schelde tot in Henegouwen en Frankrijk (de streek van Neustrië) wordt bij zijn doortocht genadeloos verwoest. Reneirus, graaf van Henegouwen wordt gevangen genomen door de bende van Rollo. De Franse koning ziet zich genoodzaakt om een vredesakkoord af te sluiten met die ontzaglijke vijand en biedt hem zijn dochter Giseila aan ten huwelijk, samen met de provincie van Neustrië als huwelijksgift. Voortaan zal Neustrië als “Normandië” bekend worden, refererend naar de de invallen van de Noormannen. Uiteindelijk zal Rollo zich bekeren tot het christendom.

Boudewijn II zet de oorlog tegen de Noormannen verder. Hij verslaat ze bij Leuven en tracht de rust en veiligheid te herstellen. Hij versterkt Ieper, Bergen en St.Winox en laat Sithiu door muren omringen. Het omringde Sithiu zal voortaan de rang krijgen van stad onder de naam van St.Omaers, verwijzend naar de stichter Audomarus. De Fransen noemen de stad voortaan St.-Omer. De door zijn vader opgestarte versterkingswerken in Brugge worden door Boudewijn II afgewerkt. Hij sterft in Gent op 2 januari 919 en wordt er in de Heilige Petruskerk begraven.

Arnulf I, den Ouden (919). Het graafschap van Vlaanderen gaat over op Arnulf, de zoon van Boudewijn. Zijn broer Adolphus verkrijgt de graafschappen van Terwanen en Boulogne. Opnieuw wordt Vlaanderen geteisterd door een golf van Noors geweld en plunderingen. Arnulf verdedigt zijn streek zo goed als hij kan en hij kan en straalt als graaf van Vlaanderen een nooit geziene macht en autoriteit uit.

In die tijd is Otto de Grote de keizer van het Roomse Rijk. De opvolger van Karel de Grote kan de macht van Arnulf in Vlaanderen moeilijk verkroppen en onder valse voorwendsels verovert hij het kasteel van Gent. Hij claimt dat Gent op de grens ligt tussen Vlaanderen en zijn keizerrijk. Hij laat er een nieuwe versterking bouwen die hij “Novum Castrum” noemt. Hij laat de verdediging van de versterking over aan graaf Wickman van Hamaland. Na enkele bloedige gevechten tussen Arnulf en Otto wordt de vrede opnieuw gesloten. Novum Castrum wordt afgestaan aan de graaf van Vlaanderen op voorwaarde dat Lutgardis, de dochter van Arnulf in het huwelijk zal treden met graaf Wickman. Het huwelijk gaat door en Wickman wordt burggraaf van Gent.

Arnulf bouwt Vlaanderen verder uit. Hij versterkt de grenssteden, neemt maatregelen die de economie stimuleren. Hij richt de jaarmarkten van Brugge, Kortrijk, Torhout, Cassel, enz.. op in het jaar 958. Hij werkt hard aan de opbouw van kerken en het voorzien van middelen aan kloosters die hij tienden en erfgronden schenkt. Hij richt, met de toestemming van de bisschoppen van Terwanen en Doornik maar liefst 12 proosdijen op en geeft aan de verantwoordelijke kanunikken gronden en tienden (= belastingen) in eigendom.

Het stichten van kloosters is in die tijd zowat het nuttigste werk dat de vorsten kunnen doen. Het volk is wild en roofgierig en dient broodnodig beschaafd te worden. Arnulf de Oude, door het gewicht van de jaren verzwakt, roept de Staten van Vlaanderen bijeen en staat zijn graafschap af aan zijn zoon Boudewijn III. De kronieken vertellen dat Boudewijn een dappere en godvruchtige leider is maar dat hij kort na zijn aanstelling als graaf zal overlijden. Arnulf wordt gedwongen het roer over Vlaanderen opnieuw op zich te nemen. Nog drie jaar zal hij graaf van Vlaanderen zijn tot hij op 92-jarige leeftijd overlijdt in Gent. Hij wordt samen met zijn echtgenote Alide begraven op de Blandinusberg in de abdij van St.-Pieters begraven. We vertoeven in het jaar 964.

Boudewijn III (961). Zoals geschreven is de zoon van Arnuldus geen lang leven beschoren. Boudewijn heeft het niet gemakkelijk. Het land is arm. Er is geen geld voor de mensen. In een poging om de koophandel te stimuleren stelt de graaf schatters aan die de prijzen van goederen schatten en daar een maximumprijs op zetten. Het is een poging om de ruilhandel tussen de mensen te stimuleren. Zo ruilt men bijvoorbeeld een gans voor 4 kippen, twee ganzen voor een jong varken of voor een lammetje, drie lammeren voor een vet schaap of een geit.

Als de koning van Frankrijk (Lotharius) opnieuw door de Noormannen aangevallen wordt, snelt Boudewijn III hem met zijn krijgsmacht te hulp en verslaat de invallers. Na zijn terugkeer sterft de jonge prins in Sint-Winoksbergen aan de mazelen. In 961 wordt hij in het klooster van de Heilige Bertinus in St.-Omer begraven.

Arnulf de Jonge (964) – ook Arnulf genoemd. Arnulf is de zoon van Boudewijn III en heeft de ouderdom van 14 jaar bereikt als zijn grootvader overlijdt. De algemene vergadering, bijeengeroepen in Gent, stelt hem op die jeugdige leeftijd aan als nieuwe graaf van Vlaanderen. En dat blijkt al vlug een niet al te verstandige beslissing te zijn. De Franse koning Lotharius wil profiteren van de jeugdige leeftijd van onze graaf en valt Vlaanderen binnen.

Hij palmt de regio van Atrecht (Arras) en Douai in en schenkt die streek aan Willem, de graaf van Poitou. De streek behoort niet langer tot het graafschap Vlaanderen. Die situatie blijft bestaan tot dat Arnulf de volwassen leeftijd heeft bereikt en hij alsnog de streek overneemt van de Franse overheerser. Ondertussen heeft ene Hugo Capet zich – met de hulp van de Franse edelen – onrechtmatig meester gemaakt van de Franse troon. De graaf van Vlaanderen weigert deel uit te maken van de combine die zich van de Franse troon meester heeft gemaakt.

De nieuwe koning is bijzonder gegriefd om het gebrek aan medewerking van de Vlaamse graaf. Hij stuurt een leger naar Vlaanderen, vernielt er het klooster van Atrecht en rukt op tot aan de Leie. Arnulf die zich in nauwe schoentjes bevindt neemt contact op met Richardus, graaf van Normandië die er in slaagt hen te verzoenen. In 987 komen de verloren steden opnieuw in handen van Vlaanderen, twee jaar voor het overlijden van Arnulf die in de Sint-Pietersabdij van Gent begraven wordt.

Boudewijn IV met de schone baard (989). Boudewijn IV is de enige zoon van Arnulf de jonge. Op erg jonge leeftijd neemt hij het roer over het graafschap Vlaanderen over. Opnieuw speelt zijn jeugdige leeftijd hem parten. De man met de prachtige zwarte baard krijgt te maken met lokale edelen en leenheren die hun respectieve gebieden opeisen.

Zo maakt een zeker Elbodus, kastelein van Kortrijk, zich meester van de stad Kortrijk en probeert hij samen met de Kortrijkzanen de hand te leggen op het vermogen van de oude forestiers van Harelbeke. Tijdens één van die opstanden wordt hij gedood maar de inwoners van Kortrijk zijn niet van plan hun ambities op te bergen. Ze verspreiden zich over het hele grondgebied van Harelbeke waar ze de hele streek, incluis kasteel en kerk beroven en in brand steken. Uiteindelijk zal Boudewijn de oproerkraaiers tot rust brengen en bestraffen.

Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 2
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.